• blad nr 4
  • 28-2-2009
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

VO-raad op zoek naar een gezamenlijk geluid  

Veel smoel maar weinig slagkracht

Het voortgezet onderwijs heeft dankzij de oprichting van de VO-raad smoel gekregen. Maar een krachtige brancheorganisatie is de vereniging nog lang niet. Binnenbrandjes en opstandjes onder leden veroorzaken angst en paniek in de top. De slagkracht ontbreekt. “Er is veel kritiek op de voorzitter en het bestuur, maar de leden mogen de hand ook wel eens in eigen boezem steken”, vindt een schoolbestuurder. “Als de VO-raad één geluid moet laten horen, moeten wij als scholen af en toe wat inleveren.”

November 2006. Eindelijk is het zover: een krachtenbundeling in het voortgezet onderwijs. Weg met het vergadercircuit waar een eindeloze stoet van openbare, katholieke, protestantse en algemeen bijzondere besturenorganisaties, vertegenwoordigers van schoolleiders en werkgevers het woord voeren namens de sector. Voortaan zit er één organisatie aan tafel bij de minister en onderhandelt er één club met de vakbonden over de arbeidsvoorwaarden.
De stemming was licht euforisch toen de VO-raad het licht zag. De nieuwe organisatie zou een eind maken aan de versnippering en de sector een krachtige stem geven. De kersverse voorzitter Sjoerd Slagter sprak mooie woorden tijdens de oprichtingsvergadering. Scholen zouden het vertrouwen van de samenleving terugwinnen door helder verantwoording af te leggen over succes en falen. Slagter zou het boegbeeld van een trotse, zelfbewuste sector worden. Het saamhorigheidsgevoel was groot.
Ruim twee jaar later weten de media, maatschappelijke organisaties en politici de weg naar de VO-raad te vinden. ‘De sector staat op de kaart! De buitenwereld kan niet meer om ons heen’, juicht Slagter in het eerste jaarverslag van de VO-raad. “Het voortgezet onderwijs heeft dankzij de oprichting van de VO-raad smoel gekregen. Dat kun je constateren in de media”, vindt Hendrik-Jan van Arenthals, rector van het Scheldemond College in Vlissingen en columnist van het verenigingsblad VO-magazine.
Maar de romantische ideeën over eendracht zijn allang verdampt. “We hadden ons niet goed gerealiseerd dat het zo moeilijk zou zijn een gezamenlijk standpunt te vinden. Er was zo’n behoefte aan gezamenlijkheid in die oprichtingsfase dat we de verschillen over het hoofd zagen”, zegt Hein van Asseldonk, vice-voorzitter van Lucas Onderwijs in Den Haag en bestuurslid van het eerste uur.
“De VO-raad is net een docentenvergadering”, vindt voorzitter Sjoerd Slagter. “Als je afspreekt dat eten in de klas niet meer wordt getolereerd, heb je altijd twee of drie docenten die het er niet mee eens zijn. Die trekken zich vervolgens niks van de afspraken aan. We zijn het er niet mee eens, dus we doen het niet.”

Muiterij
De jonge organisatie maakte daardoor al een hele reeks binnenbrandjes en opstandjes mee. Vooral de muiterij van twintig schoolleiders tegen de norm van 1040 lesuren heeft haar sporen na gelaten. De VO-raad drong al een tijd aan op minder rigiditeit bij het handhaven van de wettelijke norm, toen scholieren in november 2007 de straat opgingen. Ze protesteerden tegen de nutteloze ophokuren die scholen op het programma zetten om de norm te halen. Vlak voor de leerlingen naar Amsterdam trokken voor een landelijke demonstratie, werden staatssecretaris Van Bijsterveldt en Slagter het eens over een versoepeling van de norm: voortaan mochten veertig van de 1040 uur ingezet worden voor niet-verplichte leerlingbegeleiding.
Maar dat ging veel scholen niet ver genoeg. Toen zestien middelbare scholen in januari 2008 een boete kregen omdat ze in het schooljaar ervoor veel te weinig les hadden gegeven, barstte de bom. Op initiatief van Marten Elkerbout, rector van het Barlaeus Gymnasium, besloten twintig scholen zich niet meer aan de norm te houden. De VO-raad zat klem tussen de staatssecretaris en een invloedrijk deel van de eigen achterban. Slagter koos voor de vlucht naar voren. Samen met schoolleiders en scholieren trok hij naar Den Haag om te protesteren tegen de maatregel waarmee hij net had ingestemd. “Het verzet was vooral gericht tegen het sanctiebeleid”, verdedigt hij zijn draai van 180 graden. “Het is toch van de gekke om goed presterende scholen boetes op te leggen.”
“Bij de discussie over de onderwijstijd ben ik iets te snel akkoord gegaan met een verlaging van de urennorm”, constateert Slagter achteraf. “Maar dat was ingekleurd door het idee dat we meer rekening moeten houden met de wensen van ouders, willen we het maatschappelijk vertrouwen terugwinnen. Het is natuurlijk terecht dat zij klagen als scholen weken voordat de zomervakantie begint, stoppen met lesgeven.”

Cao-heisa
De interne verdeeldheid beperkte zich niet tot de onderwijstijd. “Er was een hele serie opstandjes”, weet Van Asseldonk. Over de gratis schoolboeken, over de kwaliteit van de schoolexamens, over de functiemix. “Het is gewoon iedere keer hetzelfde liedje.” Het zou dus een heidens karwei zijn een acceptabel cao-akkoord te sluiten, wist Van Asseldonk toen hij de onderhandelingsdelegatie van de VO-raad ging leiden. Maar dat er zoveel heisa zou ontstaan over het resultaat dat hij op 12 september vorig jaar bereikte, had hij niet verwacht. “De zaterdagochtend na het sluiten van het akkoord mailde ik om half acht ’s ochtends al naar de bonden dat het twijfelachtig zou zijn of het aanvaard zou worden.”
Daarna liep de spanning snel op. De VO-raad en de bonden kregen onenigheid over de interpretatie van de gemaakte afspraken. De maximale lestaak voor docenten gaat met drie procent omlaag, stond er in het akkoord. De bonden gingen ervan uit dat ook de lestaak van deeltijders met drie procent zou verminderen. Volgens de scholen een onbetaalbare maatregel. “We hebben de afspraken niet goed vastgelegd”, zegt Van Asseldonk. “Dat reken ik mezelf aan. En we hebben tijdens de onderhandelingen niet genoeg aandacht besteed aan communicatie met de achterban.”
Maar de delegatieleider wilde het akkoord verdedigen. “Ik had voor een kolkende zaal willen staan om de achterban ervan te overtuigen dat dit goede afspraken waren. We hadden de belangrijkste bezwaren kunnen inventariseren en dan was ik zo nodig teruggegaan naar de onderhandelingstafel om de zaak af te ronden en beter op papier te zetten.”
Die kans kreeg hij niet. Het bestuur van de VO-raad besloot het akkoord niet voor te leggen aan de leden. Van Asseldonk vertrok daarop uit het bestuur. En de vakbonden stapten naar de rechter. Hoe kon het zo misgaan? Volgens Van Asseldonk brak er bij het bureau van de VO-raad in Utrecht kortstondig paniek uit. “Ik denk dat ze erg geschrokken zijn van de boze reacties. Het was angst. Daardoor ontstond een soort verlamming die een serie onomkeerbare gebeurtenissen in gang heeft gezet.”
Voor Sjoerd Slagter was de gang van zaken “heel pijnlijk, het dieptepunt van de afgelopen twee jaar. We moesten een delegatie vervangen die drie maanden heel intensief had onderhandeld. Integere mensen, die een zware klus hadden. Maar ik had geen keus omdat mijn achterban dat wilde. Ik ben in dienst van mijn leden en moet doen wat ze van mij verwachten.”

Onhandig
De achterban lijkt het gestuntel niet al te zwaar op te nemen. ‘Onhandig’, ‘verdient niet de schoonheidsprijs’ en ‘niet professioneel’, zijn de meest gehoorde kwalificaties. “De VO-raad is een organisatie die aan het groeien is. En dat gaat met vallen en opstaan”, zegt Teunis Wagenaar, algemeen directeur van Singelland in Drachten. “De struikelpartijen ontstaan doordat de werkelijkheid een stukje ingewikkelder is dan men voorzag in de euforie rond de oprichting. Het werken in een politiek krachtenveld is heel wat anders dan het leiding geven aan een school. Daar gelden heel andere spelregels. Ik denk dat Sjoerd Slagter daar wel aan heeft moeten wennen.”
“Maar de VO-raad leert snel”, vindt Hendrik-Jan van Arenthals. “De tweede onderhandelingsdelegatie onder leiding van voormalig OMO-voorzitter Rob Kraakman heeft een cao-akkoord gesloten dat door negentig procent van de leden is goedgekeurd.”
Dat de verdeeldheid in eigen huis de geloofwaardigheid van de sectororganisatie ondermijnt, dringt maar langzaam door bij de scholen. Waarom werkgevers met vakbonden ruziën over een kleine verlaging van de werkdruk, terwijl de overheid 750 miljoen uittrekt voor de positieverbetering van leraren, is voor de gewone krantenlezer niet te vatten. En dat zo’n conflict uitmondt in een gang naar de rechter en landelijke stakingen, al helemaal niet.
Door het gebrek aan slagkracht kan de VO-raad niet adequaat reageren op signalen van leerlingen, ouders of het vervolgonderwijs, vindt Leo Lenssen, lector maatschappelijk ondernemerschap bij de Hogeschool Inholland en adviseur van de VO-raad. Daarmee werken scholen overheidsingrijpen in de hand, wat ze nu juist willen voorkomen. “Het gedoe rond de onderwijstijd wordt veroorzaakt door scholen die met hun rug naar de samenleving staan. Als ze beseft hadden dat ouders die lesuitval niet meer pikten, waren er helemaal geen inspectiecontroles en boetes nodig geweest. Of neem de schoolboeken. De politieke wens om die schoolboeken gratis te maken is een reactie op scholen die boeken blijven voorschrijven die lang niet allemaal gebruikt worden. En vergeet de brugklassertjes niet die met veel te zware tassen sjouwen. Als schoolbesturen de boekenlijsten hadden gezuiverd van onnodige ballast, was dat hele gedoe niet ontstaan.”
“Scholen hebben veel ellende aan zichzelf te wijten”, vindt ook Hein van Asseldonk. Hij denkt achteraf dat de VO-raad een code had moeten opstellen waarin is vastgelegd hoe scholen omgaan met vakanties en lesuitval. “Het zelfreinigend vermogen van de sector moet omhoog. De leden van de VO-raad moeten gezamenlijk gedragsregels gaan opstellen en misschien moeten we scholen die zich niet aan die regels houden, uit de vereniging zetten.”

Prachtige klus
Maar het zal niet eenvoudig worden om de scholen inhoudelijk op één lijn te krijgen. Om van het onderschrijven van bindende gedragsregels nog maar niet te spreken. Schoolleiders laten zich niet graag de wet voorschrijven, niet door de minister in Den Haag, maar zeker niet door de VO-raad in Utrecht. “De VO-raad moet oppassen dat het geen club van bestuurders wordt die opereert als een verlengstuk van het ministerie van Onderwijs. Daar lijkt het nu af en toe wel op”, meent Ton Liefaard, rector van het Hermann Wesselink College in Amstelveen. Het van bovenaf uitstrooien van beleidsplannen en nota’s werkt niet, waarschuwt hij. “Bestuurders hebben de neiging om grootschalig te denken, maar in het onderwijs moet juist klein gedacht worden. Je moet je steeds afvragen wat een maatregel betekent voor leerlingen en docenten.”
“Wij hebben 320 leden en dat zijn de schoolbesturen”, zegt Slagter. Maar schoolleiders zoals Ton Liefaard heb je keihard nodig om draagvlak te creëren voor de beleidsafspraken die je maakt met de overheid, vindt Lenssen. “Scholen in het voortgezet onderwijs zijn heel zelfstandig”, legt hij uit. “Ook de scholen die onder een groot bestuur vallen. In het voortgezet onderwijs heb je niet zo’n sterk gecentraliseerd bestuur als in het hbo en mbo. Schoolleiders zijn daarom heel belangrijk bij het uitwerken van het beleid.”
“Schoolleiders herkennen zich onvoldoende in de thema’s die binnen de VO-raad aan de orde komen”, geeft Slagter toe. “Daarom hebben we een schoolleidersplatform opgericht dat het bestuur gevraagd en ongevraagd kan adviseren.”
Of opstandjes en muiterij daarmee tot het verleden behoren is de vraag. Als leden de VO-raad blijven beschouwen als een belangenbehartiger waar je verlanglijstjes kunt indienen, wordt het niks, weet Wagenaar. “Er is veel kritiek op de voorzitter en het bestuur. Terecht want er is vaak ook onhandig geopereerd. Maar leden mogen ook weleens de hand in eigen boezem steken. Als de VO-raad één geluid moet laten horen, moeten wij als scholen af en toe wat inleveren. Je moet het bestuur ook de ruimte geven compromissen te zoeken.”
Sjoerd Slagter blijft optimistisch. “We ontwikkelen ons van platte belangenbehartiger naar een brancheorganisatie waarin de leden zelf verantwoordelijkheid nemen voor de besluiten. Onze leden krijgen meer oog voor de maatschappelijke verwachtingen.” De maatschappelijke raad die de VO-raad vorig jaar heeft opgezet met daarin SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan en FNV-voorzitter Agnes Jongerius, gaat de VO-raad helpen scholen te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden. “Zo’n Rinnooy Kan, daar gaat impact vanuit”, denkt Slagter. “Dat helpt. Hij kan scholen veel indringender wijzen op de wensen in de samenleving dan ik.”
In november loopt Slagters eerste termijn als voorzitter af. Hij weet nu al dat hij zich herkiesbaar gaat stellen. “Dit is een prachtige, dankbare klus, die je vijf of zes jaar moet doen. Je moet het opbouwen, maar ook tijd hebben om te oogsten.”



Uitgebalanceerde machtsverhoudingen

De VO-raad is een vereniging met 332 leden, 99 procent van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs is aangesloten. Alleen enkele vmbo-scholen die bestuurd worden door een roc zijn niet vertegenwoordigd.
De stemverhoudingen zijn gebaseerd op het aantal leerlingen dat bij een school staat ingeschreven. Grote schoolbesturen leggen dus meer gewicht in de schaal. Een lid krijgt één stem per honderd leerlingen. Scholen met minder dan honderd leerlingen hebben toch één stem. Maar als je 195 leerlingen hebt, krijg je er ook maar één. De leden van de VO-raad hebben gezamenlijk 897.185 leerlingen en er zijn 8824 stemmen in omloop.
In het bestuur hebben de kleine scholen (tot 3500 leerlingen) vier vertegenwoordigers, de middelgrote schoolbesturen (3500 tot 9000 leerlingen) hebben twee zetels, net als de grote schoolbesturen (meer dan 9000 leerlingen). Vijftig procent van de scholen in voortgezet onderwijs hoort tot de categorie klein, een kwart is middelgroot en een kwart groot.
Leden betalen €3,80 contributie per leerling. Samen betalen de schoolbesturen 3,4 miljoen contributie per jaar. Met de inkomsten uit andere bronnen (opbrengsten congressen publicaties, advertentie-inkomsten), komt het jaarbudget van de VO-raad op 4 miljoen. De helft daarvan gaat op aan personeelskosten. De VO-raad maakt de jaarrekening waaruit deze gegevens afkomstig zijn, niet in haar geheel openbaar.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.