• blad nr 4
  • 28-2-2009
  • auteur S. Ridder 
  • Redactioneel

Onrust op de dyslexiemarkt 

Deze kinderen zijn geen proefkonijn

“Dyslexie is handel geworden.” Dat zegt Anna Wagemans, remedial teacher uit Zoeterwoude, als ze uit de dyslexiestraat op de NOT komt. “Er staat daar gewoon een stel marktkoopmannen die elkaar de loef af willen steken.” Menig docent kwam wat verward uit de dyslexiestraat rollen. Het is duidelijk, de regeling om dyslexie te vergoeden via de zorgverzekering heeft de markt in beweging gebracht. Een overzicht van de verschillende partijen.

Sinds 1 januari 2009 wordt de behandeling van ernstige dyslexie vergoed door de zorgverzekering. Tot die tijd moesten school of ouders de kostbare therapie betalen. Niet zelden belandde een kind hierdoor tussen wal en schip. De nieuwe regeling zorgt dat de ernstigste gevallen opgevangen worden in de zorg. De scholen zijn dan niet ‘klaar’ met zo’n leerling, maar er is op school meer tijd om andere kinderen met lees- en leerproblemen te helpen. De ouders zijn de aanvragers van de zorg, zij kiezen de zorgaanbieder. Maar de scholen zullen de eerste vragen van de ouders op hun bordje krijgen.
Het aantal zorgaanbieders is groot, de concurrentie is stevig. Er is een grote nieuwkomer op de markt en die wordt niet met open armen ontvangen door de gevestigde particuliere partijen. Ook zijn er maar liefst twee kwaliteitsinstituten die willen waken over de kwaliteit, het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en het Kwaliteitsinstituut Dyslexie (KD).
Wie zich ook bezighoudt met de kwaliteit is Jurgen Tijms van het IWAL, Instituten voor Dyslexie. Hij is onlangs gepromoveerd op een onderzoek naar de effectiviteit van dyslexiebehandeling. Het is hem een doorn in het oog dat in de uitwerking van de regeling de nadruk ligt op ‘wie’ de behandeling verricht en minder op ‘wat’ ze doen. “Ik zie een behandeling als een ingreep waarbij goed gedefinieerd moet zijn wat er precies moet gebeuren. Nu is dat nog te beperkt in de protocollen opgenomen. Als dat beter omschreven is, is het ook makkelijker om de kwaliteit te controleren.”
Overigens eist zowel het NRD als het KD van de aangesloten instellingen dat ze werken volgens de richtlijnen van het protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling. Dit is een vereiste om contracten te kunnen afsluiten met zorgverzekeraars. Het is dus niet zo dat iedere aanbieder zich op deze markt kan begeven om dyslexietesten af te nemen en een behandeling te starten.

Op de koffie
Een van de motors achter de lobby voor de nieuwe regeling is Woortblind, de vereniging voor dyslexie. Christien Boone is bestuurslid van Woortblind: “We zijn blij dat de regeling er is, maar we zijn nog niet klaar. Nu moeten we ervoor zorgen dat de kwaliteit op orde komt.”
Natuurlijk geldt dat voor alle instituten, maar Boone richt haar vizier vooral op nieuwkomer Onderwijszorg Nederland, partner bij dyslexie (ONL), de recent opgerichte coöperatie van 24 onderwijsbegeleidingsdiensten. Boone: “Wat mij betreft trekken zij een veel te grote broek aan. Lang niet alle aangesloten onderwijsdiensten hebben ervaring met ernstig dyslectische kinderen. ONL is haar mensen nu zelfs nog aan het opleiden. En dan willen ze wel de markt op om ook uit de ruif te eten? Ik zeg dan: ‘Schoenmaker, houd je bij je leest’. Of doe eerst ervaring op. Deze kinderen zijn geen proefkonijn.”
Boone zou de onderwijsbegeleidingdiensten liever op een ander werkvlak actief zien. “Ze zijn goed in het begeleiden van scholen. Daar is nog veel werk te doen. Laat de zorg het zorgwerk doen en help liever scholen om hun leerlingendossiers op orde te krijgen. Ga bij staatssecretaris Sharon Dijksma op de koffie en vraag extra budget om dit soort belangrijke taken op te pakken. Want zonder goede doorverwijzing vanuit de school wordt de zorg niet vergoed.”
Michel Ekkebus, directeur van het Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID), sluit zich bij Boone van Woortblind aan. Ook hij betwijfelt of ONL goede zorg kan bieden. “Met afzonderlijke begeleidingsdiensten is er gesproken of onze dyslexiebehandeling GRAMMA door hen gebruikt kan worden. Dat vind ik op zich een prima vertrekpunt, maar dan wil ik ook dat ze allemaal de training van vier maanden volgen en dat er kwaliteitsmonitoring plaatsvindt. Anders kan de kwaliteit en inhoud van de behandeling niet worden gegarandeerd. Je snapt dat ik dat niet kan toestaan, we hebben twintig jaar ervaring en expertise in ons behandelingsprogramma zitten.”
Ekkebus heeft zich aangesloten bij het NRD. “Het goede is dat dit kwaliteitsinstituut visiteert. Als mensen zich hierbij aansluiten, durven ze ook met de billen bloot.”

Eigen kracht
Annemarie Kaptein, directeur van EDventure (vereniging van onderwijsadviesbureaus) en woordvoerder namens ONL, stáát voor haar club. “ONL is aangesloten bij het Kwaliteitsinstituut Dyslexie en onze leden zullen gevisiteerd worden. En nee, we zijn niet aangesloten bij het NRD, daar beraden we ons overigens wel over. Het is jammer dat er twee kwaliteitsinstituten naast elkaar bestaan, het zou goed zijn als ze samenwerken, dat maakt het voor iedereen een stuk duidelijker.”
Kaptein begrijpt dat ONL door bestaande partijen met argusogen wordt bekeken. “Maar we zijn natuurlijk helemaal niet nieuw. We hebben al jarenlang ervaring binnen de scholen, ook in het behandelen binnen leesklinieken. Ik wil dan ook uitgaan van onze eigen kracht. We volgen de landelijke protocollen en stellen zelf aanvullende kwaliteitseisen op. We zijn met alle verzekeraars in gesprek en de eerste contracten met zorgverzekeraars zijn al getekend. Dat zegt toch genoeg over het vertrouwen in onze aanpak? Bovendien kennen we de scholen goed, daar ligt ook onze kracht. We behandelen het kind en betrekken de school daarbij: een meerwaarde die andere minder kunnen bieden. En die kritiek dat we het onderwijs naar de zorg verschuiven leg ik naast me neer. Juist door het oprichten van de coöperatie ONL hebben we de taken goed gescheiden.”

Het alternatief
Wie het ook op eigen kracht moet doen, is de bekendste outsider op de markt, de Van Gemerttherapie. Deze therapie komt namelijk niet in aanmerking voor vergoeding uit de zorgverzekering. Maar hij maalt daar niet om. Van Gemert: “Wij worden gezien als alternatief en daarom vallen we niet onder de regeling. Ik zeg altijd maar: ‘Wij zijn niet alternatief. Wij zijn HET alternatief’. Vergeleken met de andere partijen help ik een kind in een kwart van de tijd en voor een kwart van de kosten. Ik geloof in mijn therapie, en mijn klanten ook. Ik heb het namelijk druk genoeg.” Van Gemert voegt er nog graag aan toe dat een behoorlijk aantal ouders van zijn patiënten zelf docent is. “Zij zien van zeer dichtbij hoe de geijkte methodes op de scholen falen. Het zegt mij genoeg.”

Poortwachter
Het lijkt erop dat scholen veel kinderen met een goed dossier in handen hebben doorgestuurd naar een dyslexie-instituut. De instituten melden namelijk dat het druk is met aanvragen.
Tom Braams van Braams en Partners heeft dan ook meer vertrouwen gekregen in de kennis en kunde van de docenten. “Op de NOT is de dyslexiestraat goed bezocht en ik merkte aan de gesprekken met de docenten dat er veel meer kennis is over dyslexie. Dat was een paar jaar geleden wel anders. Dat heeft de nieuwe vergoedingsregeling in ieder geval gebracht. Docenten zijn natuurlijk een onmisbare schakel in het geheel. Zij zijn poortwachter in het systeem.”
Om die poortwachtersfunctie goed te kunnen vervullen, zorgt Masterplan Dyslexie voor de nodige voorlichting naar docenten. Projectleider Albert Cox meldt dat er een voorbeelddossier in de maak is. “Hiermee krijgen de scholen een handig instrument in handen om hun dossiers op orde te krijgen. Dit is immers nodig om een kind aan te kunnen melden bij een instelling. Ook raad ik scholen aan om na te gaan of de dyslexie-instituten waar scholen nu mee werken, contracten hebben met de zorgverzekeraars.”
Al dat gedoe met die concurrerende partijen die van alles over elkaar roepen hoort er nu even bij volgens Cox: “Er is veel concurrentie en de flyers vliegen de docenten op zo’n NOT om de oren, maar dit is nu eenmaal marktwerking. Op zich niet erg, zolang de kwaliteit maar op orde is. De markt stabiliseert wel weer.”

Kans
Er is dus een hoop onrust op de markt. Hierbij zou bijna vergeten worden dat de regeling alleen geldt voor kinderen met ernstige en enkelvoudige dyslexie. Zij zijn het topje van de ijsberg. Het alternatief Van Gemert zegt hierover: “Er wordt nu geaasd op die 25 procent van de dyslectische kinderen die er het ergst aan toe zijn, maar die andere 75% heeft ook hulp nodig. Laten we die kinderen vooral niet vergeten.”
Boone van Woortblind: “Dit klopt. De regeling geeft ernstig dyslectische kinderen een eerlijke kans op een effectieve behandeling buiten de school. Zo’n kind heeft dan minder remedial teaching nodig. Het is dus ook een kans om als school je rt-uren anders in te zetten. Immers, per klas zijn er gemiddeld nog twee tot drie kinderen met een minder ernstige vorm van dyslexie of met andere leesproblemen. Ook zij hebben recht op extra zorg. Die zorg moet in eerste instantie uit het onderwijs komen. Met of zonder hulp van de vele instituten voor dyslexie die dit land rijk is.”


{Kader 1}

Vergoedingsregeling

Per 1 januari 2009 worden de diagnostiek en behandeling van ernstige en enkelvoudige dyslexie uit het basispakket van de zorgverzekering betaald. In 2009 geldt dit alleen voor kinderen van 7 en 8 jaar. Met een stapsgewijze invoering vallen in 2013 alle kinderen in het basisonderwijs onder de regeling. De ouders doen de aanvraag bij hun zorgverzekeraar. De school moet een dossier aanleveren, waaruit blijkt dat er een vermoeden bestaat van dyslexie. Dit dossier laat onder andere zien hoe de leerling scoort op tests en wat de school al aan extra begeleiding heeft gedaan. Zie voor meer informatie: www.masterplandyslexie.nl.
Diagnostiek en behandeling moeten plaatsvinden door (of onder eindverantwoordelijkheid van) een gekwalificeerde gedragswetenschapper. Dit zijn een gezondheidszorgpsycholoog, een kinder- en jeugdpsycholoog of een orthopedagoog.

{Kader 2}

Tips voor docenten



1.
Zorg dat je een goed dyslexiedossier hebt opgesteld. Zonder dit dossier komt een kind niet in aanmerking voor vergoeding. Voor de eisen die aan het dossier gesteld worden, zie www.masterplandyslexie.nl.

2.
Check bij de instituten of orthopedagogen waar je nu mee werkt, of ze handelen volgens het protocol (CVZ/Blomert, 2006). Vraag bij instellingen die niet volgens het protocol werken, of ze de effecten van hun behandeling kunnen laten zien.

3.
Check of een behandelaar een contract heeft met zorgverzekeraars, anders heeft een ouder geen recht op vergoeding. Een lijst met behandelaars is te vinden op www.nrd.nu en op www.kwaliteitsinstituutdyslexie.nl. Deze lijsten zijn nog niet volledig. Er worden op dit moment instituten gevisiteerd en er zijn volop onderhandelingen met zorgverzekeraars.

4.
De ouders doen de aanvraag, niet de school. Druk daarom ouders op het hart om vooral de polisvoorwaarden van hun eigen zorgverzekering goed te lezen en contact op te nemen met de verzekeraar. Het kan namelijk zijn dat zorgverzekeraars nadere voorwaarden stellen.


{noot}
Meer informatie:
www.masterplandyslexie.nl Helpt scholen bij een systematische en geïntegreerde aanpak van dyslexie in het onderwijs.
www.balans.nl Oudervereniging van kinderen met leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen.
www.woortblind.nl Vereniging voor dyslexie.
www.nrd.nu Kwaliteitsinstituut Nationaal Referentiecentrum Dyslexie.
www.kwaliteitsinstituutdyslexie.nl Kwaliteitsinstituut van Balans en Stichting Dyslexie Nederland (SDN).
www.stichtingdyslexienederland.nl Stichting waarin dyslexiewetenschappers zijn vertegenwoordigd.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.