• blad nr 17
  • 4-10-2008
  • auteur D. Hollander 
  • Redactioneel

Re-integratie en herplaatsing 

De aanhouder wint (soms)

Juristen moeten over een ijzeren doorzettingsvermogen beschikken. Hun klanten overigens ook. In 2005 werd leraar B door zijn werkgever, de gemeente Hengelo, vanwege arbeidsongeschiktheid ontslagen. Voor de zomer verklaarde de Centrale Raad van Beroep, het hoogste rechtscollege, het ontslag nietig. De werkgever had zich te weinig ingespannen om ander werk voor B te zoeken. Ook in een tweede zaak over re-integratie wist de juridische dienst van de AOb een gunstige uitspraak te behalen, dit keer van uitkeringsinstantie UWV.

Leraar B werkte al 37 jaar in het onderwijs toen hij last kreeg van zijn hart. Lesgeven ging daarna niet meer, tenminste niet op de manier waarop hij dat tot dan had gedaan.
Uitkeringsinstantie UWV verklaarde hem ongeschikt voor zijn functie. De school vroeg hem, toen hij weer redelijk op de been was, te helpen bij het verder ontwikkelen van de mediatheek. Van het begin af aan was duidelijk dat dit een tijdelijk baantje was. Daarna vond de werkgever het wel genoeg en vroeg voor B ontslag aan.
De juridische dienst van de AOb zag het anders en startte een beroepszaak. Hoezo hoefde de gemeente niet te voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot herplaatsing en re-integratie? Het was niet de eerste keer dat de AOb-juristen een poging ondernamen om een werkgever via de rechter te dwingen aan zijn re-integratieverplichtingen te voldoen. Het bracht AOb-advocaat Frans Lathouwers al eerder in het Onderwijsblad tot de verzuchting dat werkgevers vaak beter zijn in het bedenken van drogredenen waarom zij iemand niet kunnen herplaatsen dan in meedenken bij het zoeken naar passend werk. Ook nu weer bij leraar B: procedures werden eindeloos opgerekt, op argumenten werd niet ingegaan. Dat B best nog een rol zou kunnen spelen bij het begeleiden van groepjes leerlingen, kwam bij de werkgever niet in het hoofd op. B was ongeschikt voor zijn functie, dus was een invaliditeitsuitkering de beste oplossing voor hem.

Verrassend
Werden tot nu toe de meeste zaken waarin de AOb re-integratie wilde afdwingen verloren, vóór de zomer deed de Centrale Raad van Beroep een verrassende uitspraak. Het was waar: uitkeringsinstantie UWV had in een advies vastgelegd dat leraar B niet meer geschikt was voor het uitoefenen van zijn oude beroep. Hij is volledig arbeidsongeschikt, concludeerde de werkgever daarop, dus hoeven wij geen pogingen meer te ondernemen tot herplaatsen. Onjuist, sprak de Centrale Raad van Beroep uit. Een ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid is zo ingrijpend dat een werkgever de bepalingen voor een herplaatsingsonderzoek nauwgezet in acht moet nemen. Ook al heeft iemand een invaliditeitsuitkering, dan hoeft dat nog niet te betekenen dat hij tot geen enkele arbeid meer in staat is. De Centrale Raad gaat nog verder: een werkgever is verplicht een herplaatsingsonderzoek te doen behalve als duidelijk is dat het verrichten van arbeid door een volledig arbeidsongeschikte werknemer ‘louter hypothetisch’ is. En dat is bij leraar B niet het geval, aldus de Centrale Raad, want hij heeft jaren na zijn afkeuring meegeholpen aan werkzaamheden voor de mediatheek. Dat de werkgever denkt daarmee aan de verplichtingen voldaan te hebben, mooi niet, want het was ieder duidelijk dat het om een tijdelijk baantje ging.
De Centrale Raad verklaarde het ontslag nietig. Dit betekent dat leraar B weer in dienst is bij zijn werkgever. De uitspraak heeft voor hem gunstige financiële consequenties. Vergeleken met het invaliditeitspensioen dat hij al enkele jaren genoot, krijgt B nu over die jaren minstens 20 procent meer geld.

Viltjes
Lerares K kreeg te kampen met gehoorproblemen. Ze vroeg haar werkgever om aanpassingen aan het lokaal, viltjes bijvoorbeeld onder de stoelpoten, hulp van een lio-stagiair, een kleinere groep. De werkgever weigerde niet botweg, maar deed gewoon niets. Door die gehoorproblemen en nog wat bijkomend lichamelijk ongemak, dreigde K vlak voor de zomervakantie een invaliditeitsuitkering te krijgen. In haar geval bracht het deskundigenoordeel van UWV redding. Daarin stond dat haar werkgever onvoldoende inspanningen tot re-integratie had gepleegd. Volgens de bedrijfsarts zou zij op termijn weer gewoon les kunnen gaan geven, mits de werkgever aanpassingen aan het lokaal aanbracht. Het leidde bij het UWV tot de conclusie de ziekteperiode waarin K recht heeft op loon te verlengen tot oktober 2009. In de tussentijd moet de werkgever de gevraagde aanpassingen aan haar lokaal uitvoeren. Tot dan schort het UWV de aanvraag voor een invaliditeitsuitkering op.

Advies
Eindelijk vindt er een verschuiving plaats bij procedures over re-integratie na afkeuring. Niet alleen de werknemer wordt aan zijn plichten gehouden, ook de werkgever. Tot nu toe spaarde het UWV de kool en de geit: iedereen kreeg een beetje schuld.
De juridische dienst van de bond adviseert mensen die met iets soortgelijks te maken krijgen, niet achterover te gaan leunen tot de werkgever iets doet aan herplaatsing of re-integratie. Werkgevers zijn verplicht te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat ze dat ook doen. Ook als iemand voor 80 procent is afgekeurd zal hij zich tegenover de werkgever actief moeten opstellen. Het is namelijk geen medisch, maar een loonkundig percentage. En financieel maakt het nogal wat uit of je het gewone loon krijgt uitbetaald of het met een invaliditeitsuitkering moet doen.

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.