• blad nr 11
  • 31-5-2008
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Jammerklachten

Sharon heeft haast. Om die reden stuurt ze me op vrijdagavond een mail met de voorlopige opzet van haar afstudeerscriptie en het verzoek mijn commentaar per kerende post op te sturen. Als ik na een paar dagen nog niet geantwoord heb, verschijnt ze opnieuw op de mail. Ze beklaagt zich over mijn trage reactie en vraagt ietwat bozig of ik wel weet dat de datum waarop ze af wil studeren met rasse schreden nadert. Als je per se op die datum wil afstuderen, antwoord ik, had je beter eerder kunnen beginnen. Daarna zet ik kort uiteen wat ik van haar opzet vind. Met de snelheid van het licht schiet haar reactie de mailbox binnen. Jeetje, weet ik niet hoe druk ze met de lio-stage is? Hoezo moet ze haar literatuurlijst uitbreiden en zich beter in haar onderzoeksgebied inlezen? Waarom is haar onderzoeksvraag te vaag? Wat bedoel ik met mijn opmerking dat ze alle beweringen in haar tekst met feiten moet staven? Ik besluit de mailwisseling te staken en maak een afspraak met haar op de basisschool waar ze haar lio-stage draait. Als ik binnenkom zie ik haar mentor met opgetrokken wenkbrauwen naar mij kijken. Zo, daar heb je die lastige scriptiebegeleider. Ze doet het erg goed in de klas hoor, zegt de mentor met een strak mondje. Ik knik. Ik geloof het graag. Het doet er alleen in dit geval niet toe. We beginnen met je afstudeerdatum een maand op te schorten, zeg ik. Sharon haar ogen spuiten vuur. Nou ja zeg! Ze gaat er eens goed voor zitten. Ze is vastbesloten om haar weerzin om een scriptie te schrijven op mijn conto te schuiven. Als ik nou maar niet zo’n lastig karakter zou hebben dan was ze immers zo klaar. Afstudeerscripties. De meeste studenten slagen er uiteindelijk in een behoorlijk gedocumenteerde en doorwrochte eindscriptie samen te stellen. Maar er zijn erbij van wie je vanaf het eerste moment dat je ze spreekt, weet dat het een helse opgave zal worden. Een treurtocht vol jammerklachten, hangende schouders, diepe zuchten (en dan heb ik het niet alleen over de student) en zo nu en dan een heuse huilbui of woede-uitval. Is het dan nu wel goed, staat er diep wanhopig boven de zoveelste poging. Anderen zijn brutaler en melden mij plompverloren dat het weliswaar even geduurd heeft, maar hier is ‘t ie dan… helemaal klaar en goed! Vervolgens sla ik mij opnieuw een weg door een woud van kromme zinnen, onlogische zinswendingen, merkwaardige beweringen en doodzonden tegen de spellingsregels. Nou vooruit dan maar, zucht ik op een bepaald moment, als ik er nu nog een keer naar zou moeten kijken dan heb ik er meer werk in zitten dan de student zelf. Vervolgens wacht ik gespannen het oordeel van de tweede begeleider af. Er zijn tweede begeleiders die onmiddellijk begrijpen hoe zo’n sleurscriptie tot stand is gekomen. Maar er zijn er ook die dapper en onvervaard de hele zaak afkeuren. En dan zie ik mij genoodzaakt opnieuw plaats te nemen tegenover zo’n student. Sharon kreeg haar scriptie uiteindelijk af. Ik wist niet dat ik het in me had, juicht ze op bladzijde één. Vervolgens bedankt ze een heel aantal mensen: de mentor, de docenten van de pabo, haar vriend. Zelfs haar poes wordt niet onvermeld gelaten. Pas in de laatste regel heeft ze mijn naam weggemoffeld. Het is een groot onrecht. Ik had op het kaft moeten staan. Als coauteur. Met hele grote letters.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.