• blad nr 17
  • 4-10-2008
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

In groep 7 met het leesniveau van groep 4: 

Grote leerachterstanden ex-Iederwijskinderen

Leerlingen die een aantal jaar op een Iederwijsschool hebben doorgebracht, kampen met grote leerachterstanden in rekenen en taal. Dat meldt een school in Lopik die een aantal ex-Iederwijskinderen in haar klassen heeft. “Maar zo’n achterstand is alleen een probleem als je vanuit de leerstof redeneert, en niet als je redeneert vanuit het kind”, werpt Iederwijs Nederland tegen.

“Leerlingen die eerst een aantal jaren op een Iederwijsschool hebben gezeten, hebben soms een enorme achterstand. Er zit een jongen in groep 6 die eigenlijk het niveau van groep 4 heeft. En een leerling die gezien zijn leeftijd in groep 7 hoort, maar leest op een niveau van drie groepen lager. En een oudere leerling is best slim, maar blijkt de tafels niet goed te kennen. Echt heel fijn als je daar in een hogere groep nog achter moet komen.”
Monic Wendel, intern begeleider, remedial teacher en groepsleerkracht op de Zomergaard in Lopik, heeft haar handen vol aan de oud-leerlingen van Iederwijs. Die leerlingen kwamen de afgelopen jaren om diverse redenen bij haar op school: bijvoorbeeld omdat er elders Iederwijsscholen hun deuren sloten, of omdat de ouders een meer reguliere opstap wilden naar het - eveneens reguliere - vervolgonderwijs.
Bij de binnenkomst van de oud-Iederwijs leerlingen is het voor Wendel een hele klus om te achterhalen op welk niveau ze zijn. “Die Iederwijsscholen hebben geen enkel leerlingvolgsysteem. Als ik er dan achteraan bel, krijg ik een in elkaar geknutseld verslag van wat de leerlingen allemaal gedaan hebben.” Maar veel lijn zit daar vaak niet in. “De leerlingen doen maar waar ze zin in hebben.”
En op dat laatste is Iederwijs dus erg trots. Want het uitgangspunt van Iederwijs is dat elk kind zelf bepaalt wat hij leert en op welk moment hij dat doet. Er wordt niet gewerkt met verplichte vakken en er wordt niet klassikaal lesgegeven. ‘Kinderen verkleden zich’, meldt de website van Iederwijs, ‘ze ontmoeten elkaar op de trampoline, ze schilderen, ze maken sommen uit een rekenboek, er wordt aan elkaar voorgelezen, ze zoeken informatie over vuilverbranding op het internet, ze doen inkopen voor de pizza die ze gaan bakken, ze vertalen een tekst in het Latijn, ze zijn de hele dag verdiept in een spannend boek, ze lossen een conflict op, ze bouwen een hut, ze kalligraferen een gedichtje, ze eten rustig hun boterham en kijken wat er om hen heen gebeurt, ze maken muziek, ze rekenen uit hoe groot de zon is, enzovoorts.’ Een kinderwalhalla, kortom, dat erg ver weg staat van wat in het reguliere onderwijs als normaal wordt beschouwd.
Maar die vrije aanpak leidt tot achterstanden en hiaten, constateert Wendel van de Zomergaard. “Het gebeurt dat ouders buiten onze school ook nog remedial teaching zoeken om hun kinderen op het goede niveau te krijgen. Maar de achterstand is vaak te groot: ik schat minimaal een jaar. Twee oud-leerlingen van Iederwijs gaan vanuit onze school waarschijnlijk naar het leerwegondersteunend onderwijs. En een slimme jongen, die waarschijnlijk best atheneum had kunnen halen, komt bij ons nu uit de test als geschikt voor havo of vmbo-tl.”
Maar die testen geven momentopnamen, vindt Miriam Schreurs, bestuurslid van Iederwijs Nederland. Want ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. “Het is niet zo dat alle kinderen op hun zesde even ver zijn met lezen.” Sommigen doen dat sneller, anderen langzamer. “Ik heb nog geen kind meegemaakt dat op zijn negende niet kon lezen.”
Verder is het systeem op Iederwijs vrij, maar zeker niet vrijblijvend, zegt Schreurs. Want al die verschillende activiteiten staan wel in het teken van lezen, rekenen en schrijven. “Dat is bij ons basaal – net als op andere scholen.” En dat er geen leerlingvolgsysteem zou zijn, zoals Wendel zegt, kan volgens Schreurs niet waar zijn. “Wij houden de lijn waarlangs een kind zich ontwikkelt juist heel goed in de gaten. En trouwens, als school ben je ook gewoon wettelijk verplicht om een leerlingvolgsysteem te hebben.”
Van bewering dat de oud-leerlingen van Iederwijs grote achterstanden zouden hebben, hoort Schreurs niet op. “Dat wordt altijd gezegd als leerlingen van vernieuwingsscholen in het reguliere onderwijs terechtkomen. Ook van kinderen van bijvoorbeeld jenaplan- en montessorischolen.”
Maar die achterstand is volgens haar meestal binnen drie maanden weggewerkt. “En het is alleen een achterstand als je rekent vanuit de stof. Als je de leerstof centraal stelt, in plaats van het kind.” En laat ten slotte niemand vergeten dat de leerlingen ook veel goeds van Iederwijs meenemen, zegt Schreurs. “Ze staan in sociaal-emotioneel opzicht heel stevig in hun schoenen.”
Op dit moment gaan in heel Nederland zo’n 175 leerlingen naar een Iederwijsschool. De laatste jaren zijn er veel van deze scholen verdwenen, maar volgens Schreurs staan er weer nieuwe scholen klaar om tot Iederwijs toe te treden. Er wordt alleen even gewacht op de uitkomst van de nieuwe toezichtronde van de Onderwijsinspectie. Want die neemt het particuliere onderwijs strenger onder de loep dan vroeger, en de uitkomst van de eerste, verscherpte toezichtronde wordt later deze maand verwacht (zie kader).
Intern begeleider Wendel zou het geen bezwaar vinden als de inspectie Iederwijs zou verbieden. “Natuurlijk zitten er goede elementen in Iederwijs. Traditioneel onderwijs is niet voor iedereen geschikt.” En zij gelooft best dat de ene leerling eerder aan bepaalde leerstof toe is dan de ander. “Maar ik geloof gewoon niet dat kinderen uit zichzelf alles leren. Want als je niet van rekenen houdt, ga je het uitstellen en wordt de berg steeds groter. Af en toe moet je gewoon iets leren omdat het móet.”
Dat is een legitieme opvatting, vindt Schreurs van Iederwijs. “Maar wij hebben een andere opvatting, namelijk dat er ook andere vormen van leren zijn. En die opvatting mag je óók hebben in Nederland.” Zij nodigt de kritische intern begeleider ook van harte uit om contact op te nemen en langs te komen bij Iederwijs. “Om eens met eigen ogen te zien wat wij nu echt doen. En wij staan ook altijd open voor suggesties en verbeteringen.”
Schreurs zou, ten slotte, ook graag van de discussie af willen of Iederwijs beter of slechter is dan regulier onderwijs. “Het gaat niet om beter of slechter. Beide onderwijstypen kunnen best naast elkaar bestaan. En dan maken ouders zelf hun keuze wel.”

{kader met foto Wonderwijs}
Inspectie wordt strenger: haalt Iederwijs 2010?

Op het hoogtepunt, rond 2004, waren er zo’n twintig Iederwijsscholen in Nederland. Nu zijn het er nog vijf. De rest sloot de deuren omdat ze bijvoorbeeld de financiering niet rond kregen, of omdat de kwaliteit volgens de Onderwijsinspectie onder de maat was.
De gesloten scholen boden lang niet allemaal echt Iederwijs-onderwijs, zegt Yolanda Eijgenstein, een van de drijvende krachten achter Iederwijs. “Er is in Nederland blijkbaar veel behoefte aan het starten van nieuwe scholen. En sommige scholen noemden zich al ‘Iederwijs’ voordat wij waren komen kijken.” Haar advies aan nieuwe scholen is inmiddels: “Start vooral, maar doe het op je eigen manier en noem je geen ‘Iederwijs’. Wij hebben ook geen zin om Iederwijspolitie te zijn.”
Van die vijf overgebleven ‘echte’ Iederwijsscholen zijn er inmiddels wel twee bekostigd: Wonderwijs in Loenen (sinds 1 augustus dit jaar) en de Horst in Noord-Limburg (vanaf vorig jaar).
De drie nog particuliere Iederwijsscholen kijken verwachtingsvol uit naar het volgende rapport van de Onderwijsinspectie. Want de regels waaraan de inspectie het particuliere onderwijs toetst – in vaktermen het ‘toetsingskader’ – zijn dit voorjaar door de politiek aangescherpt. En de inspectie zegt wel toe de kwaliteit van het onderwijs te beoordelen ‘op een wijze die past bij de eigen opvattingen van het bevoegd gezag over onderwijzen en leren’. Maar de scholen moeten toch ook met aantoonbare resultaten over de brug komen. Doorstaan de drie particuliere Iederwijsscholen die verscherpte test? Komende maand wordt het duidelijk.
De twee bekostigde Iederwijsscholen moeten de komende jaren alle zeilen bij zetten om de stichtingsnorm te halen: minimaal tweehonderd leerlingen na vijf jaar. Verder doen de bekostigde Iederwijsscholen gewoon mee met het reguliere schooltoezicht van de Onderwijsinspectie. Daar maakt Miriam Schreurs, bestuurslid van Iederwijs Nederland, zich geen zorgen over. “De regels voor het particuliere onderwijs zijn in feite strenger dan de regels voor het bekostigde onderwijs.”

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.