• blad nr 20
  • 17-11-2007
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Nieuwe methode geeft adaptief onderwijs vorm 

Kinderen juichen als we Alles-in-1 doen

Voor basisscholen die op zoek zijn naar een methode voor adaptief onderwijs en thematiseren, is er nu Alles-in-1 die bijna alle leergebieden integreert. “Leerlingen gaan dwarsverbanden zien die ze in de afzonderlijke vakken missen.”

Tekst Mandy Pijl

Zodra meester Jaap Vogels de dvd heeft gestart, kijken de leerlingen van groep 6-7 van basisschool de Schakel in Best geboeid naar het digibord. Dat doen ze elke maandagochtend sinds de school een jaar geleden de methodes voor de kennisvakken overboord gooide en overstapte op Alles-in-1, waarvan de eerste les van de week altijd met een film begint.
Alles-in-1 is een methode voor integraal onderwijs: in projecten van vijf weken komen alle vakken aan bod, rekenen en bewegingsonderwijs uitgezonderd. De projecten zijn volgens maker Wim van Gelder een uitkomst voor scholen die op zoek zijn naar een manier om adaptief onderwijs vorm te geven en die in thema’s willen werken.
“In de jaren dat ik zelf als leerkracht werkte, miste ik goed gereedschap om tegemoet te komen aan de niveauverschillen in een groep. Er zijn halffabrikaten op de markt die je kunt aanpassen naar de wensen van je school. Maar daar hebben veel leerkrachten de tijd niet voor.” En dus wordt er nog veel gewerkt met vakmethodes die volgens Van Gelder uitgaan van het gemiddelde kind.
Om in de behoefte aan een methode voor adaptief onderwijs te voorzien, bedacht hij Alles-in-1 en werkte twee jaar aan de vervolmaking van het eerste project: dieren. Inmiddels heeft Van Gelder zeven thema’s gereed en werken negentig scholen ermee.
De methode is bedoeld voor de groepen 5 tot en met 8 en bestaat uit projectboeken met de niveaus A tot en met F die in één groep te gebruiken zijn. In de boeken komen naast de zaakvakken spelling, taal, begrijpend lezen en Engels aan bod.

Groepsgesprek
Voor elk thema zijn er leskisten met doe-opdrachten. De wekelijkse film luidt een subthema in en moet leerlingen nieuwsgierig maken en aanleiding geven voor een groepsgesprek.
De groep van meester Jaap start het thema prehistorie met een aflevering van Het Klokhuis over de ijzertijd.
“Wat is je opgevallen?”, vraagt de meester als het filmpje is afgelopen. Een meisje steekt haar vinger op. “Dat de mensen anders leefden dan wij. Ze moesten heel hard werken, water uit de rivier halen.” “Leerden ze dan helemaal niets?”, vraagt de meester. “Jawel, ze leerden hoe je moest werken”, zegt een ander. “En welke planten je kon eten”, antwoordt een jongen.
Dat roept een vraag op. “Ze moesten brandnetels zoeken, maar die prikken. Hoe kun je ze dan plukken?” Een jongen weet: “Als je een brandnetel aan de onderkant vastpakt, jeukt het niet.” “Heel goed”, zegt de meester. “Alleen de blaadjes jeuken.”
De kracht van Alles-in-1 schuilt er volgens locatieleider Henk Langeler in dat kinderen dwarsverbanden gaan zien, verbanden tussen hun eigen kennis, de kennis van anderen en de kennis uit de boeken.
Langeler: “Hoewel kinderen veel weten, wordt er op school bijna geen beroep gedaan op die kennis. Alles-in-1 doet er wel wat mee.” Als voorbeeld noemt hij het thema bouwen. “Een leerling bleek alles te weten over het bouwen in verband, omdat zijn vader metselaar was. Een ander had Griekse tempels bezocht waarover hij kon vertellen.”
Die kennis komt in de gewone vakmethodes nauwelijks aan de oppervlakte. “Bovendien zien kinderen de dwarsverbanden tussen afzonderlijke vakken niet als je afzonderlijke boeken gebruikt.” Daardoor zouden ze de lesstof minder gemakkelijk onthouden.

Voordelen
De school van Langeler koos voor Alles-in-1, omdat de methode ruimte bood aan de niveauverschillen in de groepen. Ook de leerlingen van meester Jaap zien daar de voordelen van. “Ik hoef me niet te vervelen, want ik hoef niets te doen wat te makkelijk is”, zegt Jet. Nino legt uit: “Als je op je eigen niveau werkt, leer je meer.”
De leerlingen zijn ook enthousiast over de doe-opdrachten, zoals het bodemonderzoek dat ze deden tijdens het project Nederland. Van Gelder: “Kinderen zijn wel degelijk leergierig, maar voelen zich door methodes vaak onvoldoende aangesproken en gemotiveerd. Leren doe je met je hart, hoofd en handen. Helaas domineert het hoofd nog vaak.”
De bovenbouwleerkrachten van de Idenburgschool in Andijk wilden ook een motiverende methode die tegemoetkwam aan niveauverschillen èn die aan de hand van thema’s werkte. “Thematiseren is een speerpunt van onze school, maar vergt veel tijd, omdat je het wiel steeds moet uitvinden”, vertelt Lianne Laport, leerkracht van groep 7-8. “Alles-in-1 leek ideaal, omdat het een kant-en-klaar pakket is. Ik hoefde niet meer van alles zelf te bedenken.”

Strakke planning
Maar juist de strakke planning viel tegen. “Alles-in-1 schrijft voor wat je wanneer moet doen. Die planning redde ik vaak niet.” Laport en haar collega’s hadden ook hun twijfels over de manier waarop Alles-in-1 spelling, taal en begrijpend lezen behandelt.
“Bij begrijpend lezen ontbreekt een stappenplan voor het lezen van een tekst. Ook bij taal en spelling ontbreken regels en afspraken. Voor de kinderen is dat erg onduidelijk.”
De leerkracht vreest bovendien dat leerlingen hiaten in hun kennis oplopen als ze structureel met Alles-in-1 werken. Om dat te voorkomen hebben de meeste scholen die met de methode werken, ervoor gekozen om hem nog niet volledig in te voeren.
Op basisschool de Kornak in Uitgeest worden per schooljaar twee projecten gedaan. “De kinderen juichen als we een project beginnen en dat motiveert enorm om ermee te werken”, zegt leerkracht Jacqueline Sluis van groep 7-8. “Maar Alles-in-1 is nog volop in ontwikkeling. Pas als we zeker weten dat alle leerstof daadwerkelijk aan bod komt, bekijken we of we de methode structureel invoeren.”
Bedenker Van Gelder heeft er begrip voor dat de meeste scholen de resultaten afwachten van de paar scholen die er wel structureel mee werken. Al zijn de bezwaren rond taal en spelling volgens hem niet terecht. De methode zou aan alle kerndoelen voldoen.
“Tijdens de projecten worden spelling- en grammaticaregels contextgebonden toegepast. In de tussenweken, de weken tussen de projecten, worden ze gevalsgebonden aangeleerd. De combinatie van die twee didactieken is ijzersterk.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.