• blad nr 7
  • 5-4-2008
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Landelijke examens voor de lerarenopleidingen 

Weg met de portfolio’s vol wazige gedragscompetenties

Landelijke examens voor de lerarenopleidingen. Vanaf het collegejaar 2009/2010 zijn ze verplicht. Een goed idee, vindt de Vereniging van Lerarenopleiders Nederland. “Zo’n toets kan het imago van de opleidingen verbeteren.” De Hbo-raad heeft twijfels. Landelijke examens zouden voorbijgaan aan de wensen van het werkveld.

Tekst Femke Bakkeren

De commissie-Dijsselbloem kwam half februari met een pittige analyse over de onderwijsvernieuwingen. De onderzoekers concludeerden onder andere dat de overheid meer grip moet krijgen op de lerarenopleidingen om de kwaliteit te verbeteren. Die grip werd eind november al verstevigd door minister Ronald Plasterk toen hij landelijke examens voor de lerarenopleiding aankondigde in de nota Leerkracht van Nederland.
Het plan in een notendop: lerarenopleidingen moeten afspraken maken over gezamenlijke eindtermen. Daarnaast moeten er gezamenlijke eindtoetsen of een gezamenlijk eindexamen worden ontwikkeld. Doel van de hele operatie: de kwaliteit en transparantie van de lerarenopleidingen bevorderen. Vrijblijvend is het allemaal niet. De scholen moeten dit collegejaar al met een plan komen, vindt de minister. En de daadwerkelijke invoering staat al voor het collegejaar 2009/2010 gepland.
Een landelijke lijn trekken is niet nieuw. Zo heeft de overheid bijvoorbeeld al bekwaamheidseisen op algemeen pedagogisch-didactisch niveau opgesteld. Verder zijn de tweedegraads studies sinds enkele jaren bezig gezamenlijke toetsen en eindtermen vast te leggen. Maar het is moeilijk om iedereen mee te krijgen, zegt Marco Snoek van de Vereniging van Lerarenopleiders Nederland (Velon). Druk opgelegd vanuit het ministerie kan het proces versnellen, hoopt hij.
Op dit moment verschilt het nog per hogeschool of universiteit hoe het laatste jaar wordt afgesloten. Op de ene opleiding doen studenten een afstudeeropdracht op de stageplek, op de tweede volgen ze een speciale minor en op de derde bestaat de afstudeeropdracht uit een assessment op de werkplek. De scholen willen (een deel) van die vrijheid in elk geval behouden, schat Snoek in: “Zo moet de vorm van toetsing natuurlijk wel in het didactische onderwijsconcept van de hogeschool passen. We zien nu bijvoorbeeld veel initiatieven op het gebied van opleiden in de scholen, waarbij de student veel verantwoordelijkheid heeft over zijn eigen scholingsproces. Je moet oppassen voor toetsen die de student deze regie weer uit handen neemt.”
“Landelijke examens moeten niet ten koste gaan van de diversiteit van scholen”, stelt ook Paul Helbing, woordvoerder van de Hbo-raad. “Met een generiek landelijk eindexamen in een grote sporthal met voor elke student hetzelfde vragenlijstje, ga je voorbij aan de wensen van het werkveld.”
Er moet ook ruimte blijven voor het competentiegericht leren en toetsen, vindt het Algemeen Directeurenoverleg van Educatieve Faculteiten. “Een beroepsopleiding moet je afsluiten met een assessment, een soort meesterproef op de werkvloer om je competenties te testen”, zegt Dirk van der Veen, secretaris van dit overleg.
Ondanks deze kanttekeningen, zien de partijen op zich wel brood in verplichte eindtermen. Studenten aan de tweedegraads opleidingen krijgen waarschijnlijk een landelijk ontwikkelde toets gericht op vakinhoudelijke kennis. Deze wordt op de eigen locatie afgenomen op meerdere momenten in de studie. “Dan komt het erop aan afspraken te maken welke toetsen er van welk niveau gehaald moeten worden om toegang te krijgen tot het eindassessment”, verwacht Van der Veen.

Simpel
Zal de invoering van de toetsen de lerarenopleidingen ook echt veranderen? De Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) verwacht van wel. Volgens woordvoerder Presley Bergen is de ingreep van Plasterk meer dan noodzakelijk. “Je zult de studenten weer vakinhoudelijk onderwijs moeten geven voordat ze aan die toets toe zijn.” BON vindt al langer dat de opleidingen te weinig aandacht besteden aan kennis en het overbrengen van die kennis. De nadruk ligt volgens Bergen nu vooral op ‘met jezelf bezig zijn’. “En dan bedoel ik jezelf en medestudenten beoordelen op wazige gedragscompetenties en dat dan vervolgens weer eindeloos rapporteren in portfolio’s of toetsen in onzinnige en ondoordachte assessments.”
De vakken waarin de student straks les moet geven, zijn volgens Bergen helemaal ondergesneeuwd. “We worden regelmatig gebeld door begeleiders die niet begrijpen waarom hun stagiairs de simpelste lessen in de brugklas inhoudelijk niet aankunnen. Maar die jongelui kunnen er zelf niets aan doen, vanwege het simpele feit dat kennis op de lerarenopleidingen niet meer leidend is.”
Snoek van Velon verwacht dat het plan vooral de transparantie ten goede komt. “Het kan een toets opleveren waarmee je de voortdurende kritiek - zoals verwoord door BON - het hoofd kan bieden. Want er wordt veel gemopperd.” Hij hoopt bovendien dat een landelijke afspraak het imago van de opleidingen verbetert. “Dat een student die de toets heeft gedaan daarmee kan laten zien dat hij geen flutopleiding heeft gevolgd.”
Ook geeft een toets duidelijkheid, redeneert hij. “Met een voortgangstoets wordt kennis gecheckt. En de eindtoets markeert voor alles en iedereen het einde van de studie.” Erg handig, gezien de vele routes die naar een diploma leiden. Snoek: “Waar staan we voor en wat willen we? Straks kan je alle routes aan een landelijk eindniveau koppelen. Zonder die toets - los van de resultaten op het gebied van competenties, projecten en stages - geen diploma. Dat is wel zo duidelijk.”
Van der Veen van het directeurenoverleg verwacht niet dat de lerarenopleiding straks echt anders of zwaarder zal worden. Wel zou meer samenwerking de kwaliteit van toetsing ten goede kunnen komen, denkt hij. “Scholen kunnen elkaar helpen. Verschillende examens met elkaar delen. Dat is vooral handig bij de kleine vakken, zoals scheikunde.”
Momenteel zijn de tweedegraads opleidingen al druk bezig om een gezamenlijk eindniveau vast te leggen. Van der Veen laat weten dat het tempo nu omhoog moet om aan Plasterks eis te kunnen voldoen. “Probleem is wel dat dit veel mankracht en geld kost. En het is niet duidelijk wie hiervoor moet opdraaien.”

{kader 1}
En de pabo?
Ook voor de pabo kan best onderzocht worden of het nuttig is om afspraken te maken over het eindniveau van de basisvaardigheden voor bijvoorbeeld rekenen en taal. Paul Helbing van de Hbo-raad ziet een landelijk examen voor pabo’s echter niet zitten. “We hebben destijds juist afspraken gemaakt met het ministerie en de scholen over de verschillende doorstroomprofielen, de specialisaties. Het verschilt namelijk nogal of je voor groep 1 of groep 8 komt te staan. Het lijkt mij dan ook niet logisch om alle pabostudenten dezelfde eindtermen voor te leggen.”

{kader 2}
Bang voor eenheidsworst
“Complete onzin.” Dat vindt Bastiaan Verweij, voorzitter van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO), van het landelijk examen voor lerarenopleidingen. “Persoonlijk, en ook namens ISO vindt ik het voorstel van minister Ronald Plasterk helemaal niets.”
“De toetsing is nu zo geregeld dat je vier jaar lang punten per studieonderdeel haalt. Met al die deeltoetsen wordt geborgd dat je de stof beheerst. Maar stel dat jij de opgelegde eindtoets niet haalt, bijvoorbeeld omdat de vraagstelling anders is dan je gewend bent, of omdat je er geen les in hebt gehad. Krijg je dan geen diploma? Terwijl je de rest van de studieroute wel hebt gehaald? Ben je dan, op het einde van je studie, opeens geen goede leraar meer?”
Verweij is sowieso geen warm voorstander van landelijke regels. “Er zijn al eindtermen over hoeveel een docent Nederlands moet weten over bijvoorbeeld literatuur en grammatica. Ik vind dat het aan de school zelf moet zijn om daar invulling aan te geven. Anders krijg je eenheidsworst. Scholen moeten zich blijven kunnen onderscheiden.”
Verweij vindt wel dat er meer aandacht voor de vakinhoud moet komen. “Ik heb de afgelopen jaren zelf op de lerarenopleiding zoveel spelletjes gedaan op school: wie ben je, wat voor een leraar wil je zijn. Er is veel te veel aandacht voor die persoonlijke kant. En je krijgt punten voor vakken die er niet toe doen. Maar je mag studenten daar niet op afrekenen door middel van een eindtoets. De lat moet absoluut omhoog, maar dan moet je beter onderwijs geven. Anders is het de student die wordt afgerekend op slecht onderwijs op zijn school.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.