• blad nr 12
  • 27-6-2009
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Vrijblijvend opportunisme

Minister Plasterk gaat uitzoeken hoe het komt dat jonge leraren het beroep zo snel weer verlaten. Hij doet dit, omdat zijn partijgenoot en parlementariër Marianne Besselink daarom vraagt.
Zal ik, om tijd te besparen, dat onderzoek dan maar even doen? Gratis en voor niks? Waarom jonge leraren het beroep verlaten, is namelijk bekend. Hier valt volgens het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt 25 procent van de startende leraren binnen vijf jaar af. Dit is geen typisch Nederlands fenomeen. De Verenigde Staten en Engeland bijvoorbeeld hebben hogere uitvalpercentages. Ook in België is het mis. Dat bleek onlangs uit een onderzoek in opdracht van minister Vandenbroucke. Het dagblad de Standaard kopt: ‘Weinig leraars verlaten beroep.’ Even verderop: ‘Bovendien is er een grote uitstroom van jongeren, de eerste vijf jaren na het afstuderen, onder meer omdat hun werk zo labiel is.’ En zo zal het altijd zijn. Degene die in de beginperiode succeservaringen heeft, het werk leuk gaat vinden, doet nooit meer iets anders. De ander bij wie het niet lukt, blijft alleen als hij nergens terecht kan. Enquêtes leveren mondiaal ook steevast dezelfde motieven voor vertrek op: vervelende kinderen, matig management, hoge werkdruk en slechte begeleiding. Het antwoord ‘ik kan er geen zak van’ scoort opvallend laag. Einde onderzoek.
Mooi, zullen Plasterk en Besselink zeggen. Dit onderzoek leert dat leraren krijgen niet zo moeilijk is, hen houden wel; maak daarom geld vrij, bedenk maatregelen. Maar dat is al gebeurd! Starters hebben een relatief kleine lestaak, een coach, een vakbegeleider en iemand die het proces daar omheen weer coördineert. En als het na een jaartje pamperen bevalt, gaan ze sneller door de salarisschalen en hebben volop perspectief op hogere en beter betaalde functies. Arbeidsvoorwaarden voor jonge leraren zijn nog nooit zo goed geweest. Neem het zwangerschapsverlof. Mijn vrouw kreeg ruim tien jaar geleden een kind in juni en stond in september voor de klas… op een andere school, want ze was door haar bestuur verplaatst. Vandaag zou dat verlof pas na de vakantie ingaan en daarna volgt ook nog eens ouderschapsverlof. Wat wil de jonge collega nog meer? Want vergeet niet, in een gebudgetteerde organisatie geldt: wat zij erbij krijgen, gaat ten koste van een ander en die anderen hebben ook pijlen op hun boog. De oudere leraar moet langer doorwerken, maar is zóóóó moe en eist faciliteiten. En dan de middengroep, die wil carrièrekansen, anders gaan zij ook weg, hoor. Kortom, het is overal hommeles.
De conclusie is dan ook bitter: de spontane politieke zorg voor de startende leraar past in de categorie vrijblijvend opportunisme. De crisis maakt hier gelukkig snel een eind aan. Na de zomer laat de grote gelijkmaker het ware gezicht zien. Vanaf de bouwvak schiet de werkloosheid omhoog en op Prinsjesdag komt de overheid tientallen miljarden tekort. Ook dan hebben leerlingen recht op gedegen en inspirerende lessen. Niemand heeft het meer over het Kamerlid Besselink en haar onzinnige exercitie. Vanaf dat moment geldt: Geen zin in lesgeven? Ga lekker wat anders doen!

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.