• blad nr 4
  • 28-2-2009
  • auteur S. Ridder 
  • Mijn leerling & ik

 

Olga en Iris

Docente Olga Prent is enorm verrast als ze door Iris Ruijgrok wordt gevraagd om mee te werken aan deze rubriek. “Ik heb Iris altijd wel een bijzondere leerling gevonden, maar ik wist niet dat ik zo’n impact op haar heb gehad. Bijzonder om dat twee jaar later te horen.” In de mediatheek van het Haags Montessori Lyceum (HML) blikken ze terug op relaxte lessen, sociale uren en een Franse schoonmoeder.

Tekst Saskia Ridder

In het derde jaar van de havo kreeg Iris met Olga te maken als lerares Frans. “Ik dacht dat het mijn laatste jaar Frans zou worden. Ik was niet gemotiveerd, vond het een stom vak en achteraf bleek dat ik bijna een jaar achter liep met de stof.” Maar meteen tijdens de eerste les was er een klik tussen Olga en Iris. “Bij Olga is iedereen gelijk, de vwo-leerlingen zijn niet belangrijker dan de havisten en er was geen verplichting om de taal leuk te vinden. Zo voelde dat wel bij de docenten in de eerste en tweede klas. Olga was zo relaxed, ik voelde me meteen op mijn gemak.” Olga herkent hierin haar visie op het onderwijs, dat de mensen belangrijker zijn dan de stof. “Weet je, als het lekker loopt in de klas en je kunt op een ontspannen manier gezellig lesgeven, dan komt vaak de interesse voor de stof vanzelf.” Bij Iris bleek dit inderdaad het geval. Dat jaar achterstand haalde ze snel in, en inmiddels lonkt voor de 5-havo-leerling het eindexamenpapiertje, met daarop het vak Frans.

Gouden greep
Olga herinnert zich de eerste les ook nog. “Ik weet nog dat ik dacht: ‘Wat een leuke meid, die wil ik vangen voor mijn vak’. Zij is zo bij zichzelf gebleven, daar kun je niet anders dan respect voor hebben. En ik zag meteen dat ze meer dan gemiddeld geïnteresseerd was, maar dat die interesse alleen nog niet was aangesproken.” Volgens Olga is dat het belangrijkste: het stimuleren en enthousiasmeren van leerlingen. “Je moet ze aanspreken op wat ze kunnen en wat ze leuk vinden. En als je ze zo kunt bereiken, dan staat de deur open om de kennis naar binnen te loodsen. Het werkt zoveel meer ontspannen.” Het woordje relaxed gebruikt Iris meerdere keren om aan te geven hoe het er bij Olga in de klas aan toe gaat. “Olga zei: ‘Probeer het maar gewoon’. Dat klinkt al zo anders dan ‘je moet dit morgen uit je hoofd geleerd hebben’. Olga zorgde ervoor dat ik Frans weer hartstikke leuk vond.”
De 56-jarige Olga staat nog maar vijf jaar voor de klas. Een ‘eeuwigheid’ geleden studeerde ze Frans en haalde haar onderwijsbevoegdheid, maar toen zag ze het nog niet zitten om docent te worden. Ze deed nog een studie fysiotherapie en werd later haptonoom. Totdat ze vijf jaar geleden gevraagd werd om een docente met zwangerschapsverlof te vervangen. Waarom ook niet, dacht ze. Ze had de nodige ervaring in de volwasseneneducatie, en het montessorionderwijs sprak haar aan. Het bleek een gouden greep. “Ik ben nooit meer weggegaan, lesgeven aan jongeren is zo bijzonder! Het is een kans om daadwerkelijk contact te maken en kinderen een stap verder te helpen.”

Haptonoom
De vaardigheid om contact te maken met mensen vervolmaakte ze tijdens haar werk als haptonoom. Het stelt haar in staat om naast de kinderen te staan, en niet erboven. Dat is precies wat Iris de eerste les intuïtief aanvoelde. Olga: “Het is de uitdaging ze maximaal te naderen, maar natuurlijk met behoud van distantie. Het is namelijk niet de bedoeling om vrienden te worden. En die afstand maakt ook dat je disciplinaire maatregelen kunt nemen zonder het contact te schaden.” Iris knikt. Zo is het.

Sociale uren
Leerlingen uit de bovenbouw op het Haags Montessori Lyceum hebben in de laatste twee jaar van hun schoolcarrière veertig sociale uren. Verplicht, maar vrij in te vullen. Iris koos ervoor om eerste- en tweedeklassers te helpen bij hun lessen Frans. “Wel handig, want ik vind de grammatica nog wel eens moeilijk, maar door die bijlessen pik ik het allemaal weer op. En ik vergroot mijn woordenschat.” Olga vindt het zichtbaar leuk te horen dat Iris haar sociale lessen zo gebruikt en vertelt waarom die lessen op de school zo belangrijk zijn. “Leerlingen uit alle jaren kennen elkaar en zijn veel meer betrokken bij elkaar. Bovendien zien de leerlingen wat ze allemaal al wèl kunnen. Dat is natuurlijk veel motiverender dan steeds te horen wat je nog niet kunt.”
En niet onbelangrijk in Iris’ motivatie om toch voor Frans te kiezen is Maxime, haar vriend. Maxime woont vlakbij Parijs en met hem spreekt ze Engels en Frans. Zijn moeder spreekt geen andere taal dan haar moerstaal. “Ik had haar van de week aan de telefoon en dan word ik helemaal blij als ik merk dat ik haar geratel goed kan verstaan. Ja, ik ben echt heel blij dat ik Olga als docent kreeg. Door haar versta ik mijn schoonmoeder.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.