- blad nr 5
- 8-3-2008
- auteur A. Vink
- Redactioneel
Staatssecretaris herziet regeling achterstandsgeld voortgezet onderwijs
In de krokusvakantie verscheen het langverwachte onderzoek naar de leerplusregeling door het IVA van de Universiteit van Tilburg. Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van voortgezet onderwijs gaf vorig jaar juni opdracht tot het onderzoek omdat deze nieuwe financieringsregeling voor achterstandsleerlingen in het voortgezet onderwijs vreemd bleek uit te pakken. Scholen zoals het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium kregen geld voor achterstandsleerlingen die ze niet hadden. En scholen met veel achterstandsleerlingen, vaak vmbo’s, die voorheen geld uit de zogenoemde cumi-regeling ontvingen, kregen niets meer.
Deze leerplusregeling baseert zich op de definitie van achterstandswijken van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Als 30 procent van de leerlingen uit een van deze wijken komt, levert dat de school geld op. Het redelijk elitaire Barlaeus bleek volgens deze zienswijze 53 procent achterstandsleerlingen te hebben, genoeg voor een extra uitbetaling van krap 400.000 euro per twee jaar.
Het rapport van het Tilburgse IVA naar deze ‘onbedoelde neveneffecten’ toont aan dat er ‘relatief’ veel scholen ten onrechte leerplusgelden krijgen: 33 procent van de scholen die geld ontvangen, heeft er geen recht op. Vaak gaat het dan om havo- en vwo-afdelingen, maar ook acht vmbo-afdelingen rolden uit het onderzoek. Daartegenover staat dat 21 vmbo-afdelingen geen geld krijgen terwijl ze daar wel recht op hebben. Deze vmbo-afdelingen vallen onder het brin-nummer van een grote scholengemeenschap.
Drempel
Een zo grote foutmarge is ook staatssecretaris Van Bijsterveldt te gortig, daarom wil zij de leerplusregeling aanpassen. In de nieuwe regeling moet een hogere drempel de onbedoelde toekenning van extra geld aan havo en vwo voorkomen: havo 40 procent achterstandsleerlingen, vwo 50 procent. Voor het vmbo blijft de drempel van 30 procent gehandhaafd. De regeling is voorts van vier jaar teruggebracht naar een toekenning om de twee jaar. Daarnaast komt er een overgangsregeling voor scholen die er financieel op achteruit gaan. Met deze nieuwe regeling zakt volgens berekeningen van het IVA het aantal foute toekenningen naar 12 procent. Het percentage scholen dat ten onrechte geen extra middelen ontvangt blijft 6 procent. De totale foutmarge komt daarmee uit op 18 procent.
Voor het IVA is dit reden om een nieuwe financieringsregeling voor te stellen die betrouwbaarder is. Het IVA raadt het ministerie van Onderwijs financiering aan op basis van individuele kenmerken van achterstandsleerlingen aan, te weten de inkomensgegevens van de ouders. De nieuwe financiering zou ook moeten gaan gelden voor het basisonderwijs, waar de gewichtenregeling op basis van opleidingsniveau van ouders een te zware administratieve druk en ook fouten oplevert.
Geen schoonheidsprijs
Rector Marten Elkerbout van het Barlaeus Gymnasium, op zijn vakantieadres in Zwitserland, heeft er al rekening mee gehouden dat zijn extra uitkering van 400.000 euro eenmalig zou zijn. “Ik reken niet op nieuw geld uit de leerplusregeling.” Het geld dat de school kreeg, is overigens wel ingezet voor de achterstandsleerlingen op zijn school. Dat zijn er weliswaar geen 53 procent, maar ze zijn er wel, van zowel allochtone al autochtone afkomst. Een werkgroep binnen de school heeft onderzoek gedaan naar wat deze groep leerlingen nodig heeft. Zo is er gekeken naar de didactiek van de leerkrachten en naar wat de leerlingen buiten de school om nodig hebben. Elkerbout: “We gaan een huiskamergroep opzetten waar deze leerlingen begeleid worden met hun huiswerk.” Een ander deel van het geld is ingezet om te kijken hoe er meer allochtone leerlingen geworven kunnen worden. Elkerbout: “Ook al hebben allochtone leerlingen een prima Cito-score, waarmee ze naar het gymnasium zouden kunnen, de basisschool ziet vaak af van zo’n advies omdat deze leerlingen zich niet op een school als de onze thuis zouden voelen.”
Over het IVA-onderzoek oordeelt Elkerbout dat naar de nieuwe drempels maar een slag is geslagen, met als voornaamste doel te voorkomen dat scholen zoals het Barlaeus geld krijgen. “We vallen nu ook maar net onder die drempel en de blijvende foutmarge van 18 procent verdient evenmin een schoonheidsprijs.”
Blijft over het probleem van de brin-nummers. PvdA-Kamerlid Staf Depla had aan staatssecretaris Van Bijsterveldt gevraagd te bekijken of uitkering per school mogelijk is. Maar in de nieuwe regeling blijft de uitkering per brin-nummer gehandhaafd. De schoolbesturen moeten binnen hun lumpsum het benodigde geld zien te vinden. Volgens Depla is dat een gemiste kans aangezien de afzonderlijke scholen zelf niet kunnen bepalen wat zij met het geld doen. Verschuiving van het budget naar individuele scholen zou ervoor zorgen dat de school een sterkere positie heeft ten opzichte van het bestuur, aldus Depla.