• blad nr 7
  • 5-4-2008
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Het geheim van het gouden duo 

Territoriumdrang en aanpassingsvermogen

Met heel veel parttimers in het basisonderwijs is het eerder regel dan uitzondering om met zijn tweeën een groep te draaien. Een goede samenwerking tussen duopartners is niet altijd vanzelfsprekend, maar wél mogelijk. Wat maakt een stel een gouden duo?

Tekst Mandy Pijl

‘Ik heb tien jaar met een duopartner gewerkt, waarschijnlijk te lang, want afgelopen jaar is het stukgelopen. De grote valkuil was dat ik mijn duo steeds meer werk uit handen nam. Dat resulteerde in het alleen voorbereiden en doen van de tienminutengesprekken, het alleen invullen van de rapporten en ook moeilijke oudergesprekken alleen doen. Ik heb een aantal goede jaren met haar gehad, maar vooral het laatste jaar was ze een blok aan mijn been!’
Het is een anoniem verhaal op een onderwijsforum op internet. Openlijk praten over een mislukte of moeizame samenwerking, wil liever niemand. Maar dat de samenwerking tussen duopartners soms zeer problematisch verloopt, weet directeur Leny Tholhuijsen van de Mariaschool in Dordrecht. Ze vertelt over een duo waarvan de samenwerking zo stroef verliep, dat de twee leerkrachten nog voor het einde van het schooljaar uit elkaar gingen.
Waar het precies misging, vindt Tholhuijsen moeilijk te zeggen. “Noem het territoriumdrang. De ene leerkracht werkte al langer op school, de ander was nieuw. De een wilde dat de dingen op haar manier gebeurden, de ander wilde juist vernieuwen.”
De twee botsten zo erg met elkaar, dat het conflict verder ging dan een verschil van mening over de manier van lesgeven of de regels in de klas. Er werd zelfs geruzied over de manier waarop de tafeltjes in het lokaal waren opgesteld. “Op maandag stonden ze zo, op woensdag was dat weer helemaal anders. En dat had natuurlijk zijn uitwerking op de groep, waar de rust al snel zoek was.”
Het vormen van duo’s is op de meeste scholen doorgaans puur een getalsmatige kwestie: het zodanig samenvoegen van fte’s dat de groepen alle dagen bemand zijn. Dat die manier van samenstellen botsingen kan geven tussen karakters, weet ook directeur Suzan Tuinstra van St. Gerardus in Bergeijk.
Tuinstra herinnert zich een duo waar de verschillende inzichten van de twee leerkrachten zelfs leidden tot conflicten tijdens oudergesprekken. “De ene leerkracht kwam fris van de opleiding, haar collega werkte louter volgens haar eigen ideeën.” Na een jaar was die samenwerking voorbij.

Geheim
De kunst van een goede samenwerking tussen duopartners is volgens Annekee Koksma, leerkracht in de kleutergroep van de Eerste Openluchtschool in Amsterdam, de bereidheid om van elkaar te leren. Drie jaar geleden werd ze op basis van fte’s de helft van een duo. Koksma had als zijinstromer nog maar weinig onderwijservaring en het zou haar eerste jaar in een kleutergroep worden. Haar duopartner was twintig jaar ouder en had zeer veel werkervaring. Het maakte Koksma geenszins onzeker. “Ik vond het heel fijn dat ik ging samenwerken met iemand van wie ik veel kon leren. De opleiding voor zijinstromers is erg beknopt. Ik moest het juist hebben van haar ervaring.”
Ze woonde lessen bij van haar duopartner om een beeld te krijgen van het werken in een kleutergroep. “Zij had het wiel al lang geleden uitgevonden, ik vond het logisch om me aan haar manier van werken aan te passen.”
Dat betekende niet dat ze een kopie werd van haar collega of dat die het reilen en zeilen in de groep bepaalde. “Ze wil zich niet laten gelden en is ook bereid te leren van mijn ervaringen.”
En daarin schuilt ook volgens directeur Tuinstra het geheim van een gouden duo. “Een sterk duo bestaat uit leerkrachten die niet verwachten dat de ander de dingen op zijn manier doet.” En: “Zorg voor een goede taakverdeling.”
Hoe belangrijk dat is, ondervond Joke de Bruijn, leerkracht op de Kameleon in Hellevoetsluis. “Ik had in het begin erg veel moeite met het delen van de verantwoordelijkheid. We hadden ieder onze eigen lessen, maar ik bleef me voor alles wat er in de groep gebeurde verantwoordelijk voelen. Ik nam de meeste initiatieven, en dat ging heel lang goed.”
Tot ze door privé-omstandigheden aan sommige dingen niet meer toekwam, zoals het samenstellen van een werkboekje voor een project. “Zo’n boekje was geen must, maar maakte ik altijd, zonder overleg. Het was voor ons een leidraad. Met zo’n boekje wisten we precies wat we die week gingen doen.”
Toen het boekje er niet was, wist haar duopartner niet wat ze moest doen. “Ze had daar zelf geen moment over nagedacht. Ik realiseerde me dat ik haar al die jaren te veel werk uit handen had genomen.”
Overigens is een goede taakverdeling tussen duopartners volgens directeur Tholhuijsen meer dan het eerlijk verdelen van de hoeveelheid werk of de vakken. “Bespreek wat je goed kunt en wat je leuk vindt, maak gebruik van elkaars talenten.”
Dat vindt niet iedereen gemakkelijk, weet ze. “Veel duopartners voelen zich minderwaardig als de ander alle expressievakken voor zijn rekening neemt.” Onzin, vindt ze. “Een goed stel waardeert waar de ander goed in is en profiteert daarvan.”

{kader 1 bij foto Soest}
Bedachtzaam en spontaan

Hetty Gerritsen (links) en Rozemarijn Klifman (rechts) hebben samen een kleutergroep op de Insingerschool in Soest. Ze zijn een duo sinds 1999. Hun directeur spreekt van een gouden duo omdat ze heel verschillend zijn en elkaar daardoor fantastisch aanvullen.

Hetty: “Als je met een duopartner werkt, geef je een stukje uit handen. Dat vond ik in het begin wennen.” Rozemarijn: “Ik zag er tegenop dat wat ik begon, niet op mijn manier werd afgemaakt.” Hetty: “We zijn ook zo verschillend. Ik ben rustig en bedachtzaam en Rozemarijn is spontaan en druk. Onze kracht is dat we elkaar de ruimte geven om te zijn wie we zijn. Binnen onze afspraken hebben we ieder onze eigen stijl.”
Rozemarijn: “Gaandeweg hebben we elkaars talenten leren kennen en leren benutten.” Hetty: “Zij is goed in drama, ik ben beeldend sterk. Daar maken we gebruiken van.” Rozemarijn: “We zijn net een vader en een moeder. Vader zet de vuilnisbak buiten en moeder smeert de boterham. Dat bespreek je niet vooraf, dat gaat vanzelf.”
Hetty: “De kinderen wennen er snel aan dat er twee juffen zijn die allebei anders zijn en soms andere dingen doen.” Rozemarijn: “In essentie hebben we dezelfde kijk op kinderen. We volgen een kind in wat hij doet en spelen daarop in.”
Hetty: “We hebben ooit een keer een groot meningsverschil gehad.” Rozemarijn: “We dachten volledig anders over de aanpak van een kind. We waren zelfs zo contra, dat het team dacht dat het het einde van onze samenwerking was.” Hetty: “Het had geen enkele invloed op onze samenwerking.”
Hetty: “Irritaties zijn er zelden, en als er wat is, dan kunnen we dat met elkaar bespreken. Overigens beheersen we ook de kunst om dingen naast ons neer te leggen. Je hoeft heus niet op elke slak zout te leggen.”
Rozemarijn: “En de humor, hè? Ik vind het belangrijk om lol te maken, ook als we het over serieuze dingen hebben. Als we kinderen bespreken, zitten daar soms zware gevallen bij. Met humor relativeren we.”

{kader 2 met foto Bergeijk}
Oude rot en jong ding

Pieter van Bladel en Linda Martens hebben samen groep 7/8 op St. Gerardus in Bergeijk. Ze werken sinds 2005 samen. Volgens hun directeur vormen ze een gouden duo omdat de samenwerking gebaseerd is op wederzijds respect en vertrouwen.

Pieter: “Ik was een oude rot en kreeg een jonge meid naast me. Nondeju, dacht ik. “Ik krijg weer een geval op mijn dak dat ik moet begeleiden.” Linda: “Pieter heeft veel ervaring. Hij is directeur en intern begeleider geweest en heeft in het speciaal onderwijs gewerkt. Wat moest ik daar als jong ding naast?”
Pieter: “Linda was bereid om te kijken hoe ze de dingen anders kon aanpakken. Ze bleef niet hangen in gezeur over hoe moeilijk ze het had, ze wilde slagen. Dat maak ik weinig mee.” Linda: “Hij zag mijn onzekerheid en daar hebben we over gepraat. Door het te benoemen, kon ik me eroverheen zetten en me verder ontwikkelen. Ik weet nu dat we ieder onze eigen kwaliteiten hebben.” Pieter: “De kinderen weten dat Linda competenties heeft die ik niet heb. Zij is van de creatieve vakken en Engels, ik van spelling en rekenen. Zij doet de musical, ik het kamp.” Linda: “Hij is beter in het voeren van oudergesprekken, ik in administreren. Hij neemt de verwijzing naar het voortgezet onderwijs voor zijn rekening, ik het leerlingvolgsysteem, inclusief toetsafnames.”
Linda: “Overleggen doen we zelden. Ik weet dat hij een goede leerkracht is en hij weet dat van mij. Daardoor kunnen we een heleboel loslaten.” Pieter: “We hebben maar één gezamenlijke regel, en dat is respect.” Linda: “Dat is ook duidelijkheid. De kinderen weten dat het bij Pieter anders gaat dan bij mij.” Pieter: “Ouders zien dat we één front vormen. Niet een front waar ze niet doorheen komen, maar een front dat zegt dat we ergens voor staan.” Linda: “Hij is de plus, ik de min en samen zijn we één.”
Pieter: “Dankzij haar ben ik het onderwijscynisme kwijt. Onze samenwerking werkt genezend. Ik heb een burn-out gehad, maar door Linda voel ik me weer als toen ik net begon, boordevol plannen.” Linda: “Ik wou dat hij 25 was, dan konden we nog jaren samen verder.”

{tips verweven door tekst als streamers}
@C1:Zorg voor een duidelijke taakverdeling

@C1:Doe allebei waar je goed in bent

@C1:Durf elkaar om feedback te vragen

@C1:Benadruk in de groep dat je verschillend bent

@C1:Vertrouw op elkaars kwaliteiten als leerkracht

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.