• blad nr 12
  • 27-6-2009
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

10 tips 

Hoe om te gaan met straf?

Gevloek, gejengel en geklier. Soms gedragen leerlingen zich zo vervelend dat je wel moet straffen. Toch? Maar hoe doe je dat eigenlijk? “Het is de kunst om situaties te creëren waarbij je allebei wint.”

1
Verdiep je in de theorie
Over straffen zijn de meningen verdeeld. Orthopedagoog Astrid Boon verwoordt de ene opvatting in haar boek ‘Straf/Regels’, waarin zij ervaringen van leerlingen vergelijkt met wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Een andere visie staat beschreven in ‘In plaats van schorsen’ van Jan Ruigrok en Hans Oostrik. Hier is het uitgangspunt dat een conflict dat zonder straffen of verwijdering wordt opgelost, vaak als een overwinning wordt ervaren.

2
Voorkomen is soms beter
Herald Hofmeijer, docent aan de Marnix Academie in Utrecht, kan zich het best vinden in de laatste titel. Hij houdt niet van straffen, omdat leerlingen daar weinig van leren. Hij voorkomt het uitdelen van straf liever door (tijdig) belonen van gewenst gedrag. “Een sociale beloning - een glimlach of schouderklopje – betekent erkenning van de docent en dat geeft kinderen een goed gevoel.”

3
Geef altijd een escape
Vertel overlastgevende leerlingen vooraf wat ze te wachten staat als hun gedrag niet stopt. Hofmeijer: “Als ze het gedrag blijven vertonen, zijn de gevolgen onderdeel van een eigen keuze.” Wanneer ‘dreigen’ met de gevolgen? Bij de tweede waarschuwing, vindt Astrid Boon, als orthopedagoog voorstander van strafregels. “Als je het nog een keer doet, gaat het je tijd kosten.”

4
Niet lullen, maar poetsen
Vooral tieners laten zich meer beďnvloeden door doe- dan door zeg-gedrag, aldus Boon. “Zij doen steeds iets en wij zeggen met steeds meer woorden dat het niet mag. Als klap op de vuurpijl gaan we een ‘goed gesprek’ aan met zo’n leerling. Ik zie docenten boos praten met kinderen, omdat ze blijven babbelen.”
Marianne Hippe, docent Engels op een middelbare school, erkent dat discussiëren in zulke situaties zelden helpt. “Met praten win je ze dan niet. Bovendien verlies je kostbare lestijd.”

5
Pak leerlingen tijd af
Astrid Boon adviseert strafregels waarin het ongewenste gedrag kort en duidelijk benoemd staat, zoals: ‘Het is onverstandig van mij om in de les te neuriën. Daarmee leid ik de klas af. Voortaan stop ik na één waarschuwing, anders moet ik er weer strafregels over schrijven’. Deze alinea moet de leerling een aantal keren overschrijven. Zo’n geregisseerde afhandeling van een incident werkt perfect, zegt Boon. “De leerling mist geen schooltijd, maar vrije tijd. Die pak je af.” Hoeveel? Een kwartier tot een half uur voor kinderen op de lagere school, en dertig tot zestig minuten per overtreding voor leerlingen op de middelbare school.”

6
Betrek de ouders
Laat het strafwerk ondertekenen door de ouders, adviseert Hippe. Zo weten zij meteen wat hun (b)engel gedaan heeft zonder dat jij hoeft op te bellen. Ze kunnen er vervolgens zelf met hem of haar over praten. ‘Zit jij te neuriën in de les? Luister jij niet naar de docent?’ De schrijfstraf levert vaak leuke reacties op, merkt Boon. Een moeder schreef: ‘Liever te hard gezwoegd dan dat het strafwerk een lachertje is’. “De straf voor haar puber had te weinig om het lijf, vond zelfs de moeder.”

7
Zorg voor passende straf
“Als een leerling door de les heen fluistert, mag daar niet een middag nablijven tegenover staan. De straf moet in verhouding staan tot het gedrag.” Hofmeijer houdt van ‘natuurlijke’ straf: “Als een kind op jouw jas schrijft, kan de ‘straf’ zijn dat hij de jas schoonmaakt en daarna excuses aanbiedt om de relatie te herstellen.” Stem de straf ook af op de persoon. Niet buiten mogen spelen is voor Mika een straf, maar Katja maalt er niet om. Let er wel op dat je de straf kunt verantwoorden aan de groep.

8
Laat ze meedenken
“Twee kinderen die elkaar de haren uit het hoofd trokken tijdens het voetballen, liet ik zelf meedenken over een oplossing”, zegt Hofmeijer. “Samen kwamen we op het idee binnen een bordspelletje te doen. Als dat lukte, konden ze ook weer samen voetballen buiten.”
Ook bij de schrijfstraf is die eigen invulling een mogelijkheid, maar de uitwerking verschilt nogal. “De opdracht ‘maak er een opstel over’ kan een open uitnodiging zijn voor een kritisch, arrogant epistel over de docent. ‘Ik deed dit, omdat u dat deed’. Sommige leerlingen zijn na een paar zinnen bovendien uitgeschreven: ‘Meer weet ik niet’.

9
Eruit?
Een kind in de hoek of op een kruk voor in de klas zetten, is vernederend. Daarmee veroordeel je het kind en niet het gedrag en verpest je de onderlinge relatie, vindt Hofmeijer: “Als een kind storend gedrag blijft vertonen, probeer dan te achterhalen waarom het kind niet gewoon zijn schoolwerk doet.” Een situatie waarbij de leraar ‘ERUIT! NU!’ schreeuwt, kan alleen maar verkeerd aflopen. Of de leerling of de docent ‘verliest’. “Als je op scherp speelt, is de kans groot dat het niet goed uitpakt. Het is de kunst om situaties te creëren waarover je allebei tevreden kunt zijn.”

10
Zorg voor rugdekking
Soms zeggen ouders: ‘Strafregels? We zitten toch niet in de Middeleeuwen!’ “Als de afdelingsleider dan reageert: ‘De docent staat in haar recht, want dat zijn de regels op school’ is er niets aan de hand”, zegt Hippe, die de strafformulieren vaak tijdens de les op de tafeltjes van de boosdoeners legt. Als ze zich daarna goed blijven gedragen, haalt ze het formulier weer weg. Het is een spel dat voortdurend op de achtergrond aanwezig is. “Vroeger stuurde ik soms wel vier leerlingen de gang op. Daar vermaakten ze zich best, waardoor ze de aandacht naar zich toe trokken en een storende factor bleven. Sinds ik schrijfstraffen uitdeel, geef ik fluitend les.” Iedereen kan het leren, aldus Boon: “Je moet het je eigen maken, net als een tennisslag.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.