- blad nr 1
- 17-1-2009
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Minder vakantie valt slecht
Volgens de Commissie Onderwijstijd is het noodzakelijk om de urennorm voor het voortgezet onderwijs wettelijk vast te leggen. Uit haar rapport blijkt dat er aan de hand van onderzoek en internationale vergelijkingen geen antwoord is te geven op het noodzakelijke aantal uren instructie, begeleiding en zelfstudie. Toch komt de commissie onder leiding van oud-VVD-Kamerlid Clemens Cornielje uit op een norm van 1000 uur. Scholingsactiviteiten voor leraren mogen niet ten koste gaan van de onderwijstijd voor leerlingen, vindt de commissie. Het probleem van de werkdruk dat daardoor kan ontstaan, wil de commissie oplossen met vijf roostervrije dagen per jaar waarbij docenten wel op school aanwezig zijn. Die week wordt dan afgehaald van de zomervakantie die nu zeven weken is.
Vooral dit laatste voorstel viel heel slecht bij het onderwijspersoneel. Op de dag van de publicatie van het rapport klonken er al direct veel protesten. De AOb vindt dat de commissie het tekort aan geld en tijd nu terughaalt bij het personeel. De bond is het niet eens met de conclusie dat het mogelijk is om een 1000-urennorm uit te voeren met het huidige budget, het beschikbare geld is slechts voldoende voor 960 lessen. Als scholen meer lessen moeten geven, kan dat alleen door meer leraren aan te stellen. Momenteel geven leraren in Nederland gemiddeld al 16 procent meer lessen dan in andere landen en zitten de klassen voller. Dat is de oorzaak van de hoge werkdruk.
Uit het onderzoek van Regioplan Onderwijstijd en lesuitval blijkt dat 5,7 procent van de lessen op middelbare scholen in het vorig schooljaar niet doorging. In het jaar daarvoor was de lesuitval 6,8 procent. Scholen moesten leerlingen in de onderbouw jaarlijks 1040 uren les geven. De scholen daar voor 88 procent in. In het schooljaar 2006-2007 was dat nog 84 procent. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat docenten verhoudingsgewijs veel tijd kwijt zijn aan hun takenpakket voor leerlingbegeleiding en ontwikkeling van de onderwijsinhoud. Vaak kosten deze taken meer tijd dan er voor gepland staat.