• blad nr 7
  • 5-4-2008
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Meerlingen, samen of apart? 

In een klas leunen ze toch teveel op elkaar’

Samen of apart? Dat is de belangrijkste pedagogische vraag die speelt bij meerlingen. Tweelingen zijn een heel gewoon verschijnsel op school. De drieling komt alweer wat minder vaak voor. Sommige scholen vinden dat broers en zussen niet in één groep horen, anderen bekijken het per geval. Kleine scholen hebben niets te kiezen, omdat ze eenvoudigweg maar één kleutergroep hebben.

“De meeste ouders die hun kind komen aanmelden willen toch graag dat hun tweeling bij elkaar in één klas start”, vertelt Fons Jansen van katholieke basisschool de Hoeksteen in Krommenie. “Hun argument is dat ze dan houvast hebben aan elkaar. Wij vinden het beter ze niet bij elkaar te zetten, omdat ze anders teveel op elkaar leunen en in alles erg afhankelijk van elkaar blijven.” De Hoeksteen heeft zes kleutergroepen. Het was precies de school waar Marijke van Zuuk, moeder van de tienjarige tweeling Sophie en Lotte, naar zocht. “Wij zijn net verhuisd uit Amsterdam en wonen in een nieuwbouwwijk in Assendelft, daar waren alleen heel kleine scholen en wij wilden juist graag dat onze tweeling niet in dezelfde klas kwam.”
Van Zuuk werkte zelf tien jaar in het basisonderwijs en maakte veel tweelingen mee. “Er waren ouders die hun kinderen per se in één klas wilden. Ik raadde dat af, maar als ze er op stonden had je niet veel keus. Ik had een keer een tweeling in de klas waarvan de jongste nooit moeite deed om zelf vriendjes te maken, hij had zijn broer toch?”
Sophie en Lotte zitten nu in groep 7 en zijn heel bewust al vanaf de kleuterklas los van elkaar gezet. “Het is belangrijk dat ze leren om eigen vriendinnetjes te hebben, we hebben ook altijd voor ieder apart een kinderfeestje op hun verjaardag.” Ze geeft toe dat het veel extra werk is, maar ze merkt dat het werkt, want er komen op de feestjes verschillende kinderen.
Tweelingen hebben veel samen, maar concurreren ook met elkaar. Ze vergelijken elkaars cijfers en kijken elkaar scheef aan wanneer de een wel wordt uitgenodigd op een partijtje en de ander niet. “Onbewust”, vertelt Van Zuuk, “ga je ze toch met elkaar vergelijken. Ik probeer heel erg dat niet te doen, als ze bijvoorbeeld samen in een hockeywedstrijd spelen, dan vragen ze: Wie vond je beter? Dan roep ik snel: Jij deed dat het beste en jij dat.”

Verwisselen
De meeste docenten vinden het een sport om eeneiige tweelingen uit elkaar te houden. Van Zuuk herinnert zich dat ze twee meisjes in haar groep had die niet van elkaar te onderscheiden waren. “Toch kon ik ze uit elkaar houden omdat de een veel jongensachtiger was dan de ander.” Ze vindt het voor tweelingen niet leuk wanneer de een voor de ander wordt aangezien. Toch gebeurt dat wel. “Het klassieke verhaal”, vertelt Gerrie Schaank van basisschool de Uilenburcht in Beerta, “je geeft ze ieder een plek in de klas, dan weet je tenminste dat Selma links zit en Anoek rechts. Maar dan wisselen ze stiekem van plek en doet de één een leesbeurt voor de ander.” Nog een klassieke anekdote vertelt Moniek van Duren van basisschool de Pijler in Rotterdam. “Een stagiair verzamelt haar kleuters op de speelplaats en neemt ze mee naar binnen, ineens heeft ze twee dezelfde kindjes in de groep, ze wist niet van het bestaan van een tweelingzus in een andere groep.”
‘Tweelingengolf bereikt school Wolfheze’, berichtte het dagblad De Gelderlander begin dit jaar. Sjanie Koelewijn is de juf die de ‘golf’ voor een deel in haar klas heeft. Ze blijft er opgewekt onder. Haar combinatiegroep 1/2 heeft nu drie tweelingen en de vierde hoopt ze in mei te verwelkomen in de groep. Geen probleem, prettige bijkomstigheid is wel dat ze allemaal twee-eiig zijn. De Prinses Beatrixschool is te klein om de tweelingen over meerdere groepen te verdelen. Koelewijn ziet daarin geen nadeel voor de kinderen. “Het blijven voor mij allemaal individuen, in het begin mogen ze wel bij elkaar zitten, als ze moeten wennen. Maar na een tijdje let ik er op dat ze in aparte groepjes werken. Vooral als er iets gemaakt moet worden zorg ik ervoor dat ze niet bij elkaar zitten, ze moeten zich tenslotte los van elkaar kunnen ontwikkelen. Je merkt wel dat zodra er iets met de ene helft mis is, de ander er direct naartoe rent.” Koelewijn vindt niet dat vier tweelingen in de klas extra werk voor haar betekent. “Doordat dit een combinatieklas is, komt het wel vaker voor dat ik broers en zussen heb.”

Roedeltje
Tweelingen zijn dagelijkse kost voor een school, een drieling blijft een uitzondering. Toen X haar drieling Y,Z en W (inmiddels vijf jaar) aanmeldde bij School A in B wilde ze ze graag samen in één groep hebben. De directeur raadde dat af, de school was met 330 leerlingen groot genoeg om ze in aparte klassen te zetten. “De onderbouwcoördinator heeft er toen goed naar gekeken en kwam tot dezelfde conclusie. Ieder kind is uniek, ze zijn toch al de hele dag bij elkaar, vandaar dat wij broertjes en zusjes liever niet in één klas zetten.” X ging overstag. “Ik had ook vanuit het kinderdagverblijf het advies gekregen om ze uit elkaar te halen, omdat ze zich daar de hele dag met elkaar bemoeiden. Toch vond ik het moeilijk, het is een grote overgang, dus ik wilde ze graag samen laten starten. Een van hen heeft het ook wel moeilijk gehad om uit het roedeltje te zijn, maar nu gaat het goed.” Nadeel voor de moeder is dat ze niet in alle klassen tegelijk kan zijn bij speciale gebeurtenissen. De drieling wil graag gelijk behandeld worden, dus als de ene klas een uitje heeft, dan willen de andere twee dat ook. Of als Y van de juf een rekenschrift krijgt, dan willen ze dat allemaal. Volgens X is er geen sprake van onderlinge concurrentie, maar willen ze allemaal evenveel aandacht. Ze is er ook niet zo bang voor dat ze niet als aparte individuen opgroeien. “Ze hebben duidelijk alle drie een verschillend karakter. Eentje is heel pittig, de andere wil liever met rust gelaten worden. Ze willen ook alle drie iets anders op brood, dus ik maak me daar geen zorgen over.”

Afhankelijk
Op het Damstede, een interconfessioneel lyceum in Amsterdam Noord, hebben ze geen speciaal beleid voor tweelingen. Volgens Elly König, decaan voor de bovenbouw vwo en docent Engels, wordt er bij rapportvergaderingen besproken of het zinvol is een tweeling uit elkaar te halen of juist niet. “Wanneer we zien dat de een te sterk afhankelijk is van de ander dan is het beter ze in aparte klassen te zetten. Maar je hebt het niet altijd in de hand, want in de bovenbouw komen ze elkaar soms weer tegen omdat ze hetzelfde vak doen. Ik heb wel meegemaakt in 5 vwo dat een helft van een tweeling heel erg opbloeide toen haar zus naar een andere school vertrok, om daar een sportopleiding te volgen. Nu hoefde ze zich niet meer te meten aan haar tweelingzus die altijd overal beter in was, ze ontdekte dat ze het in haar eentje heel goed deed. Aan de andere kant hebben we hier ook wel eens tweelingbroers gehad die alles samen deden, dat hebben we zo gelaten omdat die elkaar juist in positieve zin versterkten.”
Wat vinden de tweelingen er zelf van: Samen of apart in de klas? Nina en Sanne Janssen, achttien jaar, zitten allebei in 6 vwo van het Damstede, ze volgen ieder een eigen profiel. Op de basisschool mochten ze nooit samen in één groep, hun ouders vonden dat beter en op de school was het regel. Op het Damstede zaten ze de eerste twee jaar van de havo/vwo-brugklas voor het eerst samen. Ze weten nog precies waarom. “Die overgang naar het voortgezet onderwijs vonden we wel een beetje eng”, vertelt Sanne, “dus toen kwam het wel goed uit dat we samen waren. We hadden wel gewoon onze eigen vrienden hoor.” Nina weet nog wel dat ze als klein kind toch altijd stiekem naar elkaar toe gingen op de basisschool. “Achteraf denk ik wel dat het goed is geweest dat mijn ouders ons in aparte klassen wilden hebben.” Ze zijn geen eeneiige tweeling, maar vinden toch wel dat ze behoorlijk op elkaar lijken. Sanne: “We zijn allebei spontaan en open en lacherig, maar ook wel heel erg koppig.” Nina vult aan: “Dan willen we allebei gelijk hebben en dan gaan we maar door.” Decaan König vond het voor Nina en Sanne heel goed dat ze in de bovenbouw apart zaten. “De een wil heel graag hoge cijfers halen, en de ander reageert daar een beetje bokkig op. Ze moet dan oppassen dat zo’n reactie niet ten koste gaat van haar cijfers.”
Voordeel van het tweeling zijn is volgens Sanne en Nina dat je in nieuwe situaties, bijvoorbeeld als je op vakantie bent, altijd iemand naast je hebt. Nadelen? Sanne: “Als we samen zijn met vrienden, dan kan ik me nog wel eens ergeren aan Nina, aan haar manier van doen. Omdat het dan je zus is ga je dat ook zeggen, was het gewoon een vriendin geweest dan deed je dat niet.” Nina vindt het nadelig dat hun ouders hen altijd met elkaar vergelijken. “Ze letten er ook altijd op dat je allebei hetzelfde krijgt, bijvoorbeeld zakgeld. Dat is niet altijd leuk. Wij hebben ook veel dezelfde vriendinnen en we geven ook altijd samen een feest, dan komen er wel eens mensen die je totaal niet mag.”
Als ze dit jaar allebei slagen voor hun vwo-examen, dan gaat Sanne volgend studiejaar in Utrecht studeren. Nina weet nog niet wat ze wil. Zeker is dat ze voor het eerst niet meer altijd in elkaars buurt zullen zijn. Samen of apart? Ze maken het dan helemaal zelf uit.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.