• blad nr 6
  • 28-3-2009
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Spijbelen wordt moeilijker

Bij veel bve-instellingen kunnen leerlingen rustig een dagje spijbelen. Het registratiesysteem werkt maar op een kwart van de bve-afdelingen. Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt wil daarom de registratie vereenvoudigen door de invoering van één digitaal loket per september.

De hele spijbelregistratie moet een gesloten systeem zijn dat heel snel werkt. Binnen drie dagen hoort de leerplichtambtenaar op de hoogte te zijn van ongewenst verzuim. Die snelheid is er niet op alle scholen in het voortgezet onderwijs. En bij veel bve-instellingen kunnen leerlingen rustig een dagje wegblijven, daar werkt het systeem maar op een kwart van de onderzochte afdelingen. Volgens de inspectie is spijbelen wel moeilijker geworden, dus is er sprake van vooruitgang. Dat blijkt ook uit gesprekken met leerlingen, die, als ze betrapt worden, een flinke straf krijgen.
Maar vaak is het op scholen onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Docenten zijn eerder geneigd tot een pedagogische aanpak en hebben een broertje dood aan administratie. Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt wil daarom het meldgedrag van scholen vereenvoudigen door de invoering van één digitaal loket per september dit jaar. Als een leerling zestien uur (zo’n drie dagen) ongeoorloofd afwezig is over een periode van vier weken, dan moet dat gemeld worden. De Onderwijsinspectie krijgt de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen aan scholen die hun verzuimbeleid niet op orde hebben. De leerplichtambtenaar blijft toezien op de naleving van de leerplichtwet, maar moet zich dan vooral richten op ouders en leerlingen.
De Haagse Onderwijswethouder Sander Dekker heeft sinds twee jaar een eigen methode om het spijbelen tegen te gaan. Zodra de leerplichtambtenaren horen dat een leerling thuiszit, worden zijn ouders opgeroepen om op het stadhuis te verschijnen. Volgens Dekker krijgen leerlingen de keuze: school, werk óf een combinatie van beiden. Den Haag claimt het laagste percentage vroegtijdig schoolverlaters te hebben van de grote steden: 5,7 procent. Het totaal aantal vroegtijdig schoolverlaters is gezakt naar 18,7 procent. (GvdM)

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.