• blad nr 20
  • 17-11-2007
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Kwart vmbo’ers valt uit de havo-toren 

Stapelen is weer populair

Het percentage vmbo’ers dat overstapt naar de havo, ligt weer op het oude niveau. Vervelend is alleen dat een kwart van de leerlingen het niet haalt.

“Zo’n overstap naar de havo is natuurlijk niet onaantrekkelijk, alleen al omdat je twee jaar uitspaart wanneer je naar het hbo wilt.” Dat zegt Wil van Esch onderzoeker van het adviesbureau Cinop (Centrum voor innovatie van opleidingen), dat onlangs het rapport Stroomlijnen* publiceerde naar de doorstroom van vmbo naar havo.
Sinds de invoering van de theoretische leerweg, het vmbo-t, die in de plaats kwam van de mavo, leek de doorstroming naar de havo een zachte dood te sterven. De doorstroom zakte naar 9 procent. Inmiddels is er een revival van čn de oude mavo čn het stapelen van diploma’s. Van de 17 procent die nu doorstroomt is 12 procent afkomstig van de theoretische leerweg, de rest komt van de gemengde leerweg. Uit het Cinop-rapport blijkt dat driekwart van de doorstromers het havo-diploma haalt in twee of drie jaar. Om uiteenlopende redenen redt een kwart het niet. Van Esch vindt dat teveel. “Het is jammer, vooral omdat ik denk dat er van de kant van het vmbo en de havo wel wat aan te doen is.”
Slechts een kleine minderheid van de onderzochte havo’s heeft echt een beleid om de voormalige vmbo’ers bij te staan. Een vmbo-t-diploma alleen is niet voldoende, veel havo’s stellen van tevoren eisen aan de toelating. Voldoendes voor Engels en wiskunde zijn vereist. (Een voldoende voor Nederlands wordt niet gevraagd. Opmerkelijk volgens de onderzoekers.) Daarnaast moet er een positief advies zijn van de vmbo-decaan.

Geen eindonderwijs
Voormalig Onderwijsminister Ritzen stond aan de wieg van de tweedeling in het onderwijs, met aan de ene kant de beroepskolom en aan de andere kant het algemeen vormend onderwijs. Het was volgens hem voor de economie beter wanneer het onderwijs op deze manier werd ingedeeld. “Maar dat is nooit helemaal gelukt en Ritzen is daar nu ook weer van teruggekomen”, weet Van Esch. De verbindingsweg die eerder vrijwel was afgesloten, lijkt iets breder te worden. Toch sluiten de programma’s van vmbo en havo niet goed op elkaar aan.
De redenen dat een kwart van de vmbo’ers het niet redt, zijn divers. Er moet op de havo veel harder gewerkt worden, het tempo ligt hoger en de vakken zijn moeilijker dan verwacht. Een aantal leerlingen brengt dit niet op en mislukt in 4-havo. Soms ook is de havo een vluchtroute voor leerlingen die nog niet weten wat ze willen. Daarnaast worden er hiaten in de voorkennis geconstateerd en tekorten bij lees- en studievaardigheid. De meeste scholen vinden de motivatie van de leerling de belangrijkste factor om te slagen.
Van Esch denkt dat er in het laatste jaar van het vmbo wel wat meer lessen gegeven mogen worden. “Ze zitten nu op gemiddeld 700 uur, terwijl dat op andere schoolsoorten zo’n duizend uur is. Ze missen dus 300 uur omdat het een examenklas is, maar het is geen eindonderwijs.” Hij vindt meer uren niet alleen nodig voor degenen die doorgaan naar de havo, ook bij de overgang naar het mbo gaat er momenteel veel mis en vallen er leerlingen uit.

Succesvoller
Decaan Arno Tummers van de Rientjes Mavo in Maarssen ziet dat er de afgelopen jaren een stijgende belangstelling is voor de overstap naar de havo. “Zeker 30 procent van de leerlingen wil dat wel. Dat betekent nog niet dat ze het allemaal doen, hoor.” De leerlingen van deze aparte mavo zijn op de havo net iets succesvoller. Zo’n 80 procent haalt het havo-diploma, 20 procent besluit toch naar het mbo te gaan. Dat zijn leerlingen beter scoren komt, denkt Tummers, doordat er al in een vroeg stadium gesprekken worden gevoerd als leerlingen willen doorstromen. “Ze moeten er rekening mee houden bij hun pakketkeuze. Vervolgens vertel ik ze dat het op een havo heel anders toe gaat, dat ze veel zelfstandiger moeten werken. Wij proberen natuurlijk ook zelf een inschatting te maken of een leerling er geschikt voor is.”
De Rientjes Mavo heeft contact met twee scholengemeenschappen in de buurt. “We hebben dan wat we noemen een ‘zachte overdracht’, dat wil zeggen een gesprek over de capaciteiten van de leerling.” De aspirant-havisten moeten minstens een 6,5 gemiddeld staan en altijd wiskunde in hun pakket hebben. Na het eindexamen krijgen zij nog extra modules wiskunde en Engels.
Op het Spinoza Lyceum in Amsterdam zijn ze de laatste jaren strenger geworden met het doorstromen naar de havo. Hoofd van de mavo-afdeling Andrea Stephen heeft heel wat leerlingen zien stranden. “We hebben nu sinds drie jaar een toegangstoets wiskunde, omdat ze het anders gewoon niet redden. Vroeger waren we wat minder streng, omdat we degenen die graag wilden doorleren een kans wilden geven. Dan konden ze het tempo en de inhoud toch niet aan. Kijk, de mavo kun je makkelijk doen zonder wiskunde, maar sinds de invoering van de tweede fase kan dat op de havo niet meer. Het vak wiskunde sluit gewoon echt niet aan, dus moeten ze daarvoor veel inhalen.”
Naast de wiskundetoets moeten de leerlingen Engels en een tweede vreemde taal in hun pakket hebben. Volgens Stephen geldt voor de meeste leerlingen die op het Spinoza de mavo doen dat ze door willen naar de havo. In de loop van de jaren verandert dat omdat ze inzien dat het geen haalbare kaart is. “Ze kunnen echt beter naar het mbo gaan.” Ze ondervond herhaaldelijk dat leerlingen bang waren voor een roc en liever veilig op school bleven. “Dan waren ze echt hun studiekeuze aan het uitstellen, meestal ging het dan ook niet goed op de havo.” Door de strengere eisen gaan er nu van 45 leerlingen in 4-vmbo-t nog maar gemiddeld vijf door naar de havo.

{noot}

*Stroomlijnen, onderzoek naar de doorstroom van vmbo naar havo. Uitgave van adviesbureau Cinop, door Wil van Esch en Jan Neuvel, www.cinop.nl.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.