• blad nr 7
  • 5-4-2008
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

Basisscholen zijn veel rijker dan ze zelf denken 

Misplaatst armoedegevoel

Schoolverenigingen lijken wel spaarverenigingen. Negen van de tien schoolbesturen in het basisonderwijs hebben een riante vermogenspositie, blijkt uit onderzoek van het Onderwijsblad. Openbaar, katholiek of protestants-christelijk: ze zitten er allemaal warmpjes bij. Toch blijven ze schraperig. Tien miljoen op de bank, maar geen geld om de wc’tjes schoon te maken. “Scholen praten elkaar aan dat er niks te besteden is.”

Meer de helft van de ouders vindt de wc’s op basisscholen vies, blijkt uit een lezersenquête die het blad Groter groeien in maart publiceerde. Gemiddeld krijgen de toiletten nog net een mager zesje, maar de wc’s van Het Middelpunt in het Rotterdamse Hoogvliet kregen een één. Directeur Gré Langerak vindt de berichtgeving van het opvoedblad ‘tendentieus’. “Noem mij een school waar niet geklaagd wordt over de toiletten. Kleuters maken de wc’s altijd vies. Wij hebben vier kleutergroepen die gebruikmaken van vier wc’tjes. Die worden één keer per dag schoongemaakt, maar een paar uur later zijn ze vaak weer smerig.”
De basisschool schakelt daarom ouders in om de wc’s een keer extra schoon te maken, maar die vrijwilligers lieten het tijdens een griepgolfje even afweten. Juist in die periode vulde een boze ouder de webenquête van het opvoedblad in. Pech natuurlijk. Maar ouders inzetten om de wc’s schoon te houden, is dat echt nodig? “Daar is toch niks mis mee?”, antwoordt Langerak. “Dat doen bijna alle basisscholen. Ik heb niet ineens 30 duizend euro extra om twee keer per dag schoonmakers te laten komen.”
Dat gevoel van budgettaire krapte heerst op veel basisscholen. Elk dubbeltje wordt tien keer omgedraaid voor het wordt uitgegeven. Als het al wordt uitgegeven. Ouders maken niet alleen wc’s schoon, ze treden op als begeleiders bij schoolreisjes, worden ingeschakeld om afgedankte computers weer aan de praat te krijgen of knappen in hun vrije tijd het schoolplein op. “Als er een nieuwe bank voor de lerarenkamer nodig is, halen ze er een van Marktplaats”, zucht Eric van Dorp, adjunct-directeur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs (SPO) in Utrecht. “Daardoor staan scholen half vol met tweedehands spullen.”
Dat armoedegevoel is behoorlijk misplaatst. Uit de jaarcijfers over 2006 die het Onderwijsblad heeft opgevraagd bij het ministerie van Onderwijs blijkt dat het basisonderwijs het welvarendste is van alle onderwijssectoren. In 2006 hielden de schoolbesturen 80 miljoen euro over, 1,3 procent van de ruim 7 miljard die er te besteden was. De 1272 besturen van basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs hadden een eigen vermogen opgebouwd van 2,1 miljard euro. Omdat de scholen vrijwel nooit eigenaar zijn van hun gebouwen - die zijn van de gemeente - zit maar een klein deel van dat vermogen vast in bezittingen, zoals leermiddelen en inventaris. Daarbij gaat het om 700 miljoen euro. Het overgrote deel van het vermogen staat op de bank, namelijk 1,5 miljard, of is belegd (500 miljoen). Het is dus geld dat op de plank blijft liggen.

Geen arme scholen
In het primair onderwijs kun je eigenlijk niet spreken van rijke en arme scholen. Er zijn bijna alleen maar rijke besturen. Neem het bestuur van Het Middelpunt, de Stichting Protestants-christelijk Basisonderwijs (PCBO) in Rotterdam Zuid. Dat had eind 2006 ruim 10 miljoen euro op de bank staan en bijna 6 miljoen euro belegd. Nu bestuurt PCBO 29 scholen is daarmee één van de tien grootste schoolbesturen in het primair onderwijs. Maar ook als je daar rekening mee houdt, blijft er erg veel op de plank liggen: ruim een half miljoen per school. Het Middelpunt zou met een half miljoen euro achttien jaar lang dagelijks de wc’s een keer extra kunnen laten schoonmaken.
Het Rotterdamse schoolbestuur is welgesteld, dat blijkt uit de solvabiliteit, een boekhoudtechnische maat voor de relatieve rijkdom van een onderneming of school. Met een solvabiliteit van tussen de 10 en 45 procent zijn scholen gezond, heeft het ministerie gezegd over scholen in het voortgezet onderwijs. Daaronder is te weinig, daarboven te veel.
Met een solvabiliteit van 69 procent passeert PCBO ruimschoots de bovengrens. Maar PCBO behoort zeker niet tot de rijkste scholen. Als alle 1272 schoolbesturen worden gerangschikt naar vermogenspositie eindigt de PCBO pas op de 551ste plaats. Uiteindelijk staan op die lijst welgeteld vijftien arme scholen met een solvabiliteit onder de 10 procent.
Dat schoolbesturen veel hogere reserves aanhouden dan nodig is, blijkt ook uit het hoge weerstandsvermogen, een andere maat die in het voortgezet onderwijs wordt gebruikt. Reinier Goedhart, beleidsmedewerker financiën Vos/ABB, de koepelorganisatie die openbare scholen ondersteunt, zegt daarover: “We gaan de cijfers zelf ook nog analyseren, maar ook op basis van het weerstandsvermogen ziet het er wel naar uit dat er in het basisonderwijs erg veel geld op de plank ligt.”

Buffertje
SPO, de stichting die het Utrechtse openbaar onderwijs bestuurt, is een van de weinige uitzonderingen op de regel. Het Utrechtse openbaar onderwijs werd in 2003 verzelfstandigd en begon met een negatief eigen vermogen. SPO had dus meer schulden dan bezittingen. Inmiddels zijn er wat reserves opgebouwd en is de solvabiliteit 18 procent. “Geen riante vermogenspositie, maar we klagen niet”, stelt adjunct-directeur Van Dorp. “Scholen in het primair onderwijs hoeven geen grote investeringen te doen. Als het om huisvesting gaat, houden we onze hand op bij de gemeente. En het risico dat de inkomsten plotseling dalen is voor een groot bestuur als het onze ook niet groot. Als in de ene wijk de leerlingaantallen teruglopen, groeien ze in de andere.” Toch wil Van Dorp de vermogenspositie wel verbeteren. “We moeten natuurlijk wel een buffertje hebben. We gaan niet sparen voor de toekomst. Elk kind heeft recht op zo goed mogelijk onderwijs. Dat betekent dat we al het geld dat binnenkomt ook aan het onderwijs besteden.”
Van Dorp vindt het ongelooflijk dat basisscholen gezamenlijk 1,5 miljard euro op de bank hebben staan. “Een gemiddelde solvabiliteit van 60 procent, dat is absurd. Als ik zoveel geld op de plank had liggen zou ik onmiddellijk investeren in leermiddelen. Digiborden aanschaffen bijvoorbeeld, want als het gaat om het gebruik van ict, lopen scholen behoorlijk achter.”
Een rationele verklaring voor de spaarzin van schoolbesturen kan hij niet bedenken. Het moet voortkomen uit het wijdverbreide armoedegevoel. “Scholen praten elkaar aan dat er niks te besteden is en naar dat gevoel van krapte gaat men leven. Schooldirecteuren zijn bovendien onderwijsmensen en geen boekhouders. Ze hebben vaak onvoldoende inzicht in de cijfers.”

Misvatting
Dat ook openbare schoolbesturen vette bankrekeningen hebben, kan Van Dorp zich bijna niet voorstellen. Het idee dat bijzondere scholen bulken van het geld en openbare scholen arm zijn is hardnekkig. Een misvatting, zo blijkt uit een analyse van de gegevens. De vermogenspositie van openbare scholen is net zo riant als die van rooms-katholieke en algemeen bijzondere schoolbesturen. Alle richtingen zijn rijk, alleen zijn protestants-christelijke schoolbesturen nog rijker (zie tabel 1).
De vermogenspositie van besturen die maar één school onder hun hoede hebben, de zogenoemde eenpitters, is een stuk hoger dan die van grote besturen met twintig scholen of meer. Oftewel: hoe kleiner het schoolbestuur, hoe rijker (zie tabel 2). Ook binnen die groep zijn verschillen. Eenpitters is de stad zijn rijk, maar eenpitters op het platteland zijn nog veel rijker (zie tabel 3). En wie dan denkt dat de grote schoolbesturen arm zijn vergist zich opnieuw: ook bij de grootste schoolbesturen passeert de gemiddelde solvabiliteit ruimschoots de bovengrens van 45 procent.

Schenkingen en legaten
Dat er tien christelijke schoolbesturen in de top tien staan is ook geen verrassing voor Wim Bos, manager onderwijsbeleid bij de Besturenraad, de koepelorganisatie voor christelijke scholen. “Wij merken dat onze leden flinke reserves aanhouden.” Maar je moet de rijkdom niet overdrijven, vindt hij. “Met die 1,5 miljard die er in het primair onderwijs op de bank staat, kun je drie maanden de salarissen uitbetalen en dan is het op.” De financiële zelfstandigheid van basisscholen is bovendien nog pril. De lumpsumfinanciering is anderhalf jaar geleden ingevoerd en de jaarrekeningen over 2006 zijn de allereerste. “De financiële verslaglegging staat nog in de kinderschoenen. Je ziet bijvoorbeeld nogal wat schoolbesturen die alle voorzieningen en reserves op een hoop gooien, waardoor er een vertekend beeld van de vermogenspositie ontstaat.”
Een verklaring voor de grote rijkdom van christelijke scholen heeft Bos niet. “Vermogens zijn in het verleden vaak opgebouwd met schenkingen en legaten. Er zijn schoolverenigingen die hele boerderijen hebben geërfd.” Maar dat geldt ook voor andere bijzondere scholen. Een verschil is wel dat christelijke schoolbesturen het vermogen dat is opgebouwd met giften van particulieren meestal niet in een aparte stichting onderbrengen. Bos: “Er zijn schoolbesturen die dat wel doen omdat het private deel van het vermogen dan niet opgevoerd hoeft te worden in de jaarrekening. Wij adviseren christelijke scholen het geld in één huishouding te houden. Geld uit legaten en schenkingen is gegeven voor het onderwijs en wij vinden dat je het ook daaraan moet besteden. Als je dat geld bij een aparte stichting onderbrengt, heb je er als schoolbestuur ook geen zeggenschap meer over en loop je het risico dat het aan andere doelen wordt besteedt.” Als Bos gelijk heeft, zijn de vermogens in het primair onderwijs dus nog wat hoger dan uit de cijfers over 2006 blijkt.

Royaler
Maar oud geld is niet de enige verklaring voor de forse reserves, geeft Bos aan. “Wij zien in de praktijk dat schoolbesturen nog de durf moeten ontwikkelen om het geld dat beschikbaar is voor het onderwijs ook in te zetten. Het is absoluut noodzakelijk dat er meer geïnvesteerd wordt.”
Goedhart van Vos/ABB zit op dezelfde lijn. Schoolbesturen moeten de kneepjes van het financieel beleid nog onder de knie krijgen. “Scholen hebben net lumpsum en in 2006 voor het eerst een jaarrekening opgesteld. Ze hadden voorheen geen idee of ze arm of rijk waren. Nu ze voor het eerst vergelijkingsmateriaal hebben, hoor ik van veel schoolbesturen: We zijn inderdaad veel rijker dan gedacht.”
Bos heeft goede hoop dat het primair onderwijs zich sneller ontwikkelt dan het voortgezet onderwijs, dat na tien jaar lumpsumfinanciering nog steeds weinig lef toont. “Het primair onderwijs is stabieler en durft daardoor ook meer.” Goedhart zal scholen zoveel mogelijk aansporen hun geld in het onderwijs te steken. “Wij gaan er echt op hameren dat scholen met forse vermogens wat gaan doen met hun geld.”

{noot}
Voor dit verhaal is gewerkt met gegevens die het ministerie van Onderwijs (Cfi) op 14 februari 2008 heeft verstrekt. De bestanden bevatten gegevens uit de jaarrekeningen over 2006 van 1272 schoolbesturen in het primair onderwijs. 23 besturen, die zowel middelbare scholen als basisscholen besturen, ontbreken omdat het bestuur geen aparte jaarrekening heeft ingediend en door Cfi is ingedeeld bij het voortgezet onderwijs. Een bestuur rapporteert als bve-instelling. Achttien schoolbesturen maakten pas in 2007 voor het eerst een jaarrekening en zes besturen hebben volgens Cfi geen gegevens geleverd.

{Drie tabellen. Horen bij het hoofdverhaal.}
Tabel 1: Vermogenspositie naar richting

Aantal besturen Solvabiliteit % Weerstand %
openbaar 218 57 19

algemeen bijzonder 201 58 20

rooms-katholiek 204 58 22

protestants-
christelijk 446 69 35

totaal/gemiddeld 1069 61 26


Tabel 2: Vermogenspositie naar aantal scholen per bestuur

Aantal besturen Solvabiliteit % Weerstand %
eenpitters 551 69 30

2 scholen 76 68 24
3 t/m 5 scholen 162 66 24

6 t/m 10 scholen 191 63 21

10 t/m 20 scholen 182 60 20

20 of meer scholen 51 54 18

speciaal basisonderwijs 59 66 28


Tabel 3:Vermogenspositie naar verstedelijking*

Aantal besturen Solvabiliteit % Weerstand %
zeer sterk stedelijk 66 63 19

sterk stedelijk 95 66 21

matig stedelijk 126 69 25

weinig stedelijk 135 69 28

niet stedelijk 129 75 33
*)alleen de 551 eenpitters


{kader 1}
Solvabiliteit en weerstandsvermogen
De Rotterdamse Vereniging Katholiek Onderwijs had eind 2006 een eigen vermogen van bijna 32 miljoen euro opgebouwd. De algemeen bijzondere basisschool De Reinboge in het Friese Kubaard kwam uit op een eigen vermogen van 213.958 euro. Wie van de twee is het rijkst?
Om de vermogens van een van de grootste en een van de kleinste schoolbesturen met elkaar te vergelijken heb je verhoudingsgetallen nodig. Als het om de vermogenspositie gaat, gebruiken bedrijfseconomen meestal de solvabiliteit. Het eigen vermogen wordt gerelateerd aan het totaal aanwezige vermogen. Als de solvabiliteit hoog is, zijn er veel eigen middelen gebruikt om de bezittingen te financieren en is de vermogenspositie sterk. Is de ratio laag dan is er veel geld geleend en is de vermogenspositie dus zwak. Een negatieve solvabiliteit geeft aan dat er meer schulden dan bezittingen zijn. De Reinboge is met een solvabiliteit van 85 procent vermogender dan de katholieke schoolvereniging in Rotterdam die op 70 procent uitkomt.
Maar beide schoolbesturen mag je bijzonder vermogend noemen. In 2005 stelden deskundigen in opdracht van het ministerie van Onderwijs signaleringsgrenzen op. Onderwijsinstellingen zouden minimaal een solvabiliteit van 10 procent moeten hebben en maximaal 45 procent (voortgezet onderwijs) of 60 procent (bve, hbo, wo). Het voortgezet onderwijs was niet gelukkig met de solvabiliteitsnorm en drong aan op koppeling van het eigen vermogen aan de totale inkomsten. Een jaar geleden werd afgesproken dat die ratio (eigen vermogen uitgedrukt als een percentage van de totale inkomsten) tussen 10 en 40 procent zou moeten liggen. In het voortgezet onderwijs wordt dit verhoudingsgetal weerstandsvermogen genoemd.

{kader 2 – opvallend opmaken graag}
Hoe rijk is mijn schoolbestuur?
Surf naar www.aob.nl en vind alle kerncijfers op een rij!
De redactie van het Onderwijsblad maakt op www.aob.nl de rijkdom van vrijwel alle scholen in Nederland inzichtelijk. Van basisonderwijs tot universiteit: de cijfers zijn te vinden in een toegankelijke zoekmachine. Het makkelijkst werkt het met de brin-code van uw schoolbestuur, maar u kunt ook zoeken per sector of regio. U krijgt uiteindelijk de belangrijkste kerncijfers zoals de solvabiliteit, het exploitatieresultaat en hoeveel geld er op de bank staat of in beleggingen zit. Van het basisonderwijs zijn die cijfers er alleen nog maar over 2006, van de andere onderwijssectoren kunt u vijf jaar terugkijken.

{kader 3}
De tien rijkste schoolbesturen
De rijkste basisschool van Nederland staat in Langerak en wordt bestuurd door de plaatselijke Vereniging School met de Bijbel. De christelijke basisschool Eben Haëzer telt 165 leerlingen. Om in aanmerking te komen voor de Onderwijsblad-top tien moesten schoolbesturen in 2006 minimaal 10 procent van de inkomsten overhouden. Van de 67 scholen die zoveel geld opzij konden zetten, heeft Eben Haëzer de sterkste vermogenspositie. Directeur Jaap van der Velde, voelt zich helemaal niet zo rijk. “We hebben op het ogenblik te maken met een dip in het aantal leerlingen. Als het goed is zijn we daar in een jaar of twee doorheen. Daarom ben ik zo zuinig mogelijk met het aantrekken van personeel. Je wilt geen mensen aantrekken die je binnenkort weer moet ontslaan.”
Maar u hebt al meer dan een half miljoen euro op de bank staan, dan is het toch niet nodig om zo te beknibbelen? “Hebben wij zoveel geld op de bank? Daar weet ik niks van. Hebt u wel de goede Eben Haëzerschool? Er zijn er meer. Ik moet eens in de boeken duiken, want ik ken die cijfers niet. Ik ben ook een onderwijsman, geen boekhouder.” Een dag later meldt Van der Velde dat het klopt. “We hebben inderdaad meer dan een half miljoen op de bank.” Waar dat geld vandaan komt, weet hij niet. Dat kan de penningmeester van de vereniging wel vertellen, maar die wil niet reageren voor hij met het administratiekantoor heeft gesproken. Hoe je de rijkste school van Nederland wordt, blijft dus voorlopig een mysterie.
De nummers twee en drie kunnen echter wel een tipje van de sluier oplichten. In 2006 hebben ze allebei en voormalige directeurswoning verkocht. “De opbrengst gaat niet naar de school”, weet Wilfried Verboom, bovenschools directeur van De Zaaier in Hedel. “Alleen renteopbrengsten die de inflatie overstijgen zijn beschikbaar. Als je het zo bekijkt zijn we dus niet zo rijk. We moeten gewoon van de publieke middelen rondkomen.” De opbrengst blijft dus op de bank staan. “Het huis is verkocht omdat we wat meer reserves wilden hebben in geval van calamiteiten”, verklaart bestuursvoorzitter Gerrit van den Berg. Maar als het nodig is investeert de vereniging extra in leermiddelen en het gebouw, vertelt hij.
Ook Jan Verwolf, penningmeester van de christelijke schoolvereniging in Lingewaal maakt onderscheid tussen publiek en privaat geld. “Wij zijn rijk omdat we een rijke steunstichting hebben. Onze vereniging is in 1999 ontstaan uit vijf schoolverenigingen die in de jaren twintig een dorpsschool hebben gesticht. In die tijd was het gebruikelijk dat er met giften en legaten een school en directeurswoning werden neergezet. Later zijn de schoolgebouwen naar de overheid gegaan, maar de woningen zijn in het bezit van de verenigingen gebleven. Een van die woningen hebben we in 2006 verkocht en in 2007 hebben we ook de laatste woning verkocht.” De opbrengst uit de huizenverkoop wordt op deposito’s gezet. De vijf scholen moeten in principe rondkomen van de overheidssubsidie. “Maar we zijn blij dat we geld hebben om wat extra te kunnen doen in de huisvestingssfeer want de gemeente Lingewaal heeft weinig te besteden”, vertelt Verwolf.

School/schoolbestuur Plaats Rentabiliteit % Solvabiliteit % Bank saldo

School met de Bijbel Eben Haëzer Langerak 11,0 93 € 551.989

School met de Bijbel De Zaaier Hedel 30,7 92 € 425.366

Vereniging pc Onderwijs Lingewaal Lingewaal 16,5 92 € 1.717.896

Christelijke basisschool De Arke Nij Beets 13,8 91 € 460.730

Basisschool De Bron Molenaarsgraaf 12,6 90 € 314.727

Eben Haëzerschool Rhenen 12,1 90 € 898.042

Admiraal de Ruyterschool Amsterdam 13,9 89 € 642.625

Christelijke Basisschool Laag Zuthem 12,9 89 € 159.382

Ds. G.H. Kerstenschool Borselle 20,7 88 € 549.266

School met de Bijbel De Wegwijzer Kockengen 12,0 88 € 322.356


{kader 4}
De vijf armste schoolbesturen
Om tot de arme scholen gerekend te worden moet een bestuur in 2006 een tekort van meer dan 3 procent hebben geboekt en mag de solvabiliteit niet hoger zijn dan 10 procent. Dat is maar vijf besturen min of meer gelukt: een bestuur van elf scholen, een school voor speciaal onderwijs en drie eenpitters, waarvan er twee antroposofisch zijn en eentje openbaar.
De Vrije School in Assen is bijna failliet gegaan door een avontuur in de kinderopvang, vertelt Gert Hilbolling, die tot december 2007 directeur was. Toen de school een nieuw gebouw nodig had, ontwikkelde de gemeente net plannen voor het opzetten van brede scholen. De schoolvereniging zag dat als een kans en heeft het op zich genomen kinderopvang op te zetten. “Toen het gebouw in 2005 klaar was, zat de kinderopvang net in een dip”, vertelt Hilbolling. “De lening die de school had verstrekt, moesten we van onze accountant afwaarderen. Daardoor werd ons eigen vermogen negatief. Daarbovenop kwam een terugloop van het aantal leerlingen, waardoor we groep 3 hebben moeten opheffen.” Anno 2008 lijken de problemen achter de rug. De kinderopvang loopt beter en is overgenomen door een bedrijf, de leerlingaantallen trekken weer aan.
Heeft het bestuur onverantwoorde risico’s genomen? Hilbolling vindt van niet. “We hebben onze nek uitgestoken. We hebben zwaar geïnvesteerd in de nieuwbouw en gewoon pech gehad met de kinderopvang.”
Openbare basisschool De Windhoek in Terheiden hoort helemaal niet thuis in het rijtje armoedzaaiers, meldt directeur Marcel Pennings opgewekt. “Wij zijn alleen op papier arm. De gemeente Drimmelen doet bij ons de financiën en heeft wat moeite gehad met de verwerking van de lumpsum. In de praktijk krijg ik gewoon mijn budget en daar kan ik mee doen wat ik moet doen. En de gemeente bouwt aan een brede school die aan het eind van het jaar klaar is.”
“We moesten vorig jaar ineens voor 1 juli een jaarrekening inleveren. Omdat ons administratiekantoor failliet was gegaan, kregen we uitstel tot 1 september”, vertelt beleidsmedewerker onderwijs Hendrikx. “Maar in de zomermaanden is bijna niemand aanwezig en daarom hebben we maar wat in elkaar geflanst. We dachten dat we die cijfers later wel weer konden bijstellen.”
Nummer drie op de lijst is dankzij een sterk verouderd gebouwenbestand met veel achterstallig onderhoud wel straatarm. “We hebben een voorziening van 2,6 miljoen moeten aanleggen voor het onderhoud en daardoor is ons eigen vermogen negatief geworden”, vertelt Theo Vorstenbosch, algemeen directeur van de Stichting de Leijestroom, die zes katholieke en vijf protestantse scholen in Vught en omgeving bestuurt. “Daarnaast is het erg moeilijk om uit te komen met onze centen omdat die oude gebouwen ook duur zijn in de exploitatie. De stookkosten lopen bijvoorbeeld flink op.” In 2006 boekte de stichting een tekort van bijna 300 duizend euro. “Dat was gelukkig eenmalig. Nog een keer zo’n tekort en we zijn echt failliet.” Het oudste gebouw, een gemeentelijk monument uit 1991, wordt nu gerenoveerd. Een tweede monument is volgend jaar aan de beurt. Vorstenbosch hoopt private financiers aan te kunnen trekken voor de overige vijf gebouwen in Vught. Want van de gemeente valt weinig te verwachten.

School/schoolbestuur Plaats Rentabiliteit % Solvabiliteit % Banksaldo

Vrije School Assen Assen -6,2 -108 € 11.736

De Windhoek Terheiden -21,8 -15 € 21.407

Stichting Leijestroom Vught -3 -4 € 649.143

De Driehoek, school voor speciaal onderwijs Wijk bij Duurstede -8,7 -1 € 244.594

Vrije School Tilburg Tilburg -5,7 5 € 253.865


Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.