- blad nr 16
- 24-9-2008
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Eerste academische opleiding tot leraar basisonderwijs
De pabo is te makkelijk voor deze studenten
Eenenvijftig studentes en één student zitten begin september gezamenlijk aan de lunch in Universiteit Utrecht. Het is de eerste lichting van de academische lerarenopleiding primair onderwijs (alpo), ofwel, in de volksmond, de academische pabo. De studenten combineren de komende vier jaar een studie onderwijskunde aan de universiteit met een pabo-opleiding aan de Hogeschool Utrecht.
Het idee voor een academische opleiding voor leraren basisonderwijs is heel oud, zegt Theo Wubbels, vice-decaan van de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht. “Ik opperde vijftien jaar geleden al bij mijn inauguratie dat het goed zou zijn om leraren hoger op te leiden.” Vier jaar geleden begon dit idee vorm te krijgen. “In de sociale wetenschappen kom je veel studenten tegen die 'iets met kinderen' willen. Maar dan wel op universitair niveau.” Toen hij in een collegezaal met driehonderd studenten informeerde wie er belangstelling zou hebben voor een combinatie van een universitaire studie en de pabo, ging de helft van de vingers omhoog.
Voor de studenten van de academische pabo is een compleet nieuwe onderwijsroute opgesteld. Ze volgen vakken in de gebouwen van de hogeschool en de universiteit, die in Utrecht maar een paar honderd meter van elkaar verwijderd staan. Ze blijven als groep bij elkaar: de studenten hoeven dus niet aan te schuiven bij reguliere vakken van de pabo en onderwijskunde.
En het loopt storm. Wubbels: “In februari kwamen we in de pers. Het eerste weekeinde hadden we al reacties binnen van tientallen potentiële studenten, van tien docenten die hier wilden komen lesgeven en van een hele rits scholen die stagiairs wilden afnemen.”
Slimme studenten
Uiteindelijk kwamen er zo’n 150 aanmeldingen van studenten binnen, waarop een strenge selectieprocedure werd losgelaten. Zo kregen de geïnteresseerden het verzoek een aanbevelingsbrief mee te sturen van iemand uit het onderwijs, bijvoorbeeld een leraar of decaan. Verder moesten ze aangeven welke ervaring ze hadden in het omgaan met kinderen en wat hun in de krant aan onderwijsartikelen was opgevallen. Over een van deze onderwerpen werden zij geacht een essay op te stellen.
Goede cijfers voor Engels en wiskunde waren een voorwaarde. Wubbels: “Op de universiteit moet je veel in het Engels lezen en verder is statistiek heel belangrijk voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek.” Waarmee hij niet wil zeggen dat een vak als Nederlands niet belangrijk is. Maar met Nederlands zit het doorgaans wel goed bij de vwo’ers.
De eerste selectie bracht het aantal kandidaten terug van 150 naar 110. Die laatsten werden allemaal voor een gesprek uitgenodigd. Het zijn slimme studenten, vindt Wubbels. “Ik zal nooit in het algemeen zeggen dat de pabo te licht is. Maar voor deze studenten dus wel.” De studenten moeten niet alleen slim en gemotiveerd zijn, maar ook laten zien dat ze goed met mensen kunnen omgaan. “Vandaar dat gesprek.”
Tussen de aanmeldingen bleken ook spijtoptanten te zitten. “Mensen die eerst een of twee jaar een heel andere studie hebben gedaan. Van industriële vormgeving en commerciële economie tot psychologie. En sommigen zijn hier prima op hun plek.”
Na de selectie begonnen uiteindelijk ruim vijftig studenten aan opleiding. Zij gaan een leuke maar zware tijd tegemoet, zegt Wubbels. “Studenten van ‘normale’ universitaire opleidingen besteden zo’n 27 uur per week aan hun studie. Maar daarmee ga je de academische pabo niet redden. Je zult er echt zo’n veertig uur per week voor nodig hebben.”
Grote verwachtingen
Dat is inclusief de stage, want de studenten gaan vanaf het eerste jaar één dag per week naar een basisschool – uniek voor een universitaire opleiding. Ed Booms, clusterdirecteur van de Torenuil en de Trekvogel in IJsselstein, wil de stagiairs graag hebben. “Ik ben een warm voorstander van de academische pabo. Niets ten nadele van andere opleidingen, maar deze nieuwe studie trekt toch mensen met meer denkvermogen.”
Waarmee Booms niet wil zeggen dat hij voortaan alleen maar universitaire stagiairs en later alleen maar universitair opgeleide beginners gaat aannemen. Integendeel, het gaat om de mix. “We hebben ook heel goede onderwijsassistenten nodig en groepsleerkrachten die sterk zijn op operationeel niveau. Leerkrachten die een les voorbereiden en geven. Punt. Maar ik heb ook mensen nodig die antwoord kunnen geven op de vraag waaròm wij als school doen wat we doen.”
“Schoolleiders hebben grote verwachtingen van onze studenten”, zegt Wubbels van de academische pabo. In het eerste jaar zijn de stagiairs nog niet inzetbaar als leerkracht, maar in de hogere jaren steeds meer. En de studenten eindigen hun opleiding straks met een afstudeeronderzoek. “Bijvoorbeeld naar de effecten van een nieuwe manier van rekenonderwijs in hun school”, verwacht Wubbels.
De afgestudeerden zullen straks eerst een tijd gewoon voor de klas staan. Daarna kunnen ze doorstromen naar hogere functies op het gebied van onderwijsontwikkeling, coaching of management, denkt Wubbels. Schoolleider Booms is dat met hem eens. “Ik verwacht dat de afgestudeerden gaan doorgroeien in de richting van middenmanagement of directie. En dat is mooi, want er is nu al een gigantisch tekort aan directeuren in het basisonderwijs.”
Mooie vooruitzichten
De AOb juicht het doorstromen van hoger opgeleide docenten toe. Maar in het algemeen, niet alleen van degenen die van de academische pabo komen. En dat kan ook. Want met de nieuwe lerarenbeurs, een van de speerpunten uit het Actieplan Leerkracht, kunnen ook zittende docenten een bachelor- of masteropleiding volgen. Vervolgens kan ook die groep straks net zo hard doorstromen als de universitair opgeleide pabo’ers.
De nieuwe vierjarige opleiding is financieel nog niet helemaal rond. “Als wij als universiteit worden bekostigd, krijgen we geld voor slechts drie jaar: de duur van de studie tot het bachelordiploma”, rekent Wubbels voor. “Als wij als hbo worden bekostigd krijgen we geld voor vier jaar, maar dan weer niet voor de wetenschappelijke component van de opleiding. Hoe je het ook berekent, we komen in beide gevallen een kwart van de bekostiging tekort.”
Over de kwestie zijn Kamervragen gesteld, maar het ministerie is niet van zins de bekostiging structureel te verhogen. “Er is wel zicht op een startsubsidie”, zegt Wubbels. “Zo komen we er de eerste vier jaar wel uit.”
Ook elders in het land starten academische pabo’s. Groningen wil er volgend jaar een beginnen, Saxion hogeschool in Deventer heeft dat dit jaar al gedaan samen met de Universiteit Twente. Die laatste opleiding is anders opgezet. De studenten volgen een versnelde (driejarige) pabo, waarin ze voorbereidende vakken op een masteropleiding onderwijskunde volgen. Daarna is er een half jaar met alleen voorbereidende vakken op die masteropleiding en als afronding de eenjarige masteropleiding zelf.
De afgestudeerden uit Twente hebben straks naast hun pabodiploma dus ook een masterdiploma onderwijskunde, terwijl de Utrechtse studenten ‘slechts’ een bachelordiploma onderwijskunde kunnen halen. Geeft niets, vindt Wubbels. Als leerkracht basisonderwijs heb je volgens hem echt geen master nodig, dat is te zwaar voor die functie. “Een bachelordiploma naast de pabo is een prima manier om hoger opgeleide docenten af te leveren die mooie vooruitzichten voor de toekomst hebben.”
Sophie Beune
Komt van: “Ik heb eerst een half jaar rechten gestudeerd, maar dat was helemaal niet wat ik ervan verwacht had.”
Was vroeger al: “Verzot op schooltje spelen. Mijn vader en moeder zitten ook allebei in het onderwijs. Halverwege de middelbare school ben ik omgeslagen, misschien om me af te zetten tegen mijn ouders. Maar ik ben nu echt weer op mijn plek. Als ik hier niet was aangenomen had ik de pabo gedaan.”
Aanbevelingsbrief geschreven door: Mentrix van 5/6-vwo.
Wil later: “Voor de klas staan. Wie weet daarna nog een hogere functie, meer eerst lekker voor de klas.”
Marielle Sondij
Komt van: “Ik heb eerst de havo gedaan en daarna twee jaar commerciële economie. Maar daar zat ik tijdens mijn stage alleen maar achter de computer, terwijl ik juist graag met mensen wil werken.”
Was vroeger al: “Hockeytrainer van een jeugdelftal. Kinderen raken me gewoon. Helaas was ik eerst afgewezen voor deze universitaire pabo, misschien omdat ik eerst de havo heb gedaan. Maar ik heb een mail gestuurd, mocht op gesprek komen en ben toch aangenomen.”
Aanbevelingsbrief geschreven door: Conrector op de middelbare school en een docent commerciële economie.
Wil later: “Voor de klas. Liefst in de bovenbouw en uiteindelijk misschien de kant van de directie op. Maar eerst deze opleiding afmaken. Omdat de studenten hier geselecteerd worden, denk ik wel dat hun motivatie hoger is. In het hbo viel me dat erg tegen: we begonnen met 42 studenten en na twee jaar waren daar nog maar tien van over. Ik verwacht dat het hier anders gaat.”
Mariëlle van Maren
Komt van: “Het vwo. Ik wilde de pabo gaan doen, maar hoorde op het nieuws over deze opleiding. En ik dacht: Dat is echt wat voor mij.”
Was vroeger al: “Graag bezig met kinderen. En ik houd van dingen uitzoeken, ik wil weten hoe alles in elkaar zit. En op de pabo mis je toch de achtergronden van veel dingen.”
Aanbevelingsbrief geschreven door: Mentor van het vwo.
Wil later: “Lerares worden op een basisschool, dat spreekt voor zich. En als lesgeven me niet aanspreekt kan ik met mijn diploma onderwijskunde nog andere kanten op. Maar die kans lijkt me klein.”
Ellewies Harleman
Komt van: “Ik wilde graag iets met kinderen gaan doen. Toen heb ik getwijfeld over de pabo, maar ik dacht dat die opleiding te weinig uitdagend zou zijn. Je hoort er tenminste weinig echt goede verhalen over. Toen heb ik me ingeschreven voor geneeskunde, omdat ik dan kinderarts zou kunnen worden. Daar ben ik uitgeloot. Toen ben ik verloskunde gaan studeren, maar daar was je toch vooral met zwangere vrouwen bezig in plaats van met kinderen.”
Was vroeger al: “Hockeytrainer van een jeugdelftal. En via mijn debatingclub op de middelbare school ben ik in groepen 7 en 8 van de basisschool les gaan geven over debatteren.”
Aanbevelingsbrief geschreven door: Docent Nederlands.
Wil later: “Direct het onderwijs in. En daarnaast eventueel nog een masteropleiding onderwijskunde volgen.”