• blad nr 20
  • 17-11-2007
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Digitale leermiddelen worden nog maar weinig gebruikt 

De toekomst is aan eigen lesmateriaal

Leraren en leerlingen in het voortgezet onderwijs maken weinig gebruik van digitaal lesmateriaal. De cd’s en cd-roms van educatieve uitgevers bieden vaak onvoldoende mogelijkheden. “Als school moet je lef tonen: maak een plan en stel eisen aan een uitgever”, vindt onderwijsadviseur Paul Vermeulen.

Een beetje lesmethode gaat tegenwoordig vergezeld van een collectie cd’s of cd-roms. Voor bijvoorbeeld de talen zou het handiger zijn om met mp3’s te werken of - beter nog - via een website of server. Maar uitgevers zijn erg voorzichtig met ict-toepassingen, zegt Paul Vermeulen, zelfstandig onderwijsadviseur en eerder werkzaam voor de educatieve uitgeverijen Malmberg en Wolters-Noordhoff en voor Kennisnet. “Het is nu nog vaak geworstel met in werkboeken geplakte schijfjes.” Hij heeft er wel een verklaring voor dat de uitgeverijen achterlopen: “Internet was nog niet zo ingeburgerd toen de methodes een paar jaar geleden ontwikkeld werden.”
De helft van de leraren in het voortgezet onderwijs gebruikt geen computer in hun lessen. Dat blijkt uit de Vier in Balans Monitor van Ict op school. Vermeulen vindt het niet zo’n punt. “Ik ben optimistisch, het komt wel. De invoering van het gebruik van ict in het onderwijs gaat nu eenmaal langzaam.”
Robert van Oosten, algemeen directeur van uitgeversbedrijf Microweb Edu, constateert een opvallende tegenstelling in het onderzoek van Vier in Balans. De helft van de leraren gebruikt weliswaar geen computer bij de les, maar bijna driekwart wil meer digitaal lesmateriaal. Hij denkt dat scholen de behoefte vaak hoger inschatten dan wat ze er in de praktijk mee doen. “Als je die cd’s, cd-roms en websites niet meelevert met een methode, zien docenten dat als een fors minpunt. Maar als kijkt wat ze echt gebruiken, valt dat tegen. Blijkbaar willen ze niet onderdoen voor hun collega’s: als je geen ict gebruikt, ziet men je als ouderwets”, denkt Van Oosten.

Passen en meten
Ouderwets of niet, ook leerlingen zijn niet zo verknocht aan ict als gedacht. Zij blijken de computer vooral te gebruiken bij het maken van werkstukken en om naar informatie op internet te zoeken. Leerlingen vinden het minder interessant met de computer te werken dan het onderwijs en de aanbieders van leermiddelen denken, verklaart Van Oosten. Hij haalt het voorbeeld aan van studenten die al het lesmateriaal op hun laptop krijgen. “Die hollen na verloop van tijd gillend weg. Het is vaak niet meer dan een boek op het scherm. Digitaal lesmateriaal kan nuttig zijn, maar dan moet het een ondersteunende rol spelen.”
Op de top drie van behoeften van leraren en management staan volgens de Vier in Balans Monitor: software waarmee leerlingen zelfstandig kunnen werken, goede didactische voorbeelden van het gebruik van ict en meer bruikbaar digitaal lesmateriaal.
Ook Van Oosten vindt dat er te weinig goede voorbeelden zijn van de manier waarop je computers ter ondersteuning van de didactiek kunt gebruiken. “Als je didactische vernieuwing vooropstelt, kan ict iets toevoegen.” Het punt is dat uitgevers maar ook Kennisnet vaak teveel gericht zijn op techniek in plaats van inhoud. “Er is een circuit waarin mensen elkaar napraten dat er technisch van alles en nog wat kan en moet.”
De roep om meer bruikbaar digitaal lesmateriaal noemt onderwijsadviseur Vermeulen misplaatst. “Op internet zijn genoeg vrij beschikbare leermiddelen te vinden. Misschien mankeert er nog van alles aan, maar met passen en meten moeten scholen daar uitkomen.”

Minder techniek
Een belangrijke barrière ligt binnen de scholen zelf. De onderwijsadviseur ziet dat er nogal eens geïsoleerd gewerkt wordt met digitale lesmaterialen. “In het vmbo-t ondersteunen ze bijvoorbeeld bij wiskunde potentiële drop-outs met materiaal van het Freudenthal-instituut. De bovenbouw heeft vaak geen idee wat die enthousiaste vmbo-docenten bij wiskunde doen. Leraren zijn het niet gewend hun successen uit te dragen waardoor het onderwerp niet centraal op de agenda komt.”
Te vaak staat het ict-gebruik op zichzelf, concludeert Vermeulen. De sleutel naar een betere aanpak is dat je hetgeen je wilt met ict nauwer moet laten aansluiten bij de onderwijsvisie. “Overleg hierover ontbreekt vaak in het onderwijs. Ict-coördinatoren kunnen daar een rol in spelen door zich veel meer met het onderwijs te bemoeien en minder met de techiek.”
Een ander knelpunt is het aanpassen van methodes aan het digitale tijdperk. De afschrijvingstermijn in het voortgezet onderwijs is een jaar of vijf. Vermeulen: “Sneller wisselen wordt vaak in de weg gezeten door boekenfondsen. Je zou uitgeverijen een jaarbedrag moeten geven, deels voor papieren en deels voor online materiaal. En als school moet je lef tonen: maak een plan en stel eisen aan een uitgever. Dan ontstaat er vanzelf meer beweging aan de aanbodzijde.”

Zelf ontwikkelen
Lef en een goed plan. Dat is precies de weg die de scholen van het Platform Vmbo Intersectoraal volgden. De scholen hadden behoefte aan eigen (digitaal) leermateriaal en besloten dat zelf te gaan ontwikkelen. Het platform zocht contact met Van Oostens Microweb Edu omdat het maken van digitaal lesmateriaal andere vaardigheden vereist. “Het is materiaal dat heel zelfsturend werkt zodat leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen. Dat vraagt om andere kennis bij uitgeverijen en van docenten”, merkt Jeffrey Whyte op, beleidsadviseur bij de Stichting Carmelcollege in Hengelo, een van de platformscholen.
Een tweede reden was dat de scholen eigenaar willen blijven van het lesmateriaal. “Daarmee vielen een heleboel uitgevers af”, aldus Whyte. De oplages zijn vrij klein en dat maakte het voor grote uitgeverijen niet interessant. “Hun voornaamste belang is het maken van een methode die breed gebruikt kan worden. Docenten willen dat het onderwijs aansluit op de belevingswereld van hun leerlingen.” Met de grote uitgeverijen moest wel een deal over de rechten gesloten worden, vertelt beleidsadviseur Whyte. “Veel eigen lesmateriaal komt tot stand door te knippen en te plakken uit bestaande methodes. Onze uitgeverij onderhandelt met andere uitgevers om de rechten af te kopen.”

Extra waarde
De docenten zetten hun materiaal via internet in een database. Vanuit de database kan de uitgeverij er elektronisch leermateriaal van maken, de stof op een website plaatsen of er boekjes van maken. Van Oosten van Microweb Edu: “We kunnen het daardoor voortdurend heel snel actualiseren. Zo hebben wij met de docenten in enkele weken lesmateriaal gereed.”
Opvallend is dat de ontwikkelde lesstof niet alleen digitaal beschikbaar komt, maar ook op papier. Leerlingen bleken daar prijs op te stellen. “Heel veel kan digitaal, maar je moet je eerst afvragen wat de extra waarde boven papier is”, meent Van Oosten. Zo’n extra is de interactie en visualisering. “Bij een zelftoets krijgt een leerling feedback door te verwijzen naar herhalings- of verdiepingsstof als hij een onderdeel onvoldoende begrijpt. Met een filmpje of een animatie kun je een onderwerp visualiseren. Dat kan uitsteken boven tekeningen in een boek.”
De manier van werken bevalt de scholen van het platform goed, vertelt Whyte. Hij ziet een toekomst weggelegd voor uitgevers die samen met scholen materiaal gaan ontwikkelen. “Een docent zal bij voorkeur zijn eigen materiaal gebruiken. Vastomlijnde methodes zullen beperkter worden.”

{kadertje}
Opleiding mediacoach

In september is de opleiding tot mediacoach (NOMC) van start gegaan. Het is een opleiding op hbo-niveau onder andere bedoeld voor leerkrachten uit het basis- en voortgezet onderwijs. Na een advies van de Raad voor Cultuur heeft een aantal organisaties het initiatief genomen tot deze opleiding die op tien woensdagmiddagen wordt gegeven. De mediacoach kan op school helpen met het opstellen van mediaprojecten, het maken van protocollen, het organiseren van themaweken en vooral het begeleiding van projecten voor de leerlingen. Meer informatie over inschrijven en kosten op www.nomc.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.