• blad nr 12
  • 27-6-2009
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Werken na je 65ste

Slechts één op de acht Nederlanders vindt het volgens een enquête van TNS Nipo niet erg om door te werken na het 65ste levensjaar. Een derde denkt zelfs deze leeftijd niet werkend te halen. Toch zullen we er van het kabinet aan moeten geloven. Tenzij de sociale partners dit najaar met betere alternatieven komen. De vakcentrale FNV publiceerde een ‘keuzemenu’ met alternatieven. De AOb is minder enthousiast over sommige ‘gerechten’.

Tekst Ad Moerman

Nog twee jaar doorwerken na je 65ste: het lijkt logisch en onvermijdelijk. De bevolking vergrijst in hoog tempo. Als iedereen op 65-jarige leeftijd met pensioen blijft gaan, dan blijven er domweg te weinig mensen over voor ‘alle klussen’ die noodzakelijk zijn om de samenleving draaiende te houden. Bovendien kan het makkelijk. Immers, de meeste mensen werken minder lang dan in 1957, het jaar waarin het kabinet-Drees de aow invoerde. Ook is het werk minder zwaar en is de gemiddelde gezondheid van de Nederlander beter.
Het kabinet-Balkenende omarmde bovenstaande al veel langer rondzingende argumenten ‘als de minst onaantrekkelijke optie’ om het land gaande te houden. Het moest er maar eens van komen: een stapsgewijze verhoging naar een pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar. Vanaf 2040 moet de maatregel vier miljard euro (0,7 procent van het bruto binnenlands product) op jaarbasis aan lagere aow-uitgaven opleveren. Het gelijktijdig optrekken van de pensioenleeftijd geeft bovendien de pensioenfondsen wat meer lucht. Die worstelen sinds het uitbreken van de kredietcrisis met hun dekkingsgraad van minimaal 105 procent. Een verhoging van de pensioenleeftijd kan volgens het ministerie van Sociale Zaken al gauw 5 procent extra dekkingsgraad opleveren. Ter vergelijking: als de rente 1 procent stijgt, gaat de dekkingsgraad met bijna 15 procent omhoog.
Het kabinet wil mensen met een zwaar beroep ontzien. Maar wie en wat in de categorie ‘zwaar beroep’ valt, is op dit moment nog niet duidelijk.

Hypotheekrente
De vakcentrale FNV vindt het allemaal maar niks. Voorzitter Agnes Jongerius wil desnoods de barricaden op om de plannen te torpederen. De vakcentrale publiceerde het boekje ‘Samen werken voor de aow’, waarin de problematiek uiteen wordt gezet: ‘De bezuiniging via gemorrel aan de aow-leeftijd is helemaal niet onvermijdelijk, maar oneerlijk, onnodig en ondoordacht.’
Volgens de FNV zijn vooral de minder draagkrachtigen van zo’n aow-maatregel de klos. Zij leven over het algemeen korter, profiteren dus minder lang van de aow, terwijl ze vaak ook nog langer hebben gewerkt, in zwaardere beroepen. Bovendien kunnen rijkeren makkelijker sparen om eventueel op eigen kosten eerder te stoppen.
Er zou veel meer gedaan moeten worden om mensen tot hun 65ste aan het werk te houden, meent de FNV. En over vrijwillig langer werken valt met de centrale best te praten. “We gaan niet bezuinigen om de hypotheekaftrek van miljonairs te kunnen blijven betalen”, redeneert Jongerius, die de aanpak van de hypotheekaftrek boven de 1 miljoen euro als een van de alternatieve bezuinigingen aandraagt.
“Een prima idee”, zegt AOb-bestuurder Ton Rolvink. “Daarmee haal je zo twee derde van de nodige besparing binnen.” Ook kan hij zich vinden in de voorstellen om de aow-premies en awbz-premies verder te fiscaliseren. De vakcentrale draagt zo acht A4’tjes met maatregelen aan die een veelvoud van de gevraagde vier miljard opleveren. Dit najaar buigt de Sociaal Economische Raad zich over de alternatieven voor het kabinetsplan.

Zorgpremies
De AOb kan zich grotendeels vinden in de geopperde alternatieve bezuinigingen. Op twee punten na. Het idee van de centrale om de premies voor zorgverzekeringen verder inkomensafhankelijk te maken, zal vooral de middeninkomens treffen. “We moeten hier niet opnieuw aan gaan morrelen. De mensen zijn nog steeds niet bekomen van de stelselwijziging die nogal wat nadelige financiële gevolgen heft gehad. Nu nieuwe verslechteringen invoeren is ongewenst. Ook omdat de AOb-leden vooral te vinden zijn in die middengroepen”, stelt Rolvink. Verder heeft hij moeite met het sneller afschaffen van de ‘aanrechtsubsidie’. “Het kabinet wil dat in vijftien jaar doen. Dat moet je niet sneller willen. Dan tref je huishoudens die nog in het oude patroon zitten en voor wie het echt te moeilijk is om dat stramien zomaar om te buigen.”


{kader}
Vergrijzing en ontgroening

De verhouding tussen oud en jong verandert drastisch. Het geboortecijfer was in 1965 nog drie kinderen per vrouw. Nu is dat ongeveer 1,7. Tegelijk is de levensverwachting toegenomen en zal dat de komende decennia naar verwachting blijven doen.
Vanaf volgend jaar neemt door de vergrijzing en ontgroening de beroepsbevolking af en gaat het aantal 65-plussers hard stijgen. In 1957 (invoering aow) stonden tegenover één aow’er zes mensen in de leeftijd van 20 tot 64 jaar. Nu is die verhouding één op vier. Op het hoogtepunt van de vergrijzing, rond 2040, zal de verhouding bijna één op twee zijn.

Uittreedleeftijd hoger
Nu kost de aow 27 miljard per jaar. Op het toppunt van de vergrijzing zal dat zo’n vijftig miljard euro zijn. Werken tot en met 67 jaar levert volgens het kabinet in 2040 vier miljard per jaar op. Om het financiële gat verder te dichten, zullen ook mensen onder de 65 meer moeten gaan werken. Nu stoppen we gemiddeld op bijna 62-jarige leeftijd. De arbeidsmarkt voor ouderen (boven de vijftig jaar) functioneert slecht. Met maatregelen als premiekortingen en doorwerkbonussen probeert de overheid een en ander vlot te trekken. Dit zal ongetwijfeld de stijging van de gemiddelde uittreedleeftijd versterken. De afgelopen tien jaar ging die al met twee jaar omhoog.

Varianten
Hoe het kabinet de hogere aow-leeftijd wil invoeren, is nog onduidelijk. Vele varianten zijn denkbaar. Bijvoorbeeld met een koppeling aan de stijgende levensverwachting. Of aan een al dan niet zwaar arbeidsverleden. Ook is een mogelijkheid om voor iedereen een flexibele aow-pot in te stellen. Wie langer doorwerkt, krijgt daarna per jaar een hogere aow-uitkering. Ook wordt nagedacht over een invoering met verschillende snelheden. De eerst paar jaar gaat de aow-leeftijd een maand per jaar omhoog, daarna twee of drie maanden per jaar. Verder wordt bediscussieerd om mensen parttime de aow in te laten gaan.

Buitenland loopt voor
Nederland is niet het enige land dat sleutelt aan de oudedagsvoorzieningen. We lopen zelfs achter, vooral omdat elders de pensioenproblemen groter zijn. In Noorwegen gaat de pensioenleeftijd volgend jaar al naar 67, met de mogelijkheid om eerder of later te stoppen. Uiteraard met daaraan verbonden consequenties voor de hoogte van de uitkering. Zweden heeft een soortgelijk systeem.
Duitsland en Engeland hebben gekozen voor een stapsgewijze verhoging naar 67 en 68 jaar. De Duitsers starten in 2012, de Britten pas in 2024.

Alle kanten op
Niet iedereen is enthousiast over het idee van langer doorwerken. Werkgeversorganisaties vrezen bijvoorbeeld hogere kosten die gemoeid zijn met het langer ‘aan de praat houden’ van ouderen.
Ook het Centraal Planbureau (CPB) leverde kritiek op de ‘boterzachte plannen’ van minister Donner van Sociale Zaken. Volgens het CPB is de minister bij het inboeken van vier miljard besparing in 2040 veel te optimistisch. Een kwart van de beroepsbevolking moet twee jaar langer doorwerken om dat bedrag binnen te halen. Dat is een verdubbeling van het aantal 64-jarigen dat nu nog werkt. Het CPB noemt dat onrealistisch.
Econoom Flip de Kam meent dat de stijging van de zorguitgaven, onder andere als gevolg van de vergrijzing, eigenlijk een veel groter probleem is dan de pensioenleeftijd.
Maar er zijn ook volop deskundigen die werken tot je 67ste een fantastisch idee vinden. De Tilburgse hoogleraar Lans Bovenberg vindt het zelfs een goed idee om door te gaan tot het 69ste levensjaar.

{kadertje aan het begin, opvallend}
Het gemiddelde Culemborg

Culemborg wordt weleens omschreven als ‘het gemiddeldste stadje’ van Nederland. Een a-select steekproefje langs Culemborgse leerkrachten geeft een beeld hoe de gemiddelde onderwijsgevende tegen twee jaar langer doorwerken aankijkt. Ze redeneren vooral uit het belang van de leerling.

{spreiden over pagina’s, met foto’s}
“Ik loop 25 jaar rond in het onderwijs. In al die jaren heb ik maar heel weinig docenten ouder dan zestig gezien die nog steeds gelukkig en fris hun werk doen. Ik denk dus niet dat verplicht langer voor de klas goed is voor de leerlingen. Misschien dat er ander werk voor ouderen is te bedenken.”

Marco Baars (47), docent geschiedenis op scholengemeenschap Lek en Linge

“Eerst maar eens veertig zien te worden. Bij ons werkt driekwart van de oudere docenten nog met plezier. We moeten de stand van de techniek op de voet volgen en dat houdt ons fris en jong. Ik vind mijn werk geweldig en ga dus graag door als het zover komt.”

Franc van der Bent (38), hoofddocent digitale signaal processing aan de Hogeschool Utrecht

“Nu vind ik het het leukste vak van de wereld. Maar stel je voor: als 67-jarige voor groep 1 en 2. Ik moet er niet aan denken. Dat leeftijdsverschil is te groot. Je mist dan de feeling met de belevingswereld van kinderen. Ook is zo’n volle klas te intensief op die leeftijd. Maar je hebt dan wel volop ervaring om bijvoorbeeld jongere collega’s te coachen.”

Esther van Kooten (38), onderwijzeres groep 1 en 2 aan de Oranje Nassauschool

“Het liefst zou ik op mijn vijftigste stoppen en al mijn kennis en ervaring via een website willen overdragen aan jongeren. Ik merk nu al dat het moeite kost de popmuziek en tv-series van de jongeren een beetje bij te houden. Mijn moeder ging door tot in de zestig. Ze is nu 72 en als ik haar nu zou bellen voor een invalbeurt, dan zou ze morgen nog voor de kleuters willen.”

Bayonne Sollman (46), onderwijzeres bovenbouw van ‘t Praathuis

“Ik werk nu vaak meer dan toen ik nog een vaste baan had. Ook geef ik twee avonden per week Spaans. Enkele maanden na de pensionering begon het kriebelen aan het begin van het schooljaar. Een week later stond ik als zwangerschapsvervanging voor de klas. Op dit moment werk ik twee vaste dagen. Kinderen en ouders lopen nog steeds met me weg. Stapels met ontroerende brieven en tekeningen kreeg ik op mijn zeventigste verjaardag.”

Betsy Claassen (71), invalkracht op de Montessorischool en de Distelvlinder

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.