• blad nr 9
  • 3-5-2008
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

AOb-voorzitter Walter Dresscher over het Convenant leerkracht  

Dit akkoord is niet genoeg, maar toch heel mooi

De afspraken in het Convenant leerkracht zorgen er niet voor dat leraren in één klap hun salarisachterstand op de marktsector inlopen. Toch is er sprake van een historisch keerpunt, vindt AOb-voorzitter Walter Dresscher. De downgrading komt tot stilstand en de professionele vrijheid van de leraar wordt wettelijk vastgelegd. “Voor het eerst sinds de invoering van de lumpsum wordt de absolute beleidsvrijheid van schoolbesturen aan banden gelegd.”

De verwachtingen die het kabinet heeft gewekt, worden bij lange na niet waargemaakt. De maatregelen in het Convenant leerkracht zorgen er niet voor dat de lerarensalarissen marktconform worden. En het lerarentekort dat zich in het voortgezet onderwijs en het mbo aandient, wordt er zeker niet volledig mee afgewend.
Toch laat Walter Dresscher zich graag feliciteren met het akkoord dat de vakbonden half april sloten met minister Ronald Plasterk en de schoolbesturen. “In het convenant staan een aantal dingen die wij als vakbond al heel erg lang graag willen, zoals het verkorten van de carrièrelijnen. Bij cao-onderhandelingen moet je zoiets betalen uit de loonruimte en betekent het inkorten van de schalen dat er minder overblijft voor loonsverhoging. Het leuke van dit akkoord is dat het om extra geld gaat. Het is én, én: de carrièrelijnen worden korter én er komt een gewone loonsverhoging.”
Maar Dresscher is misschien nog wel meer te spreken over de afspraken die zijn gemaakt over het verbeteren van de loopbaanmogelijkheden, waardoor er in alle sectoren een flink aantal leraren kunnen doorstromen naar de hogere salarisschalen. “Daarmee roepen we de downgrading van leraren die door de invoering van de lumpsumfinanciering in gang is gezet, een halt toe.” De afspraken daarover zijn bikkelhard. Voor elke school wordt vastgesteld welke functiemix er in 2014 bereikt moet zijn. “Als een school daar niet aan voldoet, vervalt het recht op extra middelen.” Een keerpunt in de recente onderwijsgeschiedenis. Door het vaststellen van de gewenste functiemix wordt voor het eerst sinds de invoering van lumpsumfinanciering de beleidsvrijheid van schoolbesturen aan banden gelegd. Een noodzakelijke correctie, vindt Dresscher. “Schoolbesturen zeggen wel dat ze iets aan de downgrading willen doen, maar door de lumpsum worden ze alleen maar gestimuleerd steeds goedkoper personeel aan te stellen. Dat is slecht voor de kwaliteit van het onderwijs.”
De vakbonden hebben geëist dat de functiemix per school - en niet per schoolbestuur - wordt vastgelegd. “Anders zeggen besturen: we hebben een gymnasium en daar zitten alle LD-leraren. We willen voorkomen dat er binnen een schoolbestuur elitescholen ontstaan. Er moet een goede spreiding zijn van de hogere schalen. LC-leraren horen ook in het vmbo thuis.”

Vrijheid
De trendbreuk is ook zichtbaar in de afspraken die zijn gemaakt over het vergroten van de professionele vrijheid van de leraar. Daardoor verschuift de macht binnen scholen weer een klein stukje richting leraar. De professionele vrijheid wordt wettelijk verankerd. Over de manier waarop, moeten nog afspraken gemaakt worden. Dresscher: “Plasterk staat hier ook helemaal achter. Hij vergelijkt het steeds met het onderzoeksinstituut waar hij directeur is geweest. Zo’n instituut heeft een bedrijfseconomische leiding, maar de wetenschappers nemen zelf beslissingen over de richting die het op moet met het onderzoek. Zoiets wil hij ook voor het onderwijs.”
Als het aan de AOb ligt, wordt er in ieder geval wettelijk vastgelegd dat leraren de leerprestaties van leerlingen beoordelen en dat die beoordelingen niet overruled kunnen worden door de schoolleiding. Ook moeten leraren zelf kunnen bepalen welke lesmethodes en pedagogische aanpak ze gebruiken. “Leraren kunnen natuurlijk niet individueel beslissen over de gebruikte onderwijsmethode, maar over zaken als de invoering van competentiegericht leren zou een team of lerarenraad moeten beslissen. We moeten uitsluiten dat schoolbesturen in de toekomst onderwijsvernieuwingen doorvoeren waar leraren het niet mee eens zijn. Dat is belachelijk en werkt ook niet. Leraren gaan in zo’n situatie gedemotiveerd aan het werk en dan komt er van de beoogde vernieuwingen niets terecht.”
De schoolbesturen zijn uiteraard niet blij met de inperking van hun autonomie en dat heeft voor een vertraging in de onderhandelingen gezorgd. “Maar de besturen zijn over hun eigen schaduw heen gestapt”, stelt Dresscher, “en dat waardeer ik bijzonder.”
Hoewel minister Plasterk grote waarde hecht aan het bestrijden van de lerarentekorten, kwamen de onderhandelingen traag op gang. “Plasterk zag zijn actieplan in het begin als een totaal pakket: take it, or leave it. Wij mochten alleen ja en amen zeggen. Toen we dat niet deden was hij van zijn à propos. Het heeft zeker een maand geduurd voor we konden beginnen met het overleg.” Voor de vakbonden was het afschaffen van de seniorenregeling onbespreekbaar, maar Plasterk hield daar lang aan vast. “Pas op de dag voor het akkoord werd gesloten, liet hij het afschaffen van de bapo vallen”, vertelt Dresscher.

Schoolboeken
Het grote minpunt van het convenant is dat de verbetering van de positie van de leraar erg langzaam op gang komt. “Het duurt jaren voor leraren verbeteringen gaan merken, terwijl de lerarentekorten snel de pan uit rijzen. Dat langzaam op stoom komen is natuurlijk inherent aan het verkorten van de carrièrelijnen, maar heeft ook te maken met het beperkte budget. Zo’n eenmalige uitkering van tweehonderd euro had natuurlijk wel wat uitbundiger gemogen, maar daar is dus geen geld voor. De Tweede Kamer en het kabinet zijn gewoon niet bereid meer geld uit te trekken om de aantrekkingskracht van het beroep te vergroten.”
In het regeerakkoord is er wel één miljard voor het onderwijs uitgetrokken, maar dat geld gaat voor een derde naar de ‘gratis’ schoolboeken, moppert de AOb-voorzitter. “Dat is gewoon inkomenssteun en moet je niet zien als investering in het onderwijs”, vindt hij. Voor het marktconform maken van de salarissen blijft er daardoor in deze kabinetsperiode niet genoeg over. Dresscher beschouwt dat als een politiek feit. “Maar het is niet zo dat wij door dit akkoord te sluiten aangeven dat er nu genoeg geld is vrijgemaakt voor het onderwijs. Zo wordt het wel opgevat. Wij willen dat de onderwijsuitgaven stijgen naar 6 procent van het Bruto Nationaal Product en daar zijn we nog lang niet.”
Waarom is de AOb dan toch akkoord gegaan met maatregelen die eigenlijk te mager zijn? “Omdat we veel wensen die we lang hebben gekoesterd, konden binnenhalen. Er zijn een heleboel leraren die er duizenden euro’s op vooruit gaan. Dat laat ik niet schieten omdat ik eigenlijk vind dat de minister twee miljard in plaats van één miljard had moeten vrijmaken. Dit akkoord is niet genoeg, maar het is toch heel mooi.”

{fotobijschrift}
@B1:AOb-voorzitter Walter Dresscher: “We moeten uitsluiten dat schoolbesturen in de toekomst onderwijsvernieuwingen doorvoeren waar leraren het niet mee eens zijn.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.