- blad nr 12
- 27-6-2009
- auteur S. Ridder
- Mijn leerling & ik
Sander & Eric
Ook in de onderbouw hadden de twee al een klik, al was het toen nog een ‘gewone’ band als docent en leerling. “Hij was prettig eigenwijs en we hielden allebei van tennis. Hij vertelde me in die tijd dat hij niet kon tennissen omdat hij met een knieblessure kampte die maar niet overging. Na verder onderzoek bleek het botkanker te zijn. Ik weet nog dat hij weer op school kwam na zijn eerste chemokuur. Doodziek, zijn vader was mee.” Eric stapte destijds op Sander af en maakte een praatje. Dat werd gewaardeerd door de jongen. Eric: “Contact, aandacht, vriendschap. Sander was er een kei in, zo ziek als hij zelf was. En hij kon het waarderen als een ander er voor hem was.”
Held
Voor de themaviering over naastenliefde maakte Sander een videoboodschap. Sander op de video: ‘Maak even een praatje, of stuur een kaartje. Je kunt echt iets voor iemand betekenen. Doe het gewoon’. Als Eric de video bekijkt krijgt hij opnieuw een brok in zijn keel. Eric: “Dit maakte hij een maand voor zijn dood. De themaviering zelf stond gepland in de laatste week van oktober. Het werd ook de week van de begrafenis van Sander.”
Sander maakte indruk op de leerlingen van het Alfrink College in Zoetermeer. Bij een andere themaviering maakten leerlingen een lijst van hun helden. De naam Sander van der Ham prijkte tussen namen als Martin Luther King en Nelson Mandela.
Vriendschap was belangrijk voor Sander. Er vielen mensen af, die niet goed konden omgaan met zijn ziekte en met de manier waarop Sander daarmee omging. Eric: “Dat deed hem veel pijn. Hij had er ook geen begrip voor dat mensen het eng vonden om op hem af te stappen. Hoe kan angst om het verkeerd te doen nou groter zijn dan naastenliefde? En hij maakte cynische grappen. Toen hij zijn graf had uitgezocht, tegenover de tennisbaan, zei hij tegen mij dat het graf ernaast nog vrij stond. ‘Kun je naast me komen liggen’. Hij wist dat hij harde grappen kon maken. In een van onze laatste gesprekken zei hij nog dat hij het zo waardeerde dat ik zijn humor begreep en hem met gelijke munt kon terugbetalen.”
Ziek van chemo
Sander was ook een vechter. Ondanks al zijn operaties en chemo’s bleef hij knokken om zijn vwo-diploma te halen. Eric: “Hij wilde namelijk dolgraag psychologie studeren en met die studie mensen helpen. Maar elke keer kwam die kanker terug. Hij verloor een been, werd kaal en was ziek van de chemo en de narcose. Maar hij bleef op school komen.”
In het derde jaar dat hij examen deed, moest Sander na zijn derde periode nog maar één vak, aardrijkskunde. Maar er is natuurlijk geen vierde periode. Hij zou zijn eindexamenjaar voor de vierde keer moeten doen. Eric: “Zoveel onrecht konden we als school niet aanzien. Tot aan de hoogste ambtenaar hebben we het aangekaart om hem nog een herexamen te kunnen bieden. Zonder succes. Een persoonlijke brief naar Onderwijsminister Maria van der Hoeven was een schot in de roos. Zij regelde voor hem een eindexamen. En hij haalde het. Op 11 december 2006 kwam zij zelf zijn diploma uitreiken. Ze was daar als mens, niet als minister. Geweldig mens, echt een kanjer.”
Knipoog uit de hemel
Na Sanders examen is Eric nog veel bij hem thuis geweest. Eric: “We hadden intense gesprekken. Over de dood, het geloof en over vriendschap. Hij wilde niet dood. ‘Ik wil tachtig worden’, zei hij dan. Het is hem niet gegeven, zo zonde. Ik zei altijd dat als er meer mensen zoals hij zouden zijn, met zijn karakter en zijn inlevingsvermogen, de wereld er een stuk mooier uit zou zien.”
Eric schiet vol als hij vertelt over het moment dat Sanders vader hem vroeg om op de begrafenis te spreken. Eric: “Sander wilde alles zelf organiseren en natuurlijk had hij dus ook zijn op- en aanmerkingen op mijn tekst. Typisch Sander. Zelfs mijn autoradio ‘regelde’ hij. Toen hij was overleden belde zijn vader. Ik stapte in de auto om naar hem toe te gaan. De autoradio ging aan. Goodnight Saigon van Billy Joel. Toepasselijker had het niet gekund. Ik had Sander bij mij in de tuin namelijk uitgebreid lesgegeven over Vietnam, het eindexamenonderwerp voor geschiedenis dat jaar. En dan dit nummer op mijn autoradio, als eerste lied na zijn dood. Mijn vriend gaf mij nog een knipoog uit de hemel.”