- blad nr 12
- 27-6-2009
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Beschermde omgeving en kleinschaligheid
De markt voor gymnasia lijkt onverzadigbaar
Dit jaar was het opnieuw hommeles in Amsterdam. In totaal waren er maar liefst 474 overaanmeldingen, niet alleen bij de aparte gymnasia, ook bij sommige scholengemeenschappen moest geloot worden. Het Cygnus, het vijfde gymnasium van Amsterdam, besloot een vijfde brugklas te starten. De school bestaat pas sinds 2005 en groeit onstuimig. Wil Raeven, rector van het Cygnus en conrector Edu van Rijn hadden nooit verwacht dat het zo hard zo gaan.
In het roerige jaar 2005 dreigden heel veel leerlingen uitgeloot te worden bij de gymnasia. Twee scholengemeenschappen besloten hun gymnasiumafdeling af te splitsen. Amsterdam-West kreeg het Vierde Gymnasium, afkomstig van het Cartesius Lyceum. Dit gymnasium was vooral bedoeld voor de ’overloop’: uitgelote leerlingen konden er terecht. In Oost werd het Cygnus opgericht door het bestuur van het Pieter Nieuwland College, Amarantis, een interconfessionele onderwijsgroep. Het besluit werd overhaast genomen omdat men vanwege alle nieuwe ontwikkelingen bang was de boot te missen. Want ook het Amsterdams Lyceum besloot in dat jaar de havo af te stoten en verder te gaan als aparte vwo-school.
“Wij hadden gehoord dat het Barlaeus een nevenvestiging in Oost wilde beginnen”, vertelt conrector Edu van Rijn, “en we waren bang dat onze goedlopende gymnasiumafdeling met 200 leerlingen daaronder zou lijden.” Volgens rector Wil Raeven bestonden er al plannen voor verzelfstandiging. Behalve op het Cygnus zijn Van Rijn en Raeven ook op het Nieuwland College conrector en rector.
Beetje veel
Het Cygnus zit nu in een voormalige kloosterschool op het Linnaeushof, een stille straat in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer. Binnen is het ook stil omdat het de dag is van de maatschappelijke stage, de leerlingen zijn uitgewaaierd over de buurt.
Vijf aparte gymnasia in één stad, is dat niet een beetje veel?
“Ja”, reageert Wil Raeven, “dat lijkt veel, maar ouders willen nu eenmaal graag een categoriale school voor hun kind. Wij zijn daar een goed voorbeeld van, want sinds de afsplitsing heeft het Cygnus een enorme groei doorgemaakt. Zodra we in een apart gebouw zaten, kregen we direct in dat eerste jaar ook leerlingen uit Zuid die uitgeloot waren. Dit jaar moest er opnieuw bij alle gymnasia geloot worden en besloten we om volgend schooljaar met vijf brugklassen te starten, één extra. Dan hebben we volgend schooljaar 400 leerlingen, terwijl de klassen nog maar tot de vijfde klas gaan.” De markt lijkt onverzadigbaar, toch wil het Cygnus niet groter worden dan maximaal 650 leerlingen. In augustus 2010 verhuist de school naar een groter gebouw, want dan is de kloosterschool alweer te klein.
Waarom willen ouders per se een categoriaal gymnasium voor hun kind?
Van Rijn: “Ik denk dat een deel van de verklaring ligt in de beschermde omgeving die ouders graag willen. Het is toch de kleinschaligheid die trekt, tegenover de grote scholengemeenschappen.”
Aparte status
Toch is dat niet de enige reden. In steden als Leiden, Rotterdam en Haarlem zijn de categoriale gymnasia behoorlijk groot, maar ook daar loopt het ieder jaar weer storm. Bij de 38 zelfstandige gymnasia in Nederland steeg het leerlingenaantal van 12.000 in 1970 naar 25.500 nu. Ger Smit van het Landelijk Steunpunt Zelfstandige Gymnasia denkt dat de groei komt doordat er tegenwoordig meer leerlingen naar het vwo worden doorverwezen. “Ouders kiezen dan voor de gymnasia omdat dat de ‘warme bakkers’ zijn onder de vwo-scholen. In de grote steden is er wellicht ook sprake van een witte vlucht. In ieder geval wordt er tegenwoordig steeds bewuster gekozen.” Smit vindt Amsterdam geen uitzondering met vijf gymnasia. “Ik probeer ieder jaar een berekening te maken aan de hand van het inwonersaantal. Als je uitgaat van één gymnasium op 50.000 inwoners, dan is het deelnamepercentage in Amsterdam niet extreem.”
In de hoofdstad krijgt meer dan de helft van de leerlingen een havo- of vwo-advies. Van de 7000 leerlingen die naar het voortgezet onderwijs overstappen, willen 1000 kinderen categoriaal onderwijs. Socioloog Don Weenink bestudeerde leerlingenpopulaties op de gymnasia. Volgens hem gaat het niet zozeer om de klassieke talen, maar om de aparte status die de categoriale gymnasia hebben. Op veel scholengemeenschappen lijden de gymnasiumafdelingen juist een kwakkelend bestaan. Goed opgeleide ouders van allochtone komaf zullen volgens hem eerder kiezen voor een school met een tweetalig traject dan voor een gymnasium.
Gaat een nieuw apart gymnasium niet ten koste van de vwo-afdelingen van andere scholen?
Raeven: “Dat is inderdaad een probleem. De vwo-afdeling van het Pieter Nieuwland groeit gelukkig nog gestaag, ik denk omdat wij daar een sterk profiel hebben. Maar andere scholen hebben er zeker onder te lijden.”
Een scholengemeenschap in Amsterdam-West ging daarom in 2005 in protest bij de gemeente, maar officieel gaat de gemeente er niet over. De besturen van alle scholen voor voortgezet onderwijs moeten de spreiding in de regio zelf regelen. De gemeente moet alleen zorgen dat er gebouwen zijn.
Witte bolwerken
De meeste gymnasia gaan door voor witte bolwerken waar leerlingen uit de elite op zitten. Ger Smit schat dat het aantal allochtone leerlingen gemiddeld op een procent ligt. “Dat is heel laag, daar is nog een hoop te winnen.” Volgens hem ligt het niet aan de gymnasia zelf. In Amsterdam wordt zelfs actief geworven, onder andere met spitsklassen en andere cursussen. Raeven en Van Rijn zijn er trots op dat het Cygnus, net als het Pieter Nieuwland College, een groot aantal leerlingen uit achterstandsgezinnen heeft. Het Pieter Nieuwland is volgens hen een echte afspiegeling van de buurt met zo’n 50 procent allochtone leerlingen. Op het Cygnus is dat 25 procent, hoog vergeleken met de rest van de stad, waar het gemiddelde op 9 procent ligt. Sinds acht jaar worden basisscholen in Oost persoonlijk benaderd met het verzoek talentvolle leerlingen te scouten om hen het 8+ project te laten doen. Van Rijn: “Dat kost heel veel tijd. We doen dat nu ook voor het Cygnus. Het blijkt dat heel veel ouders op achterstandsscholen niet van het bestaan van een gymnasium weten. Als een kind een vwo-advies heeft, verzuimt de school vaak te wijzen op de mogelijkheid van een apart gymnasium.” Met het 8+ project krijgen ze materiaal voor vakken als Latijn, Grieks, Nederlands, Engels en wiskunde. Volgens Van Rijn hebben echt talentvolle leerlingen in groep 8 na oktober/november niet zoveel te doen. Ze kennen de stof en lopen zelfs het risico onderpresteerder te worden omdat ze niet genoeg worden uitgedaagd. Inmiddels melden scholen zich ook uit zichzelf aan voor het project. Jaarlijks doen er tachtig tot negentig leerlingen mee, vier per basisschool. “Tussendoor komen de leerlingen hier op school. Dan moeten ze bijvoorbeeld een vliegtuigmodel op schaal bouwen. Ze doen ook mee aan het taaldorp voor bijvoorbeeld het vak Duits, dan gaan ze in een restaurant in het Duits iets bestellen.” Wil Raeven zegt dat het niet gezien moet worden als een soort werving. “Het is zeker niet de bedoeling om zieltjes te winnen voor het Cygnus. Vorig jaar meldden zich van die groep twintig leerlingen hier aan, maar ze gaan ook naar de andere gymnasia.”
Voelen deze kinderen zich niet snel buitengesloten op een gymnasium?
Van Rijn schudt zijn hoofd. “Nee, hier is de sfeer meer down to earth. De school is behoorlijk gemengd. Op een gymnasium in Amsterdam-Zuid zou dat anders kunnen liggen.”
Vaak haken achterstandsleerlingen toch af omdat ze het niveau niet kunnen bijbenen. Wil Raeven: “Daarom werken wij op het Pieter Nieuwland met extra taallessen. Op het Cygnus wordt dat ongetwijfeld ook ingevoerd.”
Extra begeleiding
Op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, ooit het zwarte gymnasium genoemd, is 15 tot 18 procent van de leerlingen allochtoon. “Wij zijn daar niet zo mee bezig dat we dat precies bijhouden”, zegt Els Oosterlaan, conrector van de onderbouw. Ook is er nooit sprake geweest van werving op basisscholen. “We zouden dat misschien wel moeten doen, omdat je je als school toch moet positioneren in een grote stad. Tegelijkertijd knallen we met onze 1086 leerlingen nu uit ons gebouw. Dus daarmee heeft het bestuur een probleem.”
Er bestaat op het Erasmiaans geen speciaal traject voor achterstandsleerlingen, maar wel extra begeleiding waar dat nodig is. “We hebben onze steun-uren en we koppelen leerlingen van de bovenbouw als mentor aan de leerlingen uit de onderbouw. Bij ons ligt alles niet zo formeel vast, maar als Mohammed opeens drie vijven heeft, dan slaan we wel alarm om te zorgen dat hij die achterstand weer inhaalt. Er is ook geen grotere uitval onder deze groep vergeleken met de andere leerlingen.”
Volgend schooljaar start het Erasmiaans samen met de rijksuniversiteit van Groningen met dia-taal. Een digitaal taalprogramma voor het voortgezet onderwijs waarmee het niveau van de leerlingen getest en zonodig bijgesteld wordt.
Grenzen
Hoe moet het verder als de behoefte aan aparte gymnasia blijft toenemen? Ger Smit denkt dat het nog niet zo makkelijk is het huidige volume op te rekken. “Alle gymnasia zijn door hun reservecapaciteit heen en lopen tegen hun grenzen op. Maar echte oplossingen zijn er niet. Het Barlaeus of het Vossius in Amsterdam zouden bijvoorbeeld kunnen besluiten een tweede gebouw te openen, maar dan moet je twee gebouwen bekostigen die allebei halfvol zijn. Een nieuw gymnasium oprichten mag zomaar niet, je moet 400 leerlingen hebben en kunnen aantonen dat in de omgeving geen gelijksoortig onderwijs wordt gegeven. Je kunt je gymnasiumafdeling oppimpen en in een apart gebouw zetten, zoals het Vierde Gymnasium en het Cygnus, maar dan word je niet betaald als een aparte school. De groei die deze scholen doormaakten, moesten zij steeds voor het eerste halfjaar zelf voorschieten. Bovendien denk ik dat het nog niet makkelijk wordt om een brinnummer te krijgen voor deze scholen. Wij vinden dat er voor ieder kind plek moet zijn, maar meestal loop je toch achter de feiten aan.”