- blad nr 9
- 3-5-2008
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Gratis schoolboeken moesten er komen, en zo snel mogelijk
Een politieke haastklus
Vijfenzeventig senatoren beslissen binnenkort over het lot van wetsvoorstel 31.325. Als de Eerste Kamer instemt, krijgen scholen in het voortgezet onderwijs er per direct een flinke klus bij.
Augustus volgend jaar moeten ze voor hun leerlingen les- en werkboeken hebben aangeschaft. Veel middelbare scholen halen zich daarmee een Europese aanbesteding op de hals. Zeker is dat de administratieve en organisatorische rompslomp die dat met zich meebrengt scholen tijd, geld en energie kost. Of ze de boeken van keuze in handen krijgen en gevrijwaard blijven van juridische claims door ontevreden marktpartijen, is onzeker.
Terwijl die onzekerheden een groot deel van de steun bij onderwijsorganisaties en in het parlement hebben weggenomen, hield de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie voet bij stuk. Met het rapport-Dijsselbloem in gedachten rijst de vraag: Krijgen scholen opnieuw een recept voor ellende opgedrongen?
De Groep Educatieve Uitgeverijen: “De ironie is dat de inkt van het rapport amper is opgedroogd nu dit passeert.”
Het oppositielid: “Een typisch geval van de rijdende trein. Het doet me denken aan eerdere plannen die fataal hebben uitgepakt.”
Als baas van de Koninklijke Nederlandse Boekverkopersbond (NBB Educatief) heeft oud-PvdA-minister Bram Peper geen politiek oordeel. Maar als toeschouwer is het hem duidelijk: “Uit de boezem van de regering is bekend dat men dit geen mooie zaak vindt. Men heeft zich klemgereden op dit dossier.”
Wat een hoofdpijndossier vol vraagtekens is geworden, begon als een oude wens die anderhalf jaar geleden wortel schoot aan de vooravond van de parlementsverkiezingen.
September 2006 - mei 2007
Dankzij Voorschoten de revolutie – zoveel is zeker, achteraf. Ook in deze Zuid-Hollandse gemeente leeft de lokale CDA-afdeling in 2006 toe naar de parlementsverkiezingen. Werner van Katwijk klopt er aan met een wens. De directeur van de christelijke oudervereniging Ouders en Coo heeft al naam verworven als de lobbyist achter de afschaffing van het lesgeld voor zestien- en zeventienjarige leerlingen. In de ogen van de oudervereniging een van de succesvolste lobby’s die ze heeft gevoerd.
CDA-lid Van Katwijk is ontevreden over een lacune in het concept verkiezingsprogramma van zijn partij. Er staat geen woord in over kosteloos lesmateriaal in het voortgezet onderwijs. Daarom wil hij het partijcongres een passage laten toevoegen die begint met: ‘De schoolboeken in het voortgezet onderwijs dienen niet voor kosten van de ouders te komen.’
Een historische verplichting, vindt Van Katwijk nog altijd: “Nederland heeft in 1978 een verdrag ondertekend over kosteloos onderwijs voor ouders, maar dat is nooit uitgevoerd.”
Het lokale CDA-bestuur heeft daar wel oren naar. Voorzitter Rob Hendriks: “Wij vonden het ook passen bij de CDA-inzet in ons eigen dorp, waar wij pleiten voor goede schoolvoorzieningen.”
Maar de buit is nog niet binnen. Kort voor het congres keert het kabinet van premier Jan Peter Balkenende zich nog tegen een motie met een vergelijkbare strekking.
Vrijdag 29 september is de eerste dag van het CDA-congres in de Amsterdamse Rai. Alle achthonderd voorgestelde wijzigingen uit alle delen van het land worden in deelsessies door werkgroepen behandeld.
Het Voorschotense voorstel krijgt die dag net niet de vereiste tweederde meerderheid om direct te worden overgenomen, herinnert Van Katwijk zich. Daarom moet het congres zich er zaterdagochtend plenair over buigen. Ouders en Coo mag namens de afdeling Voorschoten zelf haar amendement verdedigen. Het congres aanvaardt het voorstel, tot vreugde van de oudervereniging en de CDA-afdeling in Voorschoten.
“Alleen wel een beetje jammer dat bij de PvdA vervolgens hetzelfde gebeurde”, zegt voorzitter Hendriks.
Die zaterdagmiddag komen zestig kilometer zuidelijker de leden van de PvdA bij elkaar in de Van Nelle Ontwerpfabriek in Rotterdam. Een van de 912 amendementen die op tafel liggen betreft een passage over een boekenfonds. In het concept verkiezingsprogramma staat dat er een fonds moet komen waarbij ouders schoolboeken kunnen huren in plaats van kopen. Maar de Rotterdamse PvdA-afdeling wil dat veranderd zien in één zin: ‘Schoolboeken zijn in Nederland gratis voor leerplichtige leerlingen.’ Tegen de wens van het partijbestuur, want dat adviseert het voorstel af te wijzen.
Tijdens het congres dringt het nieuws door dat het CDA zojuist de gratis schoolboeken aan het verkiezingsprogramma heeft toegevoegd. De Rotterdamse afvaardiging heeft net een telefoontje gehad. En naast alle inhoudelijke argumenten, wordt ook dat bericht het congres voorgehouden. Het is een van de weinige amendementen dat deze dag de handen op elkaar krijgt.
“De PvdA kan dan niet achterblijven”, zegt oud PvdA-minister Peper als voorzitter van NBB Educatief. “Ik ken het congres van de PvdA goed genoeg om te weten hoe het werkt. Als het CDA voor gratis schoolboeken is, is de PvdA dat ook.”
Of het congres dat zetje nodig had, kan PvdA-Tweede Kamerlid Margot Kraneveldt niet zeggen. Maar dat het amendement wordt aangenomen, is van groot belang geweest. “Als het congres zegt dat er gratis schoolboeken moeten komen, is dat een opdracht die je meekrijgt voor je coalitieonderhandelingen.”
Peper: “Omdat congressen meestal niet veel te vertellen hebben, heeft dit onderwerp ook iets heiligs gekregen.”
Marja Bijl, voorzitter van het Rotterdamse afdelingsbestuur, etaleert later in de lokale partijkrant haar trots over dat succes. Over de wet die eruit is voortgekomen, laat ze zich liever niet uit. Ook omdat ze nu in het landelijke partijbestuur zit. Maar het heeft wel meer gedoe veroorzaakt dan ze in Rotterdam hadden gedacht.
Zo verhuist een oude wens van Ouders en Coo, maar ook van partijen als de SP en ChristenUnie, naar het centrum van de macht. Na de verkiezingen eind november 2006 vinden het CDA en de PvdA in de ChristenUnie hun regeringspartner. De CU staat bekend als vurig voorstander van gratis schoolboeken. Gratis schoolboeken halen het regeerakkoord dat de coalitie begin februari 2007 ten doop houdt. Later die maand wordt het kabinet Balkenende-IV beëdigd. Marja van Bijsterveldt, ooit voorzitter van Ouders en Coo, geeft het CDA-partijvoorzitterschap op en wordt de nieuwe staatssecretaris voor voortgezet onderwijs. Voordat het kabinet met concrete plannen komt, gaat de regeringsploeg eerst honderd dagen het land in om te luisteren naar de samenleving.
Juni 2007 – december 2007
In fleurige veelkleurendruk presenteert het kabinet Balkende-IV op 14 juni 2007 zijn plannen voor Nederland. De gratis schoolboeken staan erin. Het kabinet wil een geleidelijke invoering en pas in augustus 2009 het hele voortgezet onderwijs laten overstappen. Al eerder, in april, heeft minister Ronald Plasterk de Tweede Kamer die planning voorgespiegeld.
Hoe verstandig dat voornemen is, zal later blijken. Want tijdens de Algemene politieke beschouwingen in september wordt het schoolboekendossier inzet van een politiek spel. Regeringsfracties willen met extra lastenverlichting een mooi gebaar maken. Met name PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar zet stevig in. Hij wil een volledige compensatie voor het koopkrachtverlies van de middeninkomens. Maar daar wil de premier niet aan. Een vervroegde invoering van de gratis schoolboeken komt de partijen dan mooi uit. Zo wordt er toch nog iets gedaan aan lastenverlichting voor die groep. Tichelaar erkent zijn verlies, maar kan zo nog een puntje verzilveren. Met die analyse maken politieke commentatoren rond het Binnenhof die dagen de balans op.
Maar er is niemand die de vraag stelt: Is dat wel haalbaar voor de scholen? Pas in de maanden daarna wordt duidelijk dat die in grote tijdnood komen. Veel scholen zullen namelijk een ingewikkelde Europese aanbesteding moeten organiseren voor de aanschaf van zoveel boeken.
PvdA-Kamerlid Kraneveldt: “We hebben niet goed ingeschat dat het tot problemen zou leiden. Ik denk dat wij terecht naar onszelf moeten kijken. Ik denk dat we op twee momenten allemaal hebben zitten slapen: Kamer, ministerie, het veld. Dat er aanbesteed moest worden, en hoe.”
Kamerlid Jasper van Dijk van de SP-fractie, die de vervroegde invoering ook toejuichte: “Achteraf is makkelijk praten. Regering, coalitiepartijen, de hele Kamer, niemand had aan die aanbesteding gedacht. Maar het ministerie had dat veel eerder moeten doen.”
Kamerleden hebben dan al negen maanden een plan van aanpak van het ministerie in de la liggen. De belangrijkste betrokken organisaties hebben er commentaar op mogen aanleveren. Ouderverenigingen, de VO-raad, maar ook de Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU) en de boekdistributeurs van Peper. In het veertien pagina’s tellend stuk valt geen woord over aanbesteding. In de originele documenten die de organisaties zelf hebben aangeleverd evenmin. Ook de organisaties die later alarm zullen slaan, verzaken vroegtijdig op de aanbestedingsgevaren te wijzen.
Stephan de Valk, portefeuillehouder van de GEU: “We hebben ons toen niet die juridische kant van de kwestie gerealiseerd.”
Hans van der Wind, directeur van Van Dijk Educatief, de grootste educatieve leverancier: “De angels zijn ons pas vorig najaar duidelijk geworden.”
Hij speelt de bal naar het ministerie. Net als de verenigde uitgeverijen. De Valk: “In dit soort situaties moet de overheid een lampje hebben dat tijdig waarschuwt.”
Ook Kamerleden schuiven de verantwoordelijkheid naar het ministerie af. SP-Kamerlid Van Dijk: “Er werken daar duizenden ambtenaren die over zulke dingen moeten nadenken.” Kraneveldt van de PvdA: “Het ministerie heeft veel meer zicht op zulke dingen. Het verbaast me dat daar niet een belletje is gaan rinkelen.”
Na september 2007 dringt de tijd. Het wetsvoorstel moet zo snel mogelijk naar de Raad van State, door de Tweede en Eerste Kamer heen, en in het Staatsblad.
Alle betrokkenen uit de boekenbranche en het onderwijs zijn woensdag 21 november 2007 op het ministerie te gast om over de hindernissen te praten. Met name de aanbesteding lijkt een flinke spaak in het wiel te steken. Maar het aanwezige gezelschap krijgt te horen dat het wetsvoorstel op dat moment al naar de Raad van State is gestuurd. Dat is twee dagen daarvoor gebeurd. Duidelijk is de grote haast die het departement heeft. Een tunnelvisie, noemen Peper en Van der Wind het. “Die sfeer hing er helemaal omheen. Maar dat wil niet zeggen dat je signalen dan maar in de wind moet slaan.”
Die woensdag wordt geopperd om de juridisch specialisten van alle organisaties de koppen bij elkaar te laten steken. Peper, getergd: “Die afspraak komt dan weer niet tot stand. Ik bedoel: iets eenvoudiger dan een vergadering uitschrijven is er niet.”
Ook op het kantoor van de VO-raad is het die maanden een drukte van belang. Het is duidelijk dat scholen veel te weinig tijd hebben om de aanschaf van de schoolboeken fatsoenlijk van de grond te krijgen. De dag voor kerst komt de VO-raad aan het woord in de Volkskrant. Dit dreigt mis te gaan, is de boodschap, want scholen komen in grote tijdnood. Een kritisch advies van de Raad van State ligt dan al tien dagen op het bureau van de staatssecretaris. Het zal nog vier weken duren voordat de Tweede Kamer dat te zien krijgt.
Januari 2008 – mei 2008
Peper, voorzitter van de distributeurs, heeft in zijn leven aardig wat adviezen gelezen van de Raad van State. Wat het college schrijft over het wetsvoorstel van staatssecretaris Van Bijsterveldt is niet mals. “Dat ze zeggen ‘ga je huiswerk overdoen’, is voor de Raad het wat rauwere werk.”
De staatssecretaris krijgt steun van PvdA-Kamerlid Kraneveldt. “Van de Raad van State verwacht ik een oordeel over de kwaliteit van het wetsvoorstel. Maar de raad is op de stoel van de politiek gaan zitten.”
De eerste doelstelling van het wetsvoorstel, afschaffing van de schoolkosten, is volgens de raad een inkomenspolitieke maatregel die vooral rijkere ouders bevoordeelt. En van de tweede doelstelling, verbeterde marktwerking bij de schoolboeken, is het zeer de vraag of die wordt gerealiseerd. Conclusie: niet indienen bij de Kamer.
Dat doet Van Bijsterveldt toch, in de loop van januari. Tegelijk maakt ze bekend dat vanwege de aanbestedingsmolen scholen pas een jaar later boeken hoeven aan te schaffen. Ouders krijgen dit jaar per scholier 308 euro op hun bankrekening gestort.
Dat de coalitie over het advies heen stapt, noemt Peper “machtspolitiek, in de meest negatieve betekenis van het woord.”
In de twee maanden tot de gratis schoolboeken half maart door de Kamer worden aangenomen, kalft de steun voor het wetsvoorstel binnen en buiten het parlement verder af. Marktpartijen, zoals de uitgeverijen en de distributeurs, maar ook de VO-raad en de ouderverenigingen lobbyen zich suf aan het Binnenhof.
Op 22 februari sturen de uitgeverijen een juridisch memo van advocatenkantoor Stibbe naar de Kamerleden over gevaren die een Europese aanbesteding met zich meebrengt. De vrijheid voor scholen om titels te kiezen wordt ter discussie gesteld en scholen kunnen bij een aanbesteding verzeild raken in juridische procedures. De staatssecretaris weerspreekt die lezing later met hulp van de landsadvocaat, maar de onzekerheid blijft als een schaduw over de schoolboeken hangen.
Voor de SP reden om haar steun in te trekken. Van Dijk: “Feit is dat er onzekerheid is blijven bestaan. Dat alleen is voldoende om het nu zo niet in te voeren.”
Als Kraneveldt van de PvdA tijdens de wetsbehandeling begin maart een denkpauze aanvraagt, lijkt ook daar de twijfel toegeslagen. Fractiegenoten lezen alarmerende stukken in de krant en willen weten hoe het nou precies zit. Kraneveldt praat met collega Mariëtte Hamer, die het dossier jaren beheerde, met Jeroen Dijsselbloem, met coalitiegenoten van CDA en ChristenUnie, en ze belt met de staatssecretaris: of er nog nieuwe informatie is.
Peper zegt nog tegen zijn omgeving: Daar gaat de zweep overheen. “Zo’n denkpauze is alleen een kwestie van de troepen een beetje in het gareel zetten. Jongens, geen gesodemieter nu.”
Kraneveldt schetst haar lezing. “Die pauze was puur omdat we alles nog even op een rijtje wilden zetten”, zegt ze. “Niet vanwege enorme twijfel.” De PvdA omarmt de extra ‘noodrem’ die de staatssecretaris te elfder ure toezegt. Op dinsdag 18 maart stemmen CDA, PvdA, ChristenUnie en SGP voor de gratis schoolboeken.
Ook PvdA’er Dijsselbloem gaat akkoord. Of de gratis schoolboeken letterlijk een onderwijsvernieuwing zijn of niet, het rapport-Dijsselbloem blijft boven het hoofdpijndossier hangen. De commissievoorzitter zelf vindt dat onterecht. Gratis schoolboeken zijn iets heel anders dan de basisvorming of de tweede fase. Maar schoolboeken raken juist het hart van het onderwijs, zeggen de critici. SP-Kamerlid Van Dijk: “Ik moet denken aan een conclusie uit het rapport. Politiek draagvlak is kennelijk belangrijker dan maatschappelijk draagvlak.”
En zo zijn de gratis schoolboeken op de agenda verschenen van de Eerste Kamer. Opnieuw is de lobby in volle gang. Uitgevers hebben een nieuw stuk met juridische bezwaren rondgestuurd. Het bekende adviesbureau Pauw Sanders Zeilstra Van Spaendonck is aan de slag voor de distributeurs. “Bangmakerij”, noemt het adviesbureau de lobby van Van Katwijk van Ouders en Coo.
Senatoren bekijken of wetten uitvoerbaar zijn. Daarom acht voorzitter Peper van NBB Educatief het mogelijk dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel afschiet. “Iemand als Klaas de Vries”, wijst hij naar de PvdA-senator. “Die moet met een grote mate van weerzin naar dit dossier kijken. Ik acht hem bereid en in staat een beroep te doen op zijn fractie.”
Als de PvdA-senatoren zich tegen de schoolboeken keren, zetten ze hun collega’s in de Tweede Kamer in het hemd. Dat ziet Van Katwijk niet zo gauw gebeuren. “Het is wel eens voorgekomen, maar dan heb je wel hommeles in de partij.”
Vanuit Voorschoten zegt Hendriks, voorzitter van de lokale CDA-afdeling, dat hij het verloop van de gratis schoolboeken niet meer op de voet gevolgd. “Ik weet dat er discussie is geweest”, vertelt hij. “Ik heb er vertrouwen in dat onze regering en de betrokken ambtenaren het goed hebben uitgezocht en alles naar eer en geweten hebben afgewogen.”
{kader}
Reactie van het ministerie van Onderwijs:
‘Met de invoering van de gratis schoolboeken worden de kosten voor ouders met schoolgaande kinderen aanzienlijk verlaagd. Scholen krijgen meer vrijheid in hun leermiddelenbeleid en er kan een gezonde marktwerking op de educatieve boekenmarkt ontstaan. Eind 2007 bleek dat de scholen in het voortgezet onderwijs meer tijd nodig zouden hebben voor een verantwoorde invoering op schoolniveau. Daarom heeft het kabinet bij indiening van het wetsvoorstel de scholen een jaar extra de tijd gegeven om zich op invoering voor te bereiden. Voorwaarde is steeds geweest dat invoering plaatsvindt op een eenvoudige manier, met minimale administratieve lasten voor ouders en scholen. Het hele kabinet en een ruime meerderheid van de Tweede Kamer staat achter deze maatregel.’
{noot}
Kijk op www.aob.nl voor een uitgebreide chronologie en relevante documenten.