- blad nr 11
- 31-5-2008
- auteur J. van Aken
- de Vereniging
AOb’ers bezoeken Marokkaanse scholen
Soms maakt een bril het verschil
‘Marokko, het land van de prachtige stranden, interessante cultuur en vriendelijke mensen. Je kunt er goed uitgaan en chillen, hoor ik van leerlingen, die er elk jaar op vakantie gaan. Jazeker, maar Marokko is ook het land van de armoede en de kinderarbeid’, dat schreef Marleen Bovée, teamleider bij Roc Midden-Nederland, in haar reisverslag. Een reden om mee te reizen is dat ze redelijk wat leerlingen met een Marokkaanse achtergrond heeft. “Serieus interesse te tonen in de cultuur waarin deze jongeren thuis leven, opent deuren.”
Bovée en twaalf anderen bezochten in in Fès, Marakkech en Beni Mellal twee scholen die deelnamen en vier scholen die willen deelnemen aan een project dat kinderarbeid bestrijdt door schooluitval te voorkomen. De Marokkaanse onderwijsbond Syndicat National de l’Enseignement (SNE) begon dit project met steun van de AOb en geld van Oxfam Novib en FNV. Ongeveer 1,4 miljoen kinderen in Marokko gaan niet naar school, waarvan er naar schatting 600 duizend werken. Nadat ze op hun zesde zijn ingeschreven, haken velen rond hun achtste al af om te gaan werken.
Bril
Ook Sabah Achahbar (27), derdejaars pabostudent, reisde mee naar Marokko. Ze heeft een Marokkaanse achtergrond, haar ouders zijn er geboren, en ze was nieuwsgierig naar het onderwijs aldaar. “Ik ga er elke zomer op vakantie, maar dan zijn de kinderen daar ook vrij, dus ik had er nog nooit een school van binnen gezien.”
Vooraf dacht ze dat het onderwijs arm zou zijn, maar om het in de praktijk te zien was confronterend. “Vijfendertig kinderen in een klas, die helemaal niets hebben. Er hingen geen werkjes aan de muur, de kasten waren leeg, het meubilair oud en in de gebouwen zaten scheuren. Met meer materialen en mooiere ruimtes zouden de kinderen meer plezier op school hebben en als je plezier hebt op school val je niet zo snel uit”, denkt ze.
Ondanks de armoede doen scholen erg hun best de kinderen niet te laten uitvallen, zag ze. “Een van de scholen regelde voedselpakketten en zamelde kleding in. Op andere scholen gingen de leerkrachten bij de ouders langs als kinderen te lang wegbleven. Ze organiseerden ouderbijeenkomsten over het belang van onderwijs.” Soms maakt een bril het verschil. “Een aantal leerlingen kwam door hoofdpijn niet naar school. Ze bleken slechtziend en kregen een bril, er ging een wereld voor ze open”, vertelt ze. Achahbar vindt het een belangrijk project. “Alle kinderen hebben recht op onderwijs. Dit project is een goed initiatief om kinderen op school te houden.”
Het project begint vruchten af te werpen. De Marokkaanse overheid erkende recent dat er echt wat gedaan moet worden tegen schooluitval. De minister van Onderwijs stelde voor om kinderen met achterstanden meer hulp te bieden, de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en betere leerlingbegeleiding te organiseren. Precies de zaken die voor positieve resultaten van het project zorgen.
Ook in Nederland kunnen we een positieve rol spelen, stelt Bovée. “Het is belangrijk dat Marokkanen in Nederland invloed uitoefenen op hun familie en vrienden in Marokko en erop wijzen hoe belangrijk onderwijs is. Ook onze leerlingen kunnen hieraan bijdragen.” vindt ze.
{noot}
Een reisverslag is te vinden op vereniging.aob.nl