- blad nr 1
- 17-1-2009
- auteur F. Bakkeren
- Redactioneel
De Cito-toets ligt weer onder vuur
Een stukje gemoedsrust’ kopen met een intelligentietest
Het was weer een opeenstapeling van meningen nadat Plasterk het balletje de lucht ingooide, begin december in de Volkskrant. ‘De schoolkeuze voor kinderen na de lagere school moet uitgesteld worden’, pleitte de bewindsman. Te veel kinderen, veelal uit allochtoon, zouden al op elfjarige leeftijd tot het lagere onderwijs worden veroordeeld. Algauw kwam de aloude discussie over de Cito-toets als eindtoets van het basisonderwijs en indicator voor het voortgezet onderwijs, op gang. Voor- en tegenstanders buitelden over elkaar heen met de bekende argumenten. De Cito-toets zou te veel een momentopname zijn, te weinig rekening houden met bijvoorbeeld faalangst en motivatie en ook zou het instrument te veel gericht zijn op de reproductie van kennis en minder op wat er in het kind ‘zit’.
De PO-raad kwam met het advies de toets naar mei of juni te verschuiven, staatssecretaris Sharon Dijksma gaf aan hier wel oren naar te hebben, waarna Cito meldde dat de eindtoets dan nutteloos werd, waarop de Algemene Vereniging Schoolleiders pleitte voor complete afschaffing.
Zo’n vaart zal het ook dit jaar niet lopen. Het balletje van Plasterk blijft een discussiestuk. ‘Ik ben voorzichtig’, aldus de minister in de krant. ‘De les uit het verleden is: begin niet meteen met stelselwijzigingen. Dat is deze kabinetsperiode niet mijn doel.’
Ouders die het oneens zijn met de Cito-score of het schooladvies, hebben de laatste jaren ook niet gewacht op een stelselwijziging. Ervaring uit het verleden leert dat de Cito-score en het schooladvies in 80 procent van de gevallen overeenkomt. Een op de tien kinderen scoort met de Cito-toets hoger dan het schooladvies, 10 procent lager. Bij twijfelgevallen nemen ouders steeds vaker het heft in eigen hand en weten de weg naar orthopedagogische praktijken en psychologen snel te vinden voor second opinions.
De telefonische hulplijn voor ouders 50tien (een initiatief van verschillende ouderverenigingen) staat rond de Cito-periode dan ook al enkele jaren roodgloeiend. “In december vragen ouders informatie over de toets, straks komen ze met vragen als ze het niet eens zijn met de uitslag”, laat beleidsmedewerker Ton Gelmers weten. Ze zijn het dan oneens met het schooladvies, kunnen zich niet vinden in de Cito-score of hebben problemen met de middelbare school van hun keuze. “Veel ouders schatten hun kind hoger in, maar uiteindelijk is het aan de school om een advies te geven.”
Vanuit de hotline wordt altijd aangeraden eerst met school te praten, zegt Gelmers. “De school moet haar advies kunnen onderbouwen met eerdere adviezen en observaties uit het leerlingvolgsysteem. Als alleen de Cito-toets tegenvalt, krijg je een ander probleem. Als je kind zo’n objectief meetmoment verknalt, kan je er nog maar weinig aan doen. Maar heeft het kind toevallig een goede dag, dan hoor je ouders er niet meer over.”
Vervelend wordt het als er een discrepantie zit tussen de uiteindelijke score en het advies van de leraar. Dan kan een extra test buiten school mogelijk soelaas bieden. Ook al is Gelmers er geen groot voorstander van. “Dan heb je straks een tweede uitslag die iets anders zegt en moet er eigenlijk een derde test komen om uitsluitsel te geven over welke toets nu klopt. Dat lijkt me een onwenselijke situatie.”
Twijfelgevallen
Cito biedt vanaf dit jaar zelf een intelligentietest aan bovenop de reguliere toets. En nee, dat is zeker geen koren op de molen van de Cito-tegenstanders, bezweert Marleen van der Lubbe van Cito. En ook gaan ze niet mee in de second opinion-trend. “De Cito als eindtoets - wat heb je na acht jaar basisonderwijs opgestoken - meet indirect ook al zaken als motivatie en intelligentie. We kregen van scholen echter de vraag hoe ze dat soort zaken zichtbaar krijgen in de uitslag, en dat kan nu niet. Deze extra test geeft geen advies voor de brugklas, maar laat zien of er sprake is van een verschil tussen de capaciteiten van een kind en de leervorderingen. De test is vooral bedoeld voor kinderen van wie de school vermoedt dat er meer inzit.” Ruim tweehonderd scholen hebben inmiddels de extra test aangevraagd. Of ze die gelijktijdig klassikaal afnemen of alleen achteraf bij twijfelgevallen, is onbekend.
Veel lagere scholen hebben al een procedure voor de twijfelgevallen. Bij de Utrechtse basisschool de Twijn is er bijvoorbeeld een soort escape voor onverwacht slechte presteerders, laat locatieleider Ronald Goosen weten. “Als het kind echt veel lager scoort dan het verwachte niveau, hebben we nog de NIO-toets, een soort intelligentietest.” Problemen met teleurgestelde ouders kan Goosen zich niet heugen. “We geven altijd ook heel duidelijk aan wat de procedure is in groep 8 en wat iedereen kan verwachten. We hebben hiervoor in Utrecht richtlijnen opgesteld waar bijna alle scholen aan meedoen. Daarnaast hebben we op school een entreetoets in groep 7 en gaan we die ook voor groep 5 en 6 invoeren zodat ouders al vroeg een reëel beeld krijgen wat ze voor de toekomst kunnen verwachten.”
Als er al een probleem ontstaat, staat de school eerder aan de kant van de ouders, vervolgt Goosen. “We vinden het advies van de leerkracht belangrijk, maar scholen in het voortgezet onderwijs kijken soms erg naar de Cito-score op het uiteindelijk adviesformulier. Ik snap dat ze ergens een grens moeten trekken, maar als het om een tekort gaat van enkele puntjes, waardoor een kind niet naar het vmbo-t mag, is dat natuurlijk erg vervelend.”
Dat de vervolgscholen zich veelal blind staren op de Cito-uitslag is alle partijen, inclusief Cito zelf, een doorn in het oog. Gelmers van 50tien: “Maar wel logisch, want die scholen krijgen een vergoeding op basis van de prestaties van leerlingen. Scholen kiezen algauw voor een veilige populatie.”
En dan kan een extra test buiten school om helpen om goed beslagen ten ijs te komen bij de gewenste middelbare school. Psycholoog Robert ten Kate van Marlis Praktijk verwacht deze periode weer de nodige telefoontjes van ouders, zoals het ook altijd drukker is na het herfstrapport en vlak voor de zomervakantie, gezien mogelijke zittenblijvers. “Twijfelende ouders die het idee hebben dat er meer in hun kind zit dan de Cito aangeeft.” Het zijn volgens hem niet zozeer streberige ouders die hun kind per se minimaal op de havo willen zien. “Ze kunnen wel berusten in een vmbo-advies, maar vinden het zonde als het later toch niet blijkt te kloppen en er wel havo in had gezeten.”
Met een extra intelligentietest bovenop de Cito-toets kopen ouders volgens hem ‘een stukje gemoedsrust’. “En heel soms zie je ook een behoorlijk verschil in onze uitslag en de Cito-score. Bijvoorbeeld bij kinderen met autisme. De drukke Cito-setting in de klas kan een negatief effect op de score hebben.” Op zich vindt hij de Cito-uitslag in combinatie me het schooladvies een duidelijke indicatie voor vervolgonderwijs. “Maar er wordt soms helaas weinig rekening met de motivatie en werkhouding van de kinderen gehouden.”
Confrontatie
“De Cito-toets is wat uit zijn voegen gegroeid. Mensen die goed kunnen lezen maken hem al beter”, vult orthopedagoog Leo Everts aan. “Het gaat er niet meer om wat een kind heeft opgepikt in al die jaren, maar het wordt als indicator gebruikt van op welk niveau een kind kan presteren. Terwijl het er ook om zou moeten gaan hoe het kind in zijn vel zit, waar het behoefte aan heeft en welk type school bij hem past.”
Everts runt bijna 25 jaar een praktijk in Breda en ziet al jaren een lichte toename van klanten rond de Cito-periode. “Dit jaar toevallig wel wat meer, maar het is niet explosief.” Hij vindt het wel logisch dat ouders bij hem aankloppen voor een second opinion. “Tot groep 8 is alles leuk en prima. Maar dan worden ouders geconfronteerd met het feit dat hun kinderen moeten scoren.”
Een grote groep mensen die langskomt in deze periode is het niet eens met de inschaling van school. Veelal schort er dan wat aan de communicatie. “Die hebben jarenlang gehoord dat het goed gaat en krijgen in groep 8 opeens een heel ander verhaal te horen.”
Heel soms ontstaat er echt een confrontatie tussen scholen en ouders en komt Everts als een soort bemiddelaar naar school toe om uit te leggen wie gelijk dan wel ongelijk heeft. “Ik bouw dan een brug tussen ouders en school en samen proberen we de juiste plek voor het kind te vinden.”
Op ‘zijn’ school, Ichtusschool in Hilversum, gaat het in 95 procent van de gevallen goed, laat directeur Rob Salij weten. “Door het leerlingvolgsysteem komen ouders ook niet voor verassingen te staan. Als ze al een test buiten school om aanvragen, is dat in een eerdere groep naar aanleiding van resultaten van het volgsysteem.” Angst voor het vmbo signaleert hij niet. “Wel is er in groep 8 de laatste tijd vaker discussie met ouders die hun kind het liefst naar een havo/vwo-brugklas zien gaan, en niet naar een mavo/havo.” De Cito-score geeft dan uiteindelijk de doorslag en daar kunnen ouders zich volgens Salij dan wel in berusten. “Daarbij hebben steeds meer scholen hun brugklasperiode verlengd naar twee jaar zodat een kind later pas een richting opgaat.” Als de Cito-score niet overeenkomt met het schooladvies, doet de basisschool er alles aan de middelbare school te overtuigen dat het niet klopt. Salij: “Een kind kan hoofdpijn hebben gehad en het hebben verknald. Door onze contacten met de scholen nemen ze dat dan ook wel van ons aan. En bij echte twijfelgevallen is er nog de toets op de middelbare school zelf om te zien op welke plek het kind het beste tot zijn recht komt.”