• blad nr 7
  • 5-4-2008
  • auteur J. van Aken 
  • Onderwijsidee 2008

Winnaars Onderwijsidee 2008 

Afzien in het Amsterdamse bos

De AOb wil de aandacht vestigen op creatieve en vernieuwende ideeën van leraren en deelt prijzen uit voor het beste Onderwijsidee van 2008. De eerste prijs is voor de bedenkers van ‘Duursport en gezondheid’. Dat project combineert de training voor een tienkilometerloop met theorie over sport, voeding en lichaam. De organisatoren van een middelbare schoolweek voor achtstegroepers wonnen de tweede prijs.

Waar is de taart aan te danken, is de vraag van de dag in de lerarenkamer van het Sint-Nicolaaslyceum in Amsterdam. AOb-rayonbestuurder Lenie Janssen laat de gretig happende docenten niet lang in spanning. “De jury heeft de eerste prijs voor het Onderwijsidee 2008 toegekend aan Wilco Zwennis en Oscar Gonzalez voor het project ‘Duursport en gezondheid’.” Onder luid gejuich en applaus nemen de verraste docenten biologie en lichamelijke opvoeding een cheque van 1000 euro in ontvangst.
De AOb reikte de prijs voor het beste onderwijsidee dit jaar voor het eerst uit. Leraren staan en stonden altijd aan de wieg van de verbetering van het onderwijs. Of dat nu het leesplankje van Hoogeveen was of de atlas van meester Bos. Met Onderwijsidee 2008 wil de bond onder de aandacht brengen dat ook tegenwoordig veel leraren op creatieve en vernieuwende wijze het onderwijs verbeteren.
De jury koos uit 150 inzendingen voor het project ‘Duursport en gezondheid’ omdat het goed aansluit bij de toename van overgewicht en het gebrek aan beweging bij de jeugd. “Het project combineert biologie en lichamelijke oefening. Het zorgt dat leerlingen bewegen en meer gemotiveerd zijn en dat is gezond. De lessen zijn toegankelijk en overdraagbaar. Ik neem aan dat jullie door collega’s gebeld gaan worden”, lichtte Janssen het jurybesluit toe.

Doorzettingsvermogen
‘Duursport en gezondheid’ draait voor het derde jaar op het Sint-Nicolaaslyceum. Docent lichamelijke opvoeding Gonzalez bedacht een tienkilometerloop voor de derdejaarsleerlingen van de sportplusklas. Naast de praktische kant moest er ook een theoretisch tintje bij, over wat er tijdens het sporten in het menselijk lichaam gebeurt, vond hij.
Daartoe verzamelde biologiecollega Zwennis materiaal voor een reader. “Hoe een spier eruit ziet, zit normaal ook in de stof, maar niet specifiek op sport gericht.” Onderwerpen zijn bijvoorbeeld voeding, sportfysiologie, water drinken tijdens het sporten en (het voorkomen van) sportblessures.
In een practicum is te testen hoe sportdrankjes in het lichaam worden opgenomen door ze met dierenbloed te mengen. “Als sportdrank isotoon is, zijn de waarden gelijk aan die in het menselijk lichaam en wordt het beter opgenomen”, licht hij toe.
In samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam ondergaan leerlingen een bewegingstest om de zuurstofopname te meten, vertelt Gonzalez. “Doordat we aan het begin en eind van tien trainingsweken meten, zie je of er lichamelijk wat verandert. Bij de meeste leerlingen verbetert de conditie en dat heeft invloed op de longen en het hart.”
Tegen de tienkilometerloop kijken de leerlingen in het begin nogal op. “Het is af en toe ook afzien om door de regen in het Amsterdamse bos te lopen”, snapt Gonzalez. Het is een enorme kick de tien kilometer uit te lopen, ziet hij. “Ze doen mee aan een officiële wedstrijd, hun ouders staan langs de kant en de meeste slagen erin voor een veertien-, vijftienjarige een heel behoorlijke tijd te lopen.”
De wil om te presteren zien we terug in de klas, stelt Zwennis. De leerlingen van de sportplusklas scoren ook beter bij andere vakken. Gonzalez vult aan: “Het trainen voor de tienkilometerloop laat leerlingen zien dat doorzettingsvermogen hen een stap verder brengt.”
Zwennis hoopt dat andere scholen met een sportklas hun idee oppikken. De aandacht van de AOb voor initiatieven vanaf de werkvloer waardeert hij. “Ik denk dat er genoeg leraren met goede ideeën rondlopen, alleen moet je de ruimte krijgen om ze uit te voeren. Het heeft veel vrije tijd gekost, maar puur omdat je het leuk vindt om ermee bezig te zijn, ga je door.”

Middelbare schoolweek
De tweede prijswinnaars, Wessa van de Kuijlen en Anjo Zuidema, worden volkomen onverwacht overvallen tijdens de teamvergadering op basisschool de Zilvermeeuw in Heemskerk. De verbaasde bedenkers van de ‘middelbare schoolweek’ krijgen van AOb-rayonbestuurder Clazien Rodenburg en beginnersconsulent Alma Meijer een cheque ter waarde van 500 euro, beschikbaar gesteld door Roompot Holidays. “De jury waardeert het dat in de vertrouwde omgeving van de basisschool de overgang naar het voortgezet onderwijs wordt verkleind”, doet Rodenburg uit de doeken.
In januari organiseerde de Zilvermeeuw voor de zesde keer de middelbare schoolweek. De bel tussen de lessen ontbreekt, maar verder bootsen ze een week lang het brugklassersbestaan na. Leerlingen wisselen van lokaal en krijgen les van verschillende leraren, waaronder (groot)ouders en docenten uit het voortgezet onderwijs. De kinderen krijgen huiswerk op dat ze naast de wisselende lestijden in hun agenda noteren.
Van oudste naar jongste op school: de overgang naar het voortgezet onderwijs is vaak een grote stap. “De middelbare schoolweek is ontstaan vanuit de vraag hoe je die stap makkelijker kunt maken”, vertelt Van de Kuijlen, inmiddels adjunct-directeur op het Kompas in Beverwijk. “We zochten een manier om duidelijk te maken wat ze in de brugklas kunnen verwachten.”
Het Kennemer College in Heemskerk reageerde enthousiast op hun voorstel om samen te werken. Dit jaar gaven zeven docenten van het college veelal twee lessen aan de basisschoolleerlingen. Ook ouders gaven lessen. “We hebben bijvoorbeeld een ouder die bij Corus werkt en een scheikundeles gaf”, zegt adjunct-directeur en leerkracht van groep 8 Zuidema. Ook leerden de kinderen hun eerste woordjes Frans, maakten papier en een moeder gaf biologieles met microscopen. “Dat vonden ze erg interessant”, merkte Van de Kuijlen.
De bedenkers hopen dat meer scholen hun idee oppakken. “De leraren van de middelbare school reageren enthousiast en de leerlingen zijn alvast gewend aan de brugklas”, vertelt Zuidema.
Al vergissen de achtstegroepers zich soms in de schijnbare voordelen van het leven van een brugklasser. “Al om drie uur uit in plaats van half vier”, zeggen ze dan. “Heb je al gezien dat je maar een half uur pauze hebt”, vraagt Van de Kuijlen dan. Willen ze nog wel terug naar het basisschoolritme? “Zeker, ze vinden het brugklasrooster heel vermoeiend. Ze vinden het fijn nog eventjes terug te kunnen”, lacht Van de Kuijlen.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.