• blad nr 6
  • 22-3-2008
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Plasterk wil hogere schaal leraren vastleggen  

Werkgevers die niet meedoen, krijgen niets

Hij is heel zeker van zijn zaak. Hogere schalen voor leraren komen weer terug. Ook voor de koppeling tussen opleiding en beloning wil hij een formule vinden. Minister Plasterk heeft namelijk een stok achter de deur: 1,1 miljard. “Dit geld is alleen voor personeelsbeleid, als werkgevers niet willen, dan krijgen ze het niet.” Valt er nog wat te regeren voor een

“Het moet toch niet veel gekker worden”, roept Ronald Plasterk als we hem vragen of hij denkt dat de onderhandelingen over zijn Actieplan leerkracht wel vóór 1 mei afgerond zijn. De minister snapt dat niet iedereen hem in de armen is gevallen toen hij vorig jaar met zijn reactie op het rapport van de commissie-Rinnooy Kan kwam, maar het blijft toch 1,1 miljard extra. Hij vergelijkt het met de oudoom uit Amerika die een miljoen nalaat. ”Eerst wordt dan de champagnefles opengetrokken, maar daarna gaat het erover of het niet twee miljoen had moeten zijn en hoe het verdeeld moet worden. Ik snap het wel, iedereen denkt: Ik moet nu zaken doen, want nu wordt het geld verdeeld.”
Ronald Plasterk is al weer een jaar minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een jaar waarin belangrijke rapporten het licht zagen: het rapport van Rinnooy Kan, zijn eigen Actieplan leerkracht en het parlementair onderzoek van de commissie-Dijsselbloem. Van de AOb-leden kreeg hij na dat jaar slechts een 4,8 als waardering. Ironisch: “Ik heb me laten troosten door Jacques Wallage (nu burgemeester van Groningen, was staatssecretaris op Onderwijs in 1989), die zei dat hij de enige bewindspersoon op Onderwijs is geweest die een voldoende haalde in deze poll.”
Na tien jaar zit er weer een sociaaldemocraat op Onderwijs. Maar valt er nog wel wat te regeren in dit tijdperk van deregulering? Het zijn nu toch vooral de besturen die het voor het zeggen hebben? Maar eerst moeten we op de foto, want iedere bezoeker in zijn werkkamer wordt vastgelegd met de gereedstaande Hasselblad camera en toegevoegd aan de collectie portretten die al tegen het raam hangt.

Topsalarissen
Anders dan zijn voorgangers Maria van der Hoeven(CDA) en Loek Hermans(VVD) die vooral op afstand wilden regeren, zegt Plasterk zich wel met het onderwijs te willen bemoeien.
“Ik ben het niet eens met de mensen die nu zeggen dat de overheid zich helemaal moet terugtrekken, bijvoorbeeld omdat er in het verleden fouten zijn gemaakt en er te veel werd bepaald in Zoetermeer. Vanaf mijn aantreden heb ik juist gezegd dat ik er veel mee te maken wil hebben en dat ik uitspraken als ‘daar gaan wij hier niet over’ zo min mogelijk hoop te horen. Dat blijkt ook uit het feit dat wij het rapport van de commissie-Rinnooy Kan hebben omarmd. Ik denk dat je geen lerarenbeleid kunt maken als je alles op afstand gooit.”
Maar over de uit de hand gelopen topsalarissen bij de colleges van bestuur heeft u niets te zeggen. Formeel gaat daar de raad van toezicht over.
“Toch is dat een voorbeeld waar wel succesvol is ingegrepen. Een raad van toezicht zei: ‘Het klinkt misschien een beetje cru, maar wíj gaan erover’. Ik zei toen: ‘Het klinkt misschien een beetje cru, maar u moet wel met míjn vertrouwen werken. Geen misverstand, dit is geen opvatting van mij persoonlijk maar van het hele kabinet’. Vervolgens hebben de universiteiten in Groningen en Delft besloten om de salarissen binnen de vastgestelde normen te houden. Daar ben ik blij om.”
Door het rapport van de commissie-Dijsselbloem vragen velen, zoals Beter Onderwijs Nederland, professor Jaap Dronkers of leraar Ton van Haperen, om meer sturing van de overheid. Heeft een minister na vijftien jaar deregulering nog wel voldoende sturingsmogelijkheden voor het onderwijs?
“Lumpsum betekent zeker dat je veel knoppen verloren hebt om aan te draaien, maar ik denk toch ook dat de deregulering veel voordelen met zich brengt. Iedere school heeft zo zijn eigen behoeften, de ene wil veel aandacht voor de achterstandsleerlingen, de andere is toe aan een nieuw gebouw. Met de 1,1 miljard extra die we voor het Actieplan leerkracht hebben ligt het anders. Dat geld is speciaal bedoeld voor de verbetering van de positie van docenten. Daar moeten de verkorting van de salarisschalen en de functiemix, dus docenten in hogere salarisschalen, van betaald worden. Daarvan willen we van jaar tot jaar weten wat er mee gebeurd is.”
Is het niet beter om dat geld te ‘oormerken’? In het verleden is er vaker geld overgemaakt naar schoolbesturen voor personeelsbeleid. Het basisonderwijs kreeg geld om 10 procent van het personeel een hogere schaal te geven, dat is maar bij 0,9 procent gebeurd.
“Wat ik wil is een vorm van oormerken. We maken weliswaar afspraken per sector, maar de resultaten worden op schoolniveau gemeten. Concreet betekent het dat de school jaarlijks een uitdraai van het personeelsbestand moet opsturen. Als blijkt dat er onvoldoende gebeurt, dan krijgt een school ook geen geld meer. Die cijfers zijn van iedere school beschikbaar en het betekent dus nauwelijks extra inspanning of bureaucratie.”
En vinden de werkgevers dit ook een goed idee?
“Nee.” Fijntjes: “Toen ik bij de presentatie van het actieplan zei dat het hier om één pakket ging, begon de AOb te knorren, maar die uitspraak gold natuurlijk ook voor de werkgevers. Als ze geen geoormerkt geld willen of controle op het personeelsbeleid, dan is dit nieuwe geld niet beschikbaar. We willen niet dat het met de knollen de pot in gaat. We hebben nu geld, vanuit die onderhandelingspositie praten we. Verder kan ik nu niet met mijn opvattingen door het overleg heen gaan fietsen.”

Status
Als kernprobleem in de positie van docenten noemt u dat ze niet meer het gevoel hebben dat ze nog over hun eigen vak gaan. Dat tast de status van het beroep aan. Hoe los je dit probleem op?
“Door de zeggenschap hierover binnen de school te verbeteren. Ik heb vaak de klacht gehoord ‘we lopen het hier gewoon uit te voeren’.”
Hoe moet dat dan gebeuren? Voorlopig wordt het onderwijskundig model bijvoorbeeld in de bve en in het hbo gewoon bedacht door het management.
“Ja, daar is de schaalvergroting ook het grootst. Ik denk ook niet dat een ontwikkeling die in de afgelopen dertig jaar is ontstaan in één regeerperiode is terug te draaien. Maar het is duidelijk welke kant ik het op wil sjorren, het is het begin van een koerswijziging, een proces waarin de leraar zich meer verantwoordelijk voelt voor zijn eigen lessituatie.”
Volgens Plasterk zou het invoeren van een professioneel statuut kunnen helpen bij het heroveren van de zeggenschap. Ook het opleidingsfonds dat opgericht wordt en waarop iedere docent zelf een beroep kan doen, helpt volgens de minister bij het professionaliseren van het beroep. Rinnooy Kan wilde die extra opleiding koppelen aan een hogere inschaling; werkgevers waren daar heel erg tegen. Plasterk nam het voorstel niet over. “Wij vonden het teveel gericht op het voortgezet onderwijs.” Inmiddels is er echter een lichte wijziging opgetreden, de minister wil nu wel zoeken naar een “stevige koppeling” tussen opleiding en inschaling.
Dus als juf Els een extra opleiding volgt of een masters haalt, dan moet dat volgens u leiden tot een hogere schaal?
“Ik zou een formule willen vinden om dat vast te leggen. De hogere inschaling, na een extra opleiding, moet mijns inziens wel door de direct leidinggevende worden beoordeeld. Als de gymleraar een opleiding kunstgeschiedenis heeft gevolgd, is dat niet per se in het belang van zijn vak. Maar als iemand een opleiding heeft gevolgd waar hij of zij wat aan heeft, vind ik het bij normaal werkgeverschap horen dat het beloond wordt. Zo’n formule is dus geen volledig automatisme, maar een extra diploma moet wel degelijk uitmaken.”
Maar dan zegt de VO-raad: ‘Hier gaan we niet aan beginnen want de minister bemoeit zich niet met ons personeelsbeleid.’
“Nou, ik denk dat ze hier nog blij mee zullen zijn want voor de functiemix zullen ze toch mensen in hogere schalen moeten hebben.”

Toetsen
kabinet wil dat de basisvaardigheden in het onderwijs weer prioriteit krijgen. Hoe wilt u de kwaliteit van het onderwijs verbeteren?
“Allereerst is de beste garantie voor goed onderwijs toch de leraar. Goed lerarenbeleid betekent meer kwaliteit. Verder denk ik dat we iets meer af moeten van het ontplooiingsmodel. Als je kind thuiskomt vraag je: Was het leuk? Je vraagt niet: Wat heb je gedaan en ben je nog wijzer geworden? Toch is het zo dat als je je staande wilt houden in deze maatschappij je echt moet leren rekenen en schrijven. Vandaar dat de doorlopende leerlijn voor rekenen en taal is bedacht. Wat moet iedereen nu kunnen en kennen?”
Bij de toetsen die de commissie-Dijsselbloem voorstelde, ziet hij wel een probleem. “Wat doen we met degenen die de toets niet halen? Ik was laatst op werkbezoek bij een pabo. Daar trof ik een clubje enthousiaste meiden die erg gemotiveerd waren om les te gaan geven, maar na een jaar pabo de sommen van groep 8 nog niet konden maken. Het huilen stond ze nader dan het lachen, toch kunnen ze niet door. Wat moeten we daarmee? Twintig procent wordt weggestuurd bij de pabo, dat is een dilemma. Dus alleen met extra toetsen ben je er niet.”
Maar wellicht wel met extra leertijd. Want het onderwijs heeft in de afgelopen twintig jaar niet alleen te maken gehad met vernieuwingen en deregulering, maar ook met bezuinigingsrondes. Daarbij sneuvelde onder andere de kopklas.
Plasterk knikt. “Dat klopt. Als wij zeggen dat iemand het na een slechte Cito-toets nog een jaar over moet doen, dan zou staatssecretaris Dijksma meer budget nodig hebben.”

Investeren
Gaan we in de toekomst nog naar die Oeso-norm van 6 procent van het bbp voor het onderwijs?
“Nou die Oeso-norm, daar zou ik niet te zwaar aan tillen, want in andere landen wordt er weer heel anders gerekend. We zitten nu op 5,1 procent, voor deze kabinetsperiode zijn de enveloppen verdeeld, dus ik zie dat niet gebeuren.”
Toch zijn sommige collega’s uit het kabinet al aan het lobbyen voor meer geld. Zo laat minister Middelkoop van Defensie nu al in de media weten dat hij tekortkomt en er zijn meer ministers die zich warmlopen voor de komende begrotingsbesprekingen. Maar volgens Plasterk krijg je op die manier bij de minister van Financiën niets los. Zijn eigen methode werkte volgens hem veel beter.
“Ik ben niet ontevreden. Er is nu een dekking om het Actieplan leerkracht uit te voeren, 1,1 miljard. Daarvan komt een tiende uit de verandering van de bapo-regeling, daarover zijn we nog in gesprek met de bonden die vinden dat dit een ‘sigaar uit eigen doos’ is. En een tiende komt uit de verhoging van de collegegelden. De rest is geld dat nog niet aan het onderwijs of de leraren besteed werd, zoals de 400 miljoen ilo-gelden (incidentele loonsverhoging). Die stonden geparkeerd.”
Maar die waren wel bestemd voor het onderwijs.
“Ja, maar ze werden de afgelopen jaren nooit gebruikt en vielen dan weer terug naar Financiën, dat daar dan leuke dingen mee kon doen. Nu staat er een muur omheen. Zonder indiscreet te worden, het was niet eenvoudig om dit te reserveren, maar het is gelukt omdat ik het als een gemeenschappelijk probleem bracht.”
Dus voor de komende begrotingsronde valt er niets te verwachten?
“Ik zal mijn best doen, bijvoorbeeld voor de doorlopende leerlijn en voor innovatie. Een paar van die dingen hebben we op de lijst gezet.”
Is het niet nodig voor de kenniseconomie om extra geld te investeren?
“Ja, maar je moet overigens niet onderschatten hoeveel nieuw geld er de laatste jaren is bijgekomen. Als we naar de doelstelling kijken, liggen we op schema. Alleen van de kant van het bedrijfsleven blijven de bijdragen achter. Als het gaat om investeringen in het basisonderwijs tot en met de bve zijn we er een jaar geleden niet slecht afgekomen.”

Na één jaar op het ministerie weet Plasterk inmiddels wel wat hij de vervelende kanten van zijn taak vindt. “De bestuurlijke overleggen, waarin eigenlijk alleen maar zaken afgetikt moeten worden. Daar moest ik erg aan wennen. De rest vind ik eigenlijk allemaal prachtig. Voor mij is de interactie met publiek nieuw. Vroeger zat ik boven een microscoop en overlegde met 25 vakgenoten uit de hele wereld. Nu zit ik in een positie waarin iedereen mijn mening over alles vraagt. Of het nu over onderwijs gaat, Afghanistan of de film van Wilders. Dat is een interactie die ik niet kende, maar die wel leuk is.”

{kadertje}
Ronald Plasterk

1957 Geboren in Den Haag
1981 Doctoraal biologie (cum laude), Leiden
1984 Promotie (cum laude), Leiden
1984-1987 Onderzoek in de VS en het Verenigd Koninkrijk
1987-2000 Groepsleider Nederlands Kankerinstituut
1993-1997 Hoogleraar VU
1997-2003 Hoogleraar UvA
2000-2007 Directeur Hubrecht Instituut, hoogleraar Utrecht
1999-2007 Columnist de Volkskrant en Buitenhof

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.