• blad nr 4
  • 28-2-2009
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Invoering competentiegericht onderwijs niet ‘Dijsselbloem-proof’

De invoeringsoperatie van het competentiegerichte onderwijs in het mbo voldoet op belangrijke punten niet aan de eisen die de commissie-Dijsselbloem stelt aan onderwijsvernieuwingen.

Zo is er onvoldoende draagvlak gezocht onder docenten, ligt er aan de invoering geen wetenschappelijk onderzoek ten grondslag, zijn alternatieven niet overwogen, is het ‘oude’ eindtermgerichte onderwijs niet systematisch geëvalueerd en geldt de ‘experimenteerfase’ eigenlijk als een geleidelijke maar onomkeerbare invoering.
Dat stelt een rapport van het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven van de Tweede Kamer. Het is een van de vier deelonderzoeken die op verzoek van de vaste Kamercommissie voor onderwijs zijn uitgevoerd naar de invoering van het competentiegericht onderwijs in het mbo. Het is voor het eerst dat een lopende onderwijsvernieuwing aan de ‘Dijsselbloem-toets’ wordt onderworpen. De parlementaire onderzoekscommissie-Dijsselbloem formuleerde begin vorig jaar criteria die belangrijk zijn voor het welslagen van ingrijpende onderwijsvernieuwingen.
De onderzoekers schetsen een ‘klassiek beleidsprobleem’: het beleid krijgt veel aandacht, ‘maar de uitvoering ervan en vooral de uitwerking in de maatschappelijke praktijk, wordt vergeten’.
Wel wijzen de onderzoekers op verbeteringen vanaf 2007 na ingrijpen door staatssecretaris Marja van Bijsterveldt. De afgelopen twee jaar is er volgens het rapport meer oog gekomen voor de uitvoeringsproblemen.
Hoewel het merendeel van de mbo-docenten het uitgangspunt van praktijkgerichter onderwijs ondersteunt, ervaren veel leerkrachten dat veranderingen zonder overleg van bovenaf worden opgelegd. Dat bleek eerder al onder meer uit de bve-enquęte die onderzoeksbureau ITS Nijmegen voor de AOb uitvoerde.
“Zo’n onderwijsvernieuwing invoeren over de rug van het personeel is gedoemd te mislukken”, aldus AOb-bestuurder Gerrit Stemerding.
De AOb wil wettelijk vastleggen dat docententeams een bepalende stem krijgen bij de invoering van de vernieuwingen. Ook wil de bond in regelgeving verankerd zien dat geld voor de uitvoering ook daadwerkelijk daaraan wordt besteed.
Als een politieke meerderheid besluit de invoeringsdeadline van 2010 los te laten, zou Stemerding dat toejuichen. “De kwaliteit is belangrijker dan zo’n deadline. Er is meer tijd nodig, die moet er dan ook maar komen.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.