- blad nr 12
- 27-6-2009
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
De aarzelende overheid
Die truc is vooral zo vreemd omdat de hoge salarissen van collegevoorzitters in bestuurskringen onder andere werden verdedigd met het onzekere toekomstperspectief van collegeleden. Zouden zij na hun bestuursperiode nog wel aan een baan komen? Met het hoge salaris kunnen zij een spaarpotje aanleggen voor de periode daarna. Dus is er geen enkele reden om mensen via dit soort constructies in dienst te houden.
De discussie over dit soort constructies voegt weer een nieuw hoofdstuk toe aan de soap van de topsalarissen. De ene keer zien we dat de salarissen te hoog zijn; politici spreken er schande van, maar er gebeurt nog niet zo veel. Dan blijkt dat er bonussen worden toegekend op ondeugdelijke gronden; opnieuw politieke verbazing, maar geen maatregelen. Dan kunnen ex-bestuurders rekenen op een afvloeiingsregeling waar gewone werknemers alleen maar van kunnen dromen; weer bozigheid in Den Haag, maar geen maatregelen.
Terwijl de oorsprong van alle problemen helder is: het ontbreken van duidelijke regels maakt dat een deel van de bestuurders steeds weer zoekt naar sluipwegen naar hoge beloningen en andere extraatjes. Minister Plasterk zie je aarzelen. Jaja, er komt wetgeving. Maar dat duurt nog even. Daarom is er voor de tussenliggende periode actie nodig van de overheid: regels, wetgeving. De AOb pleit voor noodwetgeving zodat aan alle excessen een einde komt.