• blad nr 4
  • 28-2-2009
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Een basisschool is een bedrijf geworden 

De Toverdoos krijgt een college van bestuur

Basisschool De Toverdoos zoekt een voorzitter van het college van bestuur. Het klinkt gek, maar het zou zomaar kunnen. Want basisscholen stappen van een traditionele directie over op een organisatiemodel met een college van bestuur aan de top. “Op hogescholen en roc's lopen collegeleden rond die meer verdienen dan Balkenende. Laten we dat in het basisonderwijs proberen te voorkomen.”

Tabijn, een verzameling van zo'n dertig basisscholen in Noord-Holland, zoekt een voorzitter voor het college van bestuur. Hetzelfde geldtvoor Innovo (zestig basisscholen in midden-Limburg) en SKOzoK (dertig basisscholen in Brabant), Meervoud (twintig basisscholen nabij Rotterdam) en Fluvius (twintig basisscholen in de regio Arnhem).
Een greep uit de kranten van afgelopen najaar laat zien dat colleges van bestuur, vanuit universiteiten, hogescholen, roc's en het voortgezet onderwijs, nu ook in het basisonderwijs beginnen door te dringen.
En dat is logisch. Tenminste, zo vinden de betrokkenen. In de traditionele situatie worden basisscholen geleid door een directie met daarboven een schoolbestuur, dat doorgaans bestaat uit goedwillende vrijwilligers. “Maar het verzorgen van onderwijs is door alle geldstromen zo ingewikkeld geworden dat het een professionele aanpak vergt”, vindt voorzitter Ton Duif van de vereniging van schoolleiders AVS.
Die vrijwillige bestuurders zijn ook nog eens eindverantwoordelijk voor het gevoerde beleid. Want de directie voert, juridisch gezien, uit wat het bestuur wil. In de praktijk heeft de directie natuurlijk veel armslag en hobbelt het bestuur er vaak achteraan, ook al omdat het slechts een paar keer per jaar bijeenkomt. Juridisch wringt dat. “De directie beschikt over alle informatie, het bestuur niet”, zegt Albert Koedam, voorzitter van de raad van toezicht van de scholengroep Prisma in Almere. “Als je het overdrijft, kun je zeggen dat de directie beslissingen neemt waar anderen vervolgens verantwoordelijk voor zijn.”

Slagvaardiger
Bij een college van bestuur liggen de verantwoordelijkheden veel duidelijker. Het college neemt dan zelf de beslissingen en draagt daar ook de volledige verantwoordelijkheid voor. Zo kun je veel slagvaardiger optreden, vindt directeur Vroon (in feite collegevoorzitter, al heet hij op zijn school nog ‘algemeen directeur’) van de scholengroep PCSV Leiderdorp. “Ik hoef nu niet meer vooraf toestemming aan het bestuur te vragen als ik bijvoorbeeld digitale schoolborden wil aanschaffen.” Waarbij de penningmeester dan zegt (Vroon zet een nasale stem op): “Nou, dat zit er dit jaar echt niet in.” Nee, het college neemt de beslissing en legt daarover verantwoording af aan de raad van toezicht. “Die kijkt of de aanschaf wel past in de visie en in de begroting van de school.”
Als college van bestuur heb je meer armslag dan als traditionele directie, vindt ook Martin de Jong, interim-voorzitter van het college van bestuur van de scholengroep Meervoud bij Rotterdam. Want Meervoud wil professionaliseren en wel naar the next level, zo staat er in de advertentie waarin een nieuwe collegevoorzitter wordt gevraagd. Meer verantwoording afleggen aan externe partners, meer vorm geven aan passend onderwijs, meer carrièrepaden voor de medewerkers mogelijk maken - dat werk. “Een vrijwilligersbestuur dat een keer per maand of per twee maanden bijeenkomt, kan dat soort ontwikkelingen heel lastig vorm geven.”

Bedrijfsleven
De achilleshiel in het nieuwe systeem is echter de raad van toezicht, zegt Ton Duif van de vereniging van schoolleiders. Want als het college van bestuur meer armslag krijgt, moet daar een stevige raad van toezicht boven staan. Een raad die het college bij de les houdt en zo nodig kan bijsturen of terugfluiten, een raad die - in managementjargon - kan sparren met het college.
“In die raad moeten mensen zitten die naar de grote lijnen kijken”, vindt Duif. Daarom is het ook vaak een slecht idee om het oude schoolbestuur te handhaven en alleen de naam te veranderen in 'raad van toezicht'. “Er zijn professionele toezichthouders nodig”, merkt Duif op. “Mensen uit maatschappelijke organisaties, uit de overheid en het bedrijfsleven. Geen ouders die via hun rol als toezichthouder proberen op te blijven komen voor de school van hun kinderen.”
“Toezichthouders moeten wennen aan hun rol”, zegt algemeen directeur Vroon van PCSV Leiderdorp. Om dat proces te vergemakkelijken is de vergaderstructuur aangepast. Er wordt vergaderd aan de hand van algemene agendapunten, zoals 'richting geven'. Waarin bijvoorbeeld aan de orde komt of het college de trends in de maatschappij oppakt. “We hebben het nu met de raad van toezicht over maatschappelijk verantwoord ondernemen”, zegt Vroon. “En niet meer over de plassen op een bepaald schoolplein.”
De leden van de raad van toezicht van Prisma in Almere hebben elk een specialisme, verklaart voorzitter Koedam. Sommige leden hebben een juridische of financiële achtergrond, anderen een onderwijskundige of maatschappelijke. Koedam is zelf afkomstig uit de wereld van de woningcorporaties. “Daarmee zijn aardige parallellen te trekken.”
Maar niet te veel, alstublieft, het is toch niet te hopen dat ook in het onderwijs directeuren zich gaan laten rondrijden in Maserati's met chauffeur. “Tja, toezichthouden is een leerproces”, vindt Koedam. “En dat is een continu proces, ook bij woningbouwcorporaties.”
In het onderwijs is er nog wel een lange weg te gaan, denkt Duif van de AVS. “Ik kom in het voortgezet onderwijs nog af en toe tegen dat de directie van de ene school in de raad van toezicht van de andere school zit. Dan benoemt men dus vriendjes in plaats van kritische toezichthouders. Het moet echt een systeem zijn van checks and balances, anders is het intern corrupt.”
Verder moet er niet alleen een strenge raad van toezicht boven het college staan, dat college moet ook tegenspel krijgen van een krachtige medezeggenschapsraad. Het college van bestuur van Meervoud krijgt dat van GMR-voorzitter Lianne van Rijn. “Als raad proberen wij pro-actief te zijn. We willen niet alleen in de eindfase reageren op stukken van het college die al dichtgetimmerd zijn. We proberen in een vroeg stadium mee te denken.”
Tot zover volgens het boekje dus, want dat proberen alle medezeggenschapsraden. Of het makkelijker is om zaken te doen met een college van bestuur dan met een traditionele directie kan Van Rijn niet zeggen, want ze heeft geen vergelijkingsmateriaal. Wel verwacht ze dat de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zo'n beetje dezelfde omslag moet maken als traditionele besturen: de leden moeten niet meer opkomen voor de belangen van hun afzonderlijke scholen, maar voor het geheel. “Gelukkig zijn niet alle scholen in de GMR vertegenwoordigd, met zowel een ouder als met een personeelslid. Dan zouden we hier met veertig man zitten te vergaderen.” Dat werkt niet.
Volgens Hélène Jansen van de AOb maakt het in de praktijk weinig verschil of een medezeggenschapsraad onderhandelt met een college van bestuur of met een traditionele directie. Tenminste, totdat er een conflict ontstaat. In de klassieke situatie kan de MR het dan hogerop zoeken, bij het bestuur. Dat is immers eindverantwoordelijk voor het beleid. In de nieuwe situatie geldt dat laatste niet meer. “En de raden van toezicht blijken niet erg open te staan voor signalen van de MR over eventueel slecht functionerend management”, merkt Jansen. “Terwijl dat nu juist is wat zij in de gaten zouden moeten houden. Wij pleiten er dan ook voor om in elke raad van toezicht een vertegenwoordiger vanuit de werknemers op te nemen.”
De medezeggenschapsraad van Meervoud heeft wèl goed contact met de raad van toezicht, zegt GMR-voorzitter Van Rijn. “Wij zitten elk jaar een keer informeel om de tafel met de raad van toezicht.” Op initiatief van de toezichthouders, ook nog eens. “De raad was ook wat zoekende naar zijn rol. Het college van bestuur was hun enige informatiebron en zij wilden wat meer lijnen naar de organisatie hebben. Nu spreken we elk jaar een keer over onze aandachtspunten, en dat bevalt heel goed.”

Verdienen
Een moeilijk punt bij de overgang van een directie naar een college van bestuur is altijd: wat gaan die collegeleden eigenlijk verdienen? Als ze er in salaris op vooruitgaan, moeten ze ook duidelijk meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden hebben gekregen, vindt Jansen van de AOb. En de bedragen moeten vooral niet te gek worden. “De salarissen zouden in elk geval moeten vallen in de directieschalen van de cao: DC, DD en DE. De top van DE is momenteel 5690 euro bruto per maand. Toch een aardig bedrag.” Maar of iedereen zich daaraan houdt? “Ik heb gisteren weer gehoord over een lid van een college van bestuur dat meer verdiende”, zegt Jansen. “Ik weet niet hoe vaak dat voorkomt, maar het gebeurt dus wel. En verder krijgen colleges van bestuur nog wel eens gratificaties en toelages. Ik adviseer medezeggenschapsraden om altijd openheid te vragen over die salarissen.”
Algemeen directeur/collegevoorzitter Ferdinand Vroon van PCSV Leiderdorp zit in de laagste directieschaal: DC. “Heel veel collega's zitten in DD, maar wij kunnen het hier goed van doen. Verantwoordelijkheid moet betaald worden, maar het moet niet de spuigaten uitlopen.”
Voorzitter Duif van de AVS wil graag een minimum/maximumregeling opstellen voor leden van colleges van bestuur. “Daar zouden scholen zich dan aan kunnen houden. Of minstens kunnen uitleggen waarom ze ervan afwijken.” Dergelijke regels en openheid zouden moeten voorkomen dat er in het basisonderwijs zaken verkeerd gaan, zoals in het hbo en mbo. “Sommige collegevoorzitters verdienen daar meer dan Balkenende. En dat is onzin, zeker in een semiprivate sector waar je nauwelijks risico’s loopt. Een school is geen bedrijf dat geld moet verdienen om overeind te blijven. Als we het niet reguleren, bestaat het risico dat we in het basisonderwijs ook die kant op gaan. Laten we dat vooral proberen te voorkomen.”

{Kader 1}

Met de poten in de klei

Toen veertien scholen in de regio IJsselstein en Nieuwegein vorig jaar fuseerden tot Robijn (regionaal openbaar basisonderwijs IJsselstein en Nieuwegein), is er niet gekozen voor het instellen van een college van bestuur. “Wij wilden geen kleine, bovenschoolse directie met een duur kantoor in Verweggistan”, licht clusterdirecteur Ed Booms toe. “Die vervolgens de scholen zou gaan bestoken met allerlei vragen en ons uiteindelijk alleen maar werk zou kosten.”
Vijf directeuren schoven een stapje naar boven op en zijn nu 'clusterdirecteur'. Elke clusterdirecteur heeft twee scholen onder zijn beheer, in het geval van Booms de Torenuil en de Trekvogel. Op elke school is ook een 'gewone' directeur aangesteld. De clusterdirecteuren nemen die directeur alle schooloverstijgende zaken uit handen, waardoor de schooldirecteur alle energie kan steken in onderwijs en personeelszaken.
De clusterdirecteuren zijn zelf vier dagen per week op hun scholen aanwezig en werken één dag bovenschools. Ze staan dus met 'de poten in de klei', zoals Booms het uitdrukt. Dat zou een college van bestuur natuurlijk ook wel kunnen doen, als het dat zou willen. Booms: “Ik ben ook geen tegenstander van colleges van bestuur. Maar wel van colleges en directies die ver van de werkvloer zijn verwijderd.”

{Kader 2}

Steeds meer toezichthouders

Nu steeds meer scholen overstappen op een college van bestuur, zijn er ook steeds meer leden voor de raden van toezicht nodig. De Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) zit dan ook behoorlijk in de lift. De belangenclub groeide van zo'n 165 leden in 2007 naar 535 begin 2009. De groei zit vooral in het primair onderwijs (nu 185 leden) en voortgezet onderwijs (nu 280 leden).


{Kader 3}

Houd de bazen bij de les!

Medezeggenschapsraden en AOb-leden die geïnteresseerd zijn in de details van de beloningen van collegeleden en bestuurders, kunnen de brochure 'Houd de bazen bij de les' van de AOb bestellen. De brochure wordt gratis toegestuurd aan medezeggenschapsraden in het primair onderwijs die een abonnement hebben op het MR-servicepakket van de AOb. Daarnaast is de brochure te bestellen door €5,- te storten op postgiro 190389 van de AOb te Utrecht, onder vermelding van Houd de bazen bij de les.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.