• blad nr 1
  • 17-1-2009
  • auteur A. van Voorthuijsen 
  • Redactioneel

Architecten verkiezen uiterlijk boven gebruiksvriendelijkheid 

Topontwerp, prut school

Een beetje school neemt tegenwoordig een toparchitect in de arm om het nieuwe complex te ontwerpen. Zo openen steeds meer imponerende gebouwen hun deuren. Maar een fraai ontwerp is geen garantie voor een goede school. Vloeren lekken, trappen zijn spekglad en het binnenklimaat is ronduit ongezond.

Het Metzo College in Doetinchem won twee jaar geleden de Scholenbouwprijs. Een topontwerp, volgens de jury. Op dit moment is de school verwikkeld in een juridische strijd vanwege lekkende vloeren en verkeerd glas in de gevel.
De architect van Forum ’t Zand in Utrecht ontving begin 2008 de stedelijke Rietveldprijs. De leerlingen konden een jaar niet buiten spelen omdat de balustrade van het plein op het dak gevaarlijk laag was.
Het gebouw van basisschool de Fontein in Den Haag stond met glossy foto’s en een juichende tekst in het prestigieuze Jaarboek Architectuur, editie 2006. “De betonnen trappen waren spek- en spekglad”, zegt directeur Frank Krisman. “Voldeed aan de normen, volgens de architect, dus was het goed. Maar het was levensgevaarlijk. We hebben ze op eigen kosten met rubber aangepast.”
“Er is sprake van een grote onevenwichtigheid bij het ontwerp van scholen”, zegt Gert Grosfeld, zelf architect en voorzitter van de Stichting Architecten research onderwijsgebouwen (Staro). “Er ligt óf een zwaar accent op de architectuur, óf op de visie, óf op de kosten. Heeft het gebouw een fantastische gevel, maar is er geen geld meer voor het binnenklimaat. Het is natuurlijk een open deur, maar je moet op al die aspecten sturen.”
De Staro bracht eind vorig jaar een boek uit, dat expliciet is bedoeld voor schoolbesturen die aan de slag moeten als opdrachtgever bij de bouw van een nieuwe school. Grosfeld: “Het is een checklist. Een kookboek. Met alle punten waar je op moet letten bij een goed schoolgebouw.” Daar was behoefte aan volgens de Staro: “We krijgen erg veel vragen van gemeenten en scholen over hoe ze het aan moeten pakken en waar ze op moeten letten.”
Hoe is het gesteld met de kwaliteit van schoolgebouwen in Nederland? Grosfeld: “De budgetten zijn veel te laag. In Zwitserland zijn die bijvoorbeeld twee keer zo hoog. Desondanks is de prijs-kwaliteitverhouding in Nederland relatief goed. Maar daar gaat het natuurlijk niet om: de kwaliteit moet in absolute zin goed zijn. En uit GGD-onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 80 procent van de basisscholen niet voldoet aan de advieswaarden voor binnenlucht.”
In de publicatie Een nieuwe school. Van onderwijsvisie naar schoolgebouw geeft de Staro zowel harde als zachte criteria waaraan gedacht zou moeten worden bij een nieuw onderwijsgebouw. Het gaat om vierkante meters, akoestiek en ventilatie, maar ook om ruimtelijkheid, flexibiliteit en goede buitenruimte. “De onderwijsvisie is natuurlijk van belang voor de indeling van het gebouw, maar die inzichten veranderen snel. Maak een gebouw niet te star. Bouw geen maatpak om de inzichten van vandaag.” En doe nu eens niet zo zuinig, propageert Grosfeld. Stop er als schoolbestuur zelf wat extra in, investeer als gemeente: “Een schoolgebouw staat minstens veertig jaar. Bij een brede school is zo’n gebouw vaak 52 weken per jaar, van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in gebruik. Dat vraagt om extra kwaliteit.”

Tegenvallers
Het Junior College in Den Helder is sinds een jaar gehuisvest in een opvallend, trommelvormig gebouw, van Search Architecten uit Amsterdam. De school dingt mee naar de Scholenbouwprijs 2008 (uitreiking eind januari 2009). “Een hele fijne school waar je onderwijskundig veel mee kunt”, zegt locatieleider Yvonne Kapiteijn. Wat niet betekent dat alles meteen lekker functioneerde. Het trendy en vernieuwende luchtkussendak zorgt voor een zee van licht binnen, maar bij de eerste storm na de ingebruikneming begon het membraandak angstaanjagend te klapperen. “Dat geluid is niet prettig”, zegt Kapiteijn. De compressor die het dak op spanning houdt is onlangs voorzien van een watcher die dat kabaal moet voorkomen. De ventilatieluiken in het dak gaan bij te hoge temperaturen automatisch open, maar als het tegelijkertijd regent, wordt alles binnen kletsnat, bleek na oplevering. “Daar is dus nu een regensensor tussen geplaatst.” Het grote atrium is voorzien van hip foam-meubilair: “Erg leuk, maar te kwetsbaar. Gaan we vervangen.” Datzelfde gold voor de mega bamboeplanten in die ruimte: “We hebben er nu stevige vetplanten en tropische bomen in gezet. Ik denk dat de architect het niet mooi vindt, maar wij vinden dit beter.” Nog een onvoorziene kostenpost: “De vlaggen buiten. Binnen een maand waaiden ze kapot. We zitten hier wat hoger, en pal onder zee.” En een gemis: “We hebben erg weinig opbergruimte.”
Kapiteijn tilt niet zo zwaar aan de tegenvallers, zegt ze. Het kan allemaal opgelost worden. “Het is een hele fijne school. Het atrium is bijna een soort Royal Albert Hall en wordt in het weekend veel gebruikt voor concerten van andere organisaties. Daardoor zijn we ook echt belangrijk voor de gemeenschap. We hebben er laatst een Sensation white-feest gegeven, dat is natuurlijk geweldig als zoiets in je eigen school kan. De hellingbaan is fantastisch, daardoor gaan de leswisselingen heel snel en geruisloos. Hij is 360 meter lang en klimt permanent. Je mag er natuurlijk niet rennen, maar eens per jaar houden we er nu de Junior Run: wie ‘t snelst boven is, dat is geweldig.”

Lekker praktisch
Ook Frank Krisman is echt blij met ‘zijn’ school, de Fontein in Den Haag. Een prachtig gebouw, vindt hij. Maar er zijn wat tegenvallers. “Toen ik hoorde dat Francine Houben van bureau Mecanoo de architect zou worden had ik hoge verwachtingen. Een vrouw, een moeder bovendien: ik dacht, die is lekker praktisch.” Niet dus. “De gangen zijn echt te smal. Die hadden twee keer zo breed moeten zijn. Het is hier dringen. Ik had graag een vuilafstotende lambrisering tegen de muren gehad: niet gebeurd. Er zijn te weinig fietsenstallingen buiten. We hebben veel te weinig stopcontacten: ik heb liever honderd stopcontacten waarvan ik er vijftig niet gebruik, dan dat ik er, zoals nu, overal tekort kom. De kranen voor de kinderen: dat is huiskwaliteit, terwijl je in een school echt oorlogskwaliteit moet hebben. Was allemaal na een maand al kapot. Hebben we op eigen kosten vervangen.” Had hij in de ontwerpfase niet in kunnen grijpen? “Ik ben een leek. Zo’n bouwtekening echt goed lezen, daar moet je toch wel voor hebben gestudeerd. Ieder z’n expertise. Bij sommige dingen hebben we op tijd in kunnen grijpen: een schoolbord dat aan de verkeerde kant zat. Je kon merken dat het bureau nog nooit een basisschool had gebouwd.” Ook de ventilatie en de zonwering waren niet meteen goed en vereisten achteraf aanpassingen en investeringen. “Volgens het computermodel kon er geen zon op het schoolbord schijnen, maar dat gebeurde in de praktijk wel.” Krisman: “Het is een mooi gebouw, maar architecten zijn stronteigenwijs. En de eerste vijf jaar mogen we niks veranderen. Dit is een brede school, we hebben vijf ingangen. Soms moet ik tegen een leerling zeggen: na zeven klapdeuren moet je links en dan weer rechts. Zodra het mag, ga ik er kleur inbrengen. Dan kan ik zeggen: bij de blauwe deur links. Maar die gangen, die krijg ik dus nooit meer breder.”

Ruimteschip
Ronald Copier, directeur van openbare basisschool het Zand in Leidsche Rijn bij Utrecht is “waanzinnig blij” met zijn bijzondere huisvesting. De school kreeg twee jaar geleden de Perspectiefprijs van de jury van de Scholenbouwprijs en won begin 2008 de Rietveld Architectuurprijs. Het gebouw doet denken aan een ruimteschip en is – met een historische bakstenen schoorsteen op het terrein - een eyecatcher. Binnen zijn veel grote, open ruimtes: “Dan merk je pas achteraf dat de magazijnen wel erg krap zijn geworden. Maar dat hebben we creatief opgelost met hele hoge stellingen.” Architect Ton Venhoeven tekende pleinen op het dak. Copier: “Maar bij de oplevering bleek het dakplein een veel te lage reling te hebben. Echt gevaarlijk. Dus zeiden wij tegen de architect dat het aangepast moest worden.” Die was daar niet blij mee, en volgens Copier merkte je aan alles dat de architect het gezeur vond. “De school voldeed aan het ‘plan van eisen’, dus was het goed, vond hij.” Waarom trok Copier niet eerder aan de bel? “Sommige dingen zie je als leek niet op een tekening, die ontdek je pas als het af is.” Pas na een jaar konden de leerlingen de buitenruimte gebruiken en waren er nieuwe, hogere relingen.
Het Metzo College in Doetinchem is volgens de Staro het schoolvoorbeeld van hoe extreem het mis kan gaan. De school wordt tegenwoordig steevast genoemd als het gaat om te hoge binnentemperaturen, lekkende gevels, te krappe buitenruimte en tegenvallende energierekeningen. Glamour-architect Erick van Egeraat kreeg er in 2006 de Scholenbouwprijs voor. Directeur Hans Baan zegt op de website Schoolfacilities: ‘Bouwen is niet ons vakgebied. Ik vraag me af of wij als branche wel voldoende body hebben om dat soort beslissingen, waarmee miljoenen zijn gemoeid, op een verantwoorde wijze te kunnen nemen.’ Onduidelijk is wie er verantwoordelijk is voor de verschillende problemen.
Baan laat desgevraagd weten niet meer publiekelijk te kunnen reageren: de zaak is inmiddels ‘onder juristen’.

Een nieuwe school, van onderwijsvisie naar schoolgebouw, uitgave Staro, €22,50, te bestellen via www.staro-bna.nl

{kader}
Aap, noot, mis

Bij de bouw van brede scholen spelen weer extra problemen, signaleert Aap, Noot, Mis, een uitgave van Architectuur Lokaal. ‘Vaak is onduidelijk wie de opdrachtgever is: dat zweeft ergens tussen gemeentelijke diensten, schoolbesturen en ontwikkelaars.’ Ook hebben de verschillende gebruikers van een brede school vaak conflicterende wensen en belangen. De publicatie staat vol grote en kleine ellende: van een gebrekkig binnenklimaat tot tegenvallende beheerkosten, geluidsoverlast en te hoge wasbakken voor de kleuters. Ook al ben je een leek, houd een dikke vinger in de pap, omring je met – bijvoorbeeld - deskundige ouders, adviseert het boek: ‘Beroepsbouwers zien niet alle praktische details waar kinderen en leerkrachten dagelijks mee te maken krijgen.’

Aap, Noot, Mis, de basis van een brede school, uitgave Architectuur Lokaal, €29,75, te bestellen via www.arch-lokaal.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.