- blad nr 20
- 17-11-2007
- auteur . Overige
- Kwesties
Kwesties
“Als we de kranten mogen geloven, dan gaan alleen mensen die geen Nederlands kunnen of slecht in rekenen zijn naar de pabo. Er is een forse groep die aan het einde van het eerste jaar de rekentoets niet haalt: een kwart van de studenten komt niet aan het rekenniveau van de beste 20 procent leerlingen van groep 8. Een makkie zou je veronderstellen, maar dat valt dus nog smerig tegen. En bij de taaltoets is het zo mogelijk nog slechter gesteld.
“Ik zou hier graag de indruk willen wegnemen dat dit probleem alleen voor de pabostudenten geldt. Ook op andere hbo-opleidingen is dit fenomeen herkenbaar, maar daar is het nog niet getoetst. Wellicht zijn voor de technische richtingen de rekenproblemen minder groot, maar dan is de taaltoets een grote hobbel.
“Moeten we dan een toelatingsexamen in gaan stellen? Als we het voor de pabo zouden doen, zouden we het voor alle hbo-opleidingen moeten doen. Dat lijkt mij een omvangrijke operatie, waarbij je met een kanon op een mug schiet.”
De meeste studenten die het niet redden in het hoger onderwijs komen van het mbo.
“Moeten we dan de mbo’ers maar weren van het hbo? Dat zou een slechte zaak zijn. We streven in Nederland kennisland naar een zo hoog mogelijk opleidingsniveau voor iedereen, dus moeten we blijven stimuleren dat mbo’ers kunnen doorstromen naar het hbo.
“In principe mag je veronderstellen dat de voorbereiders op het hbo hun leerlingen een goed niveau aan rekenen en taal meegeven. Maar dan moeten alle scholen duidelijk weten wat hun scholieren op het terrein van rekenen en taal aan het einde van hun opleiding moeten kennen en kunnen. Dat is er nu onvoldoende. En dat we dat ook gaan handhaven: scholen en Onderwijsinspectie moeten deze kerndoelen vasthouden.”