- blad nr 11
- 31-5-2008
- auteur E.. Prins
- Redactioneel
Tentoonstelling over ezelsbruggetjes
De muze van het geheugen
Honderdduizenden leerlingen hebben werkwoorden leren vervoegen met behulp van ’t kofschip of ’t fokschaap. Ook de tv-tas, een ezelsbruggetje om de volgorde van de waddeneilanden te onthouden, zit diep, zo blijkt bij de ingang van de expositie Ezelsbruggetjes in de klas. Een kleine geschiedenis van de geheugenkunst.
Op een metershoog schoolbord mogen bezoekers hier hun eigen ezelsbruggetjes schrijven. “’t Kofschip en de tv-tas worden verreweg het meest genoemd”, zegt historicus Jacques Dane, samensteller van de tentoonstelling. En natuurlijk ontbreekt ook het beroemde ‘Meneer Van Dale wacht op antwoord’ niet, een ezelsbruggetje om te onthouden dat je eerst moet machtsverheffen, dan vermenigvuldigen, vervolgens delen, daarna worteltrekken en tot slot optellen en aftrekken.
Volgens de Dikke Van Dale is een ezelsbrug een ‘hulpmiddel of methode om iets gemakkelijk te kunnen onthouden door iets groters te onthouden, plus de manier waarop beide informaties aan elkaar zijn gekoppeld.’ Dat klinkt ingewikkeld, erkent Dane, maar dekt volgens hem wel de lading. “Een bekend voorbeeld is een oud rijmpje waarmee het getal pi onthouden kan worden: ‘Wie u kent, o getal, eerbiedig en gepast, bezit ook hoger wijsheid, ankervast.’ Door het aantal letters van ieder woord te tellen kun je het getal pi onthouden: 3,141592653589.”
Het woord ezelsbrug slaat waarschijnlijk op de planken die in de bergen over de ravijnen werden gelegd om de weg voor de (pak)ezels te verkorten. Vaak gaat het bij ezelsbruggetjes om woorden of zinnen, zoals ‘Meneer Van Dale wacht op antwoord’, vertelt Dane. Zulke geheugensteuntjes laten zich echter moeilijk in een tentoonstelling vangen. Bovendien bestaan er vrijwel geen bronnen van. “Velen zijn zelfbedacht, werden van mond tot mond overgedragen en zijn in de loop van de tijd verloren gegaan.”
In zijn boekje Meneer Van Dale wacht op antwoord heeft NRC-journalist Pieter Steinz een paar jaar geleden een poging gedaan dit soort geheugensteuntjes van de vergetelheid te redden. Hij interpreteert het begrip ‘ezelsbruggetje’ daarbij heel breed. Zo horen volgens hem ook de door generaties opgedreunde rijtjes met plaatsnamen, vervoegingen of jaartallen erbij. Ritme en cadans zijn dan het ezelsbruggetje: zij helpen om het rijtje te onthouden.
Maar ook dat soort hulpmiddeltjes zijn niet geschikt voor een tentoonstelling. Dane heeft zich voor de expositie dan ook vooral gericht op de combinatie tekst en beeld. Het plaatje als ezelsbrug. Dane: “Veel schoolprenten zijn in wezen ook ezelsbruggetjes. Denk maar aan ‘Aap, noot, Mies’. Blijkbaar onthoud je de ‘aa’ en ‘oo’ beter als het in een woord zit met een plaatje erbij.”
Moraliserende versjes
Monniken waren de eersten die plaatjes, voorstellingen uit de bijbel, bij hun teksten gebruikten, vertelt de historicus. Op de tentoonstelling zijn een aantal bijzondere voorbeelden te zien uit de late Middeleeuwen. Het gebruik van afbeeldingen in een schoolboek gaat terug tot 1654. De Tsjechische pedagoog en humanist Jan Amos Comenius (1592 – 1670) geldt als de eerste die een schoolboek met plaatjes uitgaf: de Orbis sensualium pictus (de getekende wereld). Ook een exemplaar van dit boek is te zien op de expositie die grotendeels is samengesteld uit uniek materiaal van twee antiquairs.
Voor ons is een plaatje bij een verhaaltje de normaalste zaak van de wereld. Sterker nog: er is geen schoolboek zonder. Maar in die tijd was het revolutionair, vertelt Dane wijzend op de minuscule zwart-wit tekeningetjes naast de grijze lappen tekst.
Een groot deel van de expositie is gewijd platen en prenten waarop het alfabet is afgebeeld en aan zogenaamde ABC-boekjes. Daaruit blijkt dat door de jaren heen op tientallen manieren is geprobeerd kinderen het alfabet te leren: door de letters te koppelen aan dierennamen of beroepen en door - vaak moraliserende - versjes. Volgens Dane laten ze ook goed zien hoe tijd-, plaats- en cultuurgebonden ezelsbruggetjes zijn. Zo hangt er een zogenaamde ‘centsprent’ uit de negentiende eeuw uit Frankrijk waarbij het alfabet wordt geleerd aan de hand van inmiddels niet meer zo gebruikelijke beroepen als pruikenmaker, hoedenmaker en hoefsmid.
Het mooiste voorbeeld vindt Dane echter de ‘sprekende letterbeelden’ van Johan van Wulfen uit 1885. Op deze schoolplaten staat bij elke letter een plaatje, die de uitspraak van de letter uitbeeldt. Boven de ‘s’ staat een afbeelding van een worst (in s-vorm) in de koekenpan. “Om te onthouden hoe de letter ‘s’ klonk, moest een kind denken aan een stuk worst ‘sidderend’ in een pan vet”, vertelt Dane, die zich dit gerecht nog goed uit zijn eigen jeugd herinnert. “Was de worst gaar dan werd deze op een bord, dat op een pan kokend water stond, gelegd om warm te blijven. Op dat klapperende bord maakte de worst een geluid als: zzzz. Dat is toch prachtig bedacht?”
{kader 1}
Knokkels
“Via de knokkels van je vingers het aantal dagen van de maand tellen. Dat ezelsbruggetje herinner ik me nog van mijn eigen lagere schooltijd”, zegt Marion Smits, leerkracht groep 4 van basisschool de Fontein in Houten. “En ‘t kofschip of ‘t fokschaap. Ook ‘Meneer Van Dale wacht op antwoord’, en de tv-tas weet ik nog. Deze ezelsbruggetjes worden bij ons op school nog steeds gebruikt, behalve ‘Meneer Van Dale’, want die is volgens mij inmiddels achterhaald.”
{kader 2}
Lettercombinatie
“SOS CAS TOA. Dat is een ezelsbruggetje dat ik me van mijn eigen middelbare schooltijd herinner en dat ik nu ook zelf gebruik”, zegt Elke Sanders, docent wiskunde aan vmbo-t van het St. Gregorius College in Utrecht. De lettercombinatie is een manier om de Sinus (Overstaande rechthoekzijde gedeeld door Schuine zijde), de Cosinus (Aanliggende rechthoekzijde gedeeld door Schuine zijde) en de Tangus (Overstaande rechthoekzijde gedeeld door de Aanliggende rechthoekzijde) te onthouden, vertelt Sanders. “Maar inmiddels is het veranderd in SOL CAL TOA: de Schuine zijde is Lange zijde geworden.” Zo’n ezelsbruggetje helpt volgens haar zeker. “Ik zeg het zo vaak, dat zit er bij leerlingen echt ingebakken.”
{kader 3}
Rijtjes rappen
Jarenlang is het stampen van rijtjes er niet meer bij geweest, zegt Mathieu Smeets, docent Duits aan havo/vwo van het Da Vinci College in Leiden. “De rijtjes bestonden uiteraard nog wel, maar de leerlingen hoefden ze niet meer uit het hoofd te leren, ze konden ze opzoeken en daarna toepassen.” Een verarming, vond Smeets, al 28 jaar docent en zelf opgeleid met de rijtjes. De laatste twee jaren ziet hij echter een kentering: ouderwets rijtjes leren mag weer. Een van zijn collega’s gebruikt daarvoor een rap, weet hij. “Dat werkt.”
{noot}
De tentoonstelling ‘Ezelsbruggetjes in de klas’ is nog tot en met 11 juli te zien in het Nationaal Onderwijsmuseum, Nieuwmarkt 1a, Rotterdam, 010 2170370, www.onderwijsmuseum.nl
{bon}
Bon
Lezers van het Onderwijsblad krijgen op vertoon van deze bon 50 procent korting op de entreeprijs. De normale prijs is voor volwassen € 4,- en € 1,- voor kinderen.
Maximaal twee personen per bon. Geldig tot en met 11 juli 2008.