• blad nr 20
  • 17-11-2007
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Volledigheid

Ik bereid me voor op een rustig uurtje met mijn mentorklas. Verhaaltje vertellen, stukje uitleg en dan kunnen ze aan het werk. “Meneer, u moet er wat aan doen, want u bent onze mentor”, zegt ze bij binnenkomst in het lokaal heel verontwaardigd en ontdaan. Er komt nog een vloed van woorden achteraan die voor het grootste deel onverstaanbaar zijn. Intussen weet ik uit ervaring dat die niet belangrijk zijn voor het begrip van de zaak. Wat het doel van het betoog van Rachel is, heb ik al gehoord. Nu hoef ik alleen de aanleiding nog te weten.
“Vertel eens even rustig”, vraag ik haar, als de klas aan de slag is en ik op mijn bureaustoel haar kant op rijd. (Het is een favoriete bezigheid van me het hele lokaal door te komen zonder op te staan. Bovendien bevind ik me dan op gelijke hoogte met de leerlingen.) Ze begint te vertellen hoe ze in de klas zat bij collega X en ze helemaal niks deed en er toch uit werd gestuurd. Ik maak een grapje dat ze van mij ook commentaar krijgt als ze niks doet, maar het gaat langs haar heen, zo vol vuur is ze over de onredelijkheid van het gebeuren. Haar buurvrouw zit geïnteresseerd mee te luisteren en ik merk dat de rest van de klas het gesprek ook volgt. Er wordt niet meer gewerkt, alleen geluisterd. Een stuk intenser dan wanneer ik wat uitleg. Misschien kan ik nog wat van haar leren.
“Meneer, ik zat in de klas gewoon op te letten en ik kon het slecht zien op dat witte bord, want de zon scheen naar binnen. Ik vroeg of de zonwering naar beneden kon en toen moest ik eruit.” Er ontstaat twijfel bij me, wantrouwen meer. Ik ken collega X en dit is niks voor hem. Voor geen van mijn collega's trouwens, dus er moet meer aan de hand geweest zijn. Ik vraag haar of dat klopt. “Nee meneer, echt niet”, bezweert ze me met haar hand op haar hart. Haar mimiek en gebaren zijn altijd geweldig. Ze praat met haar hele lichaam. Toch zie ik een glans in haar ogen, die me doet vermoeden dat ze toch niet alles vertelt. De klas luistert nog steeds, niemand zegt wat. Ook haar buurvrouw niet, die toch ook toen naast haar heeft gezeten.
“Kom op, Rachel, geef nou maar toe dat je wel wat deed. Ik ken je toch?”, zeg ik. “Nee meneer, echt niet. Ik zat gewoon op te letten en naar het bord te kijken…”, zegt ze nogmaals. “…met mijn zonnebril op”, vult de buurvrouw aan, alsof het in dezelfde zin thuishoort. “Ja maar, de zon scheen op het whiteboard... ik kon het echt niet lezen!”, probeert ze nog. De klas gniffelt, ik barst in lachen uit. Ik rijd met mijn stoel weer naar achter mijn bureau. Case closed!

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.