• blad nr 21
  • 1-12-2007
  • auteur W. Dresscher 
  • Opinie

 

Onderwijskwaliteit onder druk door uitzendconstructies

Pogingen om de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep te verbeteren en de onderwijskwaliteit te verhogen zullen niets uithalen als werkgevers in het onderwijs doorgaan met het aanbieden van tweederangscontracten aan nieuwe docenten. Snel populair wordende uitzendconstructies als payrolling hebben tot gevolg dat jonge leraren geen onderdeel worden van de professionele gemeenschap van hun school, betoogt AOb-voorzitter Walter Dresscher.

De commissie-Rinnooy Kan publiceerde onlangs het rapport Leerkracht. De SER-voorzitter beschrijft daarin drie stappen om de positie van leraren en de onderwijskwaliteit te verbeteren, voorstellen die de Algemene Onderwijsbond toejuicht. Salarisverbetering gaat in het rapport hand in hand met het verhogen van het opleidingsniveau van leraren en kwaliteitsverbetering van het onderwijs.
De kans is echter groot dat de goede gedachten van de commissie nooit realiteit worden als we kijken naar de terughoudendheid van het kabinet om fors te investeren in het onderwijs. Onderwijsminister Plasterk is lichtelijk wanhopig op zoek naar geld om de beloofde salarisverbetering te realiseren. Hij krijgt daarbij verbijsterend weinig steun van de coalitiepartners, die toch samen in het regeerakkoord afspraken dat een commissie voorstellen zou ontwikkelen om het dreigende lerarentekort het hoofd te bieden.
Daarnaast zien we dat werkgevers in het onderwijs druk bezig zijn met allerlei uitzendconstructies en payrolling . Het gevolg daarvan: het nieuwe personeel wordt geen onderdeel van de professionele gemeenschap die het lerarenkorps van een school in onze ogen zou moeten zijn. Payrolling betekent dat de nieuwe leraar in dienst komt van – meestal – een uitzendbureau, dat wel het lerarensalaris betaalt maar zich voor het overige niet houdt aan de onderwijs-cao. Nieuwe leraren komen dus niet in het pensioenfonds ABP, hebben geen recht op de scholingsfaciliteiten of andere secundaire arbeidsvoorwaarden. Inspraak in de aanpak van de lessen, het programma, nieuwe ontwikkelingen - het is allemaal niet geregeld, omdat niet de school maar een andere organisatie de officiële werkgever is. Nieuwe leraren tellen op die manier qua arbeidsvoorwaarden en zeggenschap niet volledig mee.

Treurig
Tot voor kort was het gebruik dat een nieuwe docent in dienst kwam bij de school. Tijdelijk, zodat de directie na een jaar de balans kon opmaken of de leraar aan de verwachtingen voldeed. Een lange proeftijd misschien, zeker vergeleken met andere beroepen, maar het duurt nu eenmaal even voordat je goed kunt zien of school, leraar en leerlingen met elkaar een goede balans hebben gevonden. De periode kan eventueel zelfs verlengd worden tot twee jaar. Tot onze verbazing vinden werkgevers die flexibiliteit onvoldoende, zo blijkt de laatste tijd.
Eerst in het middelbaar beroepsonderwijs en recent in het voortgezet onderwijs neemt payrolling een hoge vlucht. Ook in het basisonderwijs komt het al voor en zal zich vermoedelijk uitbreiden. Grote schoolbesturen hebben soms al 15 procent van hun docenten op die manier ingehuurd of stellen nu dat zij vanaf dit moment al het nieuwe personeel op die manier gaan aannemen. Werkgevers verdedigen de maatregelen door te wijzen op de risico’s van ww-uitkeringen of re-integratietrajecten.
De Algemene Onderwijsbond denkt echter dat de risico’s dragelijk zijn binnen de bestaande regelingen voor tijdelijk personeel. Daarbovenop komt dat werkgevers zo de periode van tijdelijkheid oprekken: eerst een periode via een uitzendconstructie en daarna een tijdelijk dienstverband. Als deze ontwikkeling doorzet, zullen alle pogingen om de status van het beroep en de aantrekkelijkheid van een onderwijsbaan te vergroten zinloos zijn. Jongeren gaan op zoek naar andere beroepen, waar ze sneller als volwaardig worden geaccepteerd. Op de krappe arbeidsmarkt zullen onderwijswerkgevers het nog moeilijker krijgen dan nu.
Voor de onderwijskwaliteit heeft dat grote gevolgen. Op zeer zwakke scholen blijkt nu al dat er veel vervangers werken en de omloopsnelheid van het personeel groot is. Datzelfde zie je in Engeland waar met uitzendpersoneel soms hele scholen draaiende worden gehouden en de toetsresultaten abominabel zijn. Scholen, leerlingen, de onderwijskwaliteit zijn gebaat bij een zekere stabiliteit. Met personeel dat school, ouders, leerlingen en de omgeving kent en streeft naar het allerbeste onderwijs voor die gemeenschap.
Het rapport Leerkracht probeert de positie van leraren te verbeteren, maar intussen creëren werkgevers een groep tweederangsleraren die zo’n positieverbetering niet zullen meemaken. Helemaal treurig wordt het als blijkt dat er werkgevers zijn die niet eens openlijk vertellen dat ze werken met payrolling. In een aantal gevallen merkten nieuwe leraren pas na weken lesgeven bij de ondertekening van hun definitieve contract dat zij niet bij de school van hun keuze in dienst waren, maar bij een uitzendorganisatie.

Verbieden
In principe moet wat ons betreft al het onderwijzend personeel bevoegd zijn. Bovendien moet het in dienst zijn van het schoolbestuur. Dit geldt ook voor alle anderen die direct contact hebben met leerlingen. Werkgevers in het onderwijs zullen dat vanuit hun neiging tot kostenbesparingen niet zelf doen. Reden waarom de overheid volgens de AOb payroll-contracten in het onderwijs moet verbieden. Ook zou de overheid moeten vastleggen hoeveel bevoegde docenten per hoeveel leerlingen minimaal nodig zijn om de kwaliteit van het onderwijs te garanderen. Immers, de overheid verplicht jongeren om steeds langer naar school te gaan - de leerplichtwet is net uitgebreid tot achttien jaar -, dan mogen die leerlingen ook verwachten dat de overheid de kwaliteit van het onderwijspersoneel garandeert en geen docenten met tweederangscontracten voor de klas zet.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.