• blad nr 20
  • 17-11-2007
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Schoolstift

Ik kom ogen tekort. Er woedt iets onder de oppervlakte in deze groep maar ik krijg er geen greep op. Ik wil dat eerlijk gezegd ook niet. Ik wil geen tijdrovende praatsessie, geen gemok, geen schouders die onwillig schokken, lippen die op elkaar geklemd worden, vingers die beschuldigend wijzen. Ik wil rekenen. De wereld van het rekenen is fijn overzichtelijk. Er is een rechte weg naar het antwoord. Daarna komt er, als het goed is, een nog veel fijnere punt. Bij het gedoe om mij heen is echter geen punt te ontdekken. Het duurt maar en het duurt maar. Ik besluit om toch maar in te grijpen. Ik moet wel.
Ik ga jullie iets schokkends vertellen, kondig ik grimmig aan, we gaan dit oplossen. Voorgoed. Wie er niets mee te maken heeft, gaat achter in de klas zitten en pakt iets te lezen of te tekenen en de anderen gaan in de kring zitten en vertellen mij haarfijn wat er aan de hand is. Een verontrustend groot aantal leerlingen staat op en gaat in de kring zitten. Afwachtend, afwerend, niet bereid een millimeter toe te geven. Na veel getrek komt eindelijk de oorzaak boven water. Anne wilde een schoolstift van Bernice lenen. Bernice had zich niet verwaardigd een antwoord te geven op deze vraag waarop Anne de stift bruut had weggegrist. Het was tenslotte een schoolstift, knettert Anne, terwijl zij Bernice een dodelijke blik toezendt. De helft van de aanwezigen knikt boos met haar mee, de andere helft sist onder aanvoering van Bernice vervaarlijk terug: een schande was het! Wanneer heeft zich dit afgespeeld, vraag ik. Zo’n drie weken geleden, rekent Thomas uit. Het is niet te geloven, zucht ik. Is dat echt alles? Drie hele weken lang? Ik kijk Sander aan. Hij is hevig geëmotioneerd. Waarom bemoei je je in vredesnaam met een meidenruzie, vraag ik, weet je niet dat je dan niets meer aan je leven hebt? Jawel, snottert hij, maar ik wist niet voor wie ik was. Als Anne bij me kwam dan was ik het met haar eens en als Bernice bij me kwam dan snapte ik haar ook wel weer. Ik schud mijn hoofd. Arme jongen, dat is echt het domste wat je kunt doen. Nu heb je met iedereen ruzie. Sander knikt. Ja, dat klopt, antwoordt hij, maar wat moet ik dan? Weglopen, antwoord ik. Hard weglopen en niet meer omkijken. En jij, Thomas, wat doe jij hierbij? Ik heb maar gewoon voor Anne gekozen, antwoordt Thomas berustend, ik dacht: dan ben ik er tenminste van af. En, was je er af, vraag ik. Thomas schudt zijn hoofd. O nee, helemaal niet, antwoordt hij. Zou je het nog eens zo doen, vraag ik. Thomas kijkt me grinnikend aan. Nee, ik zou me omdraaien en hard weglopen, juf. Goed zo, Thomas. Dank u wel, juf.
Ik draai me naar de groep meiden toe. Zo, en nu wij, zeg ik. Vertel eens eerlijk, was het leuk? De dames kijken mij geschokt aan. Leuk? Hoe kom ik daar nou bij. Het was heel erg vervelend! Het was niet te geloven wat ze allemaal hebben moeten meemaken. Ik kijk Anne en Bernice aan. Jullie hebben dus al drie weken ruzie, stel ik vast. Beide dames knikken om het hardst. Hoe kan het dan dat jullie vanochtend samen een spreekbeurt gegeven hebben? Er verschijnt een lachje om de lippen van Anne. We hebben thuis geen ruzie, antwoordt ze. Nee, vult Bernice aan, thuis zijn we bijna zusjes, hè Anne? Anne knikt. De klas houdt de adem in. Horen ze dit goed? Kom eens even bij me staan, zeg ik. Anne en Bernice komen overeind. Ik wil een glashelder antwoord, zeg ik, wàs het
leuk? Er verschijnt een twinkeling in hun ogen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.