- blad nr 20
- 17-11-2007
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
De eerste onderwijsconsumentenorganisatie
Ouders moeten weten of een school zwak is
Iedere ochtend rijden ze met hun roze wagentje naar een
schoolplein. Aan de ouders die daar hun kinderen brengen, vragen ze wat ze van hun school vinden. Ouders kunnen dan per vraag een aantal sterren geven. “Meestal krijgt de school vier sterren”, vertelt Tamar van Gelder van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) in Amsterdam. “Geven ze maar één ster, dan is er ook echt iets aan de hand, dan is het meestal goed mis.”
In 2004 diende het PvdA-gemeenteraadslid Karina Schaapman, een motie in waarin ze pleitte voor één plek waar ouders en leerlingen terecht kunnen met hun vragen, problemen en klachten. Zelf was Schaapman de eerste ouder die van de rechter gelijk kreeg toen ze het geld terugvroeg voor de bijlessen van haar zoontje. Die had hij hard nodig om de twee jaar achterstand weg te werken, opgelopen op zijn slecht functionerende basisschool. De toenmalige wethouder Ahmed Aboutaleb vond het een goed idee om een consumentenbond in het leven te roepen. Het advies- en ontwikkelingsbureau Ideeën en Media won de prijsvraag over de aanpak van de eerste onderwijsconsumentenorganisatie in Nederland. Tamar van Gelder: “Ons idee was heel simpel, we werken met een trechtermodel. Dat wil zeggen dat we louter uitgaan van de vragen van ouders en leerlingen. Drie vragen over één onderwerp betekent voor ons dat er iets aan de hand is, dus daar gaan we dan mee aan de slag.”
In december bestaat OCO één jaar, er hebben meer dan duizend ouders advies gevraagd.
Foute communicatie
Wat is een typisch Amsterdams probleem, bureaucratie?
Tamar van Gelder: “Nee, problemen bij ouders gaan niet zozeer over bureaucratie, maar over foute communicatie. Klassiek is de boodschap dat een kind het heel goed doet op de basisschool. Ouders verwachten dan dat hij naar havo of vwo kan. Als het advies in groep 8 dan vmbo is, ontstaat er een conflict. Dat had voorkomen kunnen worden wanneer de leerkracht in een vroeg stadium duidelijk had gemaakt wat ‘goed’ betekent. Wij hebben voor ouders nu een kalender ontwikkeld waarmee zij zelf op tijd vragen stellen. In groep 7 moet bijvoorbeeld in januari gevraagd worden naar de Entreetoets van het Cito.”
Medewerkers van de OCO bezoeken niet alleen de schoolpleinen van de 210 basisscholen in Amsterdam, ze gaan ook langs bij de zeventig scholen voor voortgezet onderwijs. Van tevoren wordt het bezoek aangekondigd met een affiche en een aankondiging in de schoolkrant. In de kantine kunnen leerlingen dan aangeven hoeveel sterren ze per onderwerp geven, maar ze kunnen ook de kaart opsturen waarop de vragen staan. “Met al die bezoeken willen we duidelijk maken dat je in het onderwijs als ouder of leerling ergens een mening over mag hebben. En we willen zoveel mogelijk informatie over een school verzamelen bij de gebruikers zelf. Mensen kunnen daarvoor trouwens ook terecht op onze website www.onderwijsconsument.nl.”
“Natuurlijk, de inspectie is een belangrijke bron, maar hun materiaal is niet erg toegankelijk voor een willekeurige consument. Op hun website kun je bijvoorbeeld wel zeer zwakke scholen terugvinden. Maar de risicovolle scholen in Amsterdam hebben we zelf moeten zoeken door heel diep in de pdf-bestanden van de inspectie te duiken.”
Een risicovolle school loopt het risico ‘zwak’ te worden en krijgt daarom in de nieuwe aanpak van de inspectie extra aandacht.
Verhullend
OCO maakte een lijst van de zwakke en risicovolle basisscholen plus hun schoolbesturen. Op een bijgevoegd kaartje van Amsterdam staan de scholen met stippen aangeduid. Dan blijkt dat bij sommige besturen, vaak stadsdelen, het aantal risicovolle scholen opvallend veel groter is dan bij andere. In Oud-West, toch niet een heel makkelijke wijk, staat bijvoorbeeld geen enkele zwakke of risicovolle school. Het debat dat OCO onlangs hierover voor ouders organiseerde, kreeg dan ook de titel ‘Plaatselijk kans op slecht onderwijs’ mee.
Wie informeert de ouders over de situatie op school? Krijgen leerlingen bijspijkerlessen als ze een achterstand hebben opgelopen? Als het aan wethouder van onderwijs Hennah Buyne en hoofdinspecteur primair onderwijs Leo Henkens ligt, moeten scholen veel actiever worden in het informeren van de ouders. Het gemeentebestuur wil 1,5 miljoen euro extra investeren, als besturen aangeven hoe zij de situatie op hun scholen gaan verbeteren.
Buyne is pas sinds maart wethouder, maar ze heeft al een paar stappen gezet die er op duiden dat ze zich niet neerlegt bij de situatie. Zo vindt zij het vreemd dat een kwart van alle leerlingen in Amsterdam niet meedoet aan de Cito-toets, terwijl dat toch geldt als een soort eindexamen van de basisschool. Henkens vindt dat het nogal verhullend werkt voor de resultaten van een school als er zoveel leerlingen niet meedoen. Hij wil dan ook niet langer de uitslagen corrigeren, maar denkt erover een fictieve score te hanteren voor deze groep. “Er worden in groep 8 opeens erg veel leerlingen aangemeld voor het lwoo (leerwegondersteunend onderwijs, red.). Toch vraag ik me af waarom deze leerlingen niet eerder in het basisonderwijs aangemeld worden voor extra zorg.”
Zowel Buyne als Henkens wacht met smart op een onderwijsstandaard waarin duidelijk staat wat een leerling ten minste moet weten als hij van de basisschool komt. Extra leertijd in de vorm van een schakelklas of een kopklas zou volgens hen wel eens de oplossing kunnen zijn voor kinderen met leerachterstand.
Op de kritiek dat de website van de inspectie slecht toegankelijk is (‘Waarom geen tips voor ouders?’), had Henkens weinig weerwoord, behalve dat de inspectie geen ouderadviesdienst is.
Keuze
De schoolkeuze behoort tot de belangrijkste kwesties waarover de OCO wordt gebeld. Zowel voor het basis- als voortgezet onderwijs leidt dat tot problemen. Ouders vinden het moeilijk een keuze te maken, mogen niet naar de school van hun keuze, of zijn het niet eens met het schooladvies. OCO heeft zelfs een soort ganzenbord ontwikkeld met allerlei vragen die de keuze moeten vergemakkelijken.
Veel scholen in de hoofdstad hebben toch een wachtlijst?
Tamar van Gelder: “Ja, sommige scholen zijn erg populair. Soms is onduidelijk waarom, want het is niet altijd zo dat het ook de beste zijn. Maar soms zijn er ook gewoon te weinig scholen in een buurt. Op IJburg, een splinternieuwe wijk, hadden ze niet verwacht dat er zoveel gezinnen zouden komen wonen, daar is heel slecht gepland. In de komende jaren zijn er zeker zestig nieuwe kleuterklassen nodig, maar dat redden ze bij lange na niet. Wij hebben voor dit soort problemen ook geen oplossing. Hoogstens kunnen we een soort spreekbuis zijn door besturen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.”
Over de zogeheten kernprocedure, de regels die er zijn om een school voor voortgezet onderwijs te kiezen, wordt veel gemord in de hoofdstad. Alleen de scholen zijn tevreden. Ouders en leerlingen voelen zich vaak vastgezet. OCO stelt daarom een andere procedure voor waarbij behalve het behaalde niveau ook de motivatie en de leerstijl van de leerling een rol spelen. Daarnaast wordt er gepoogd zoveel mogelijk onafhankelijke informatie over scholen te geven. Samen met dagblad Het Parool is de scholengids opnieuw uitgegeven, waarin iedere school onder de loep wordt genomen.
“Bij de keuze voor een basisschool adviseren we ouders vaak om eens met de ouders van kinderen uit de hogere klassen te praten. Dan weet je wat je te wachten staat. We worden opvallend vaak gebeld door alleenstaande moeders, die voelen zich kennelijk extra verantwoordelijk omdat ze alleen moeten beslissen.”
De OCO heeft voor twee jaar subsidie gekregen van de gemeente. Anders dan de Consumentenbond heeft het OCO dus geen betalende leden. Als de gemeente besluit de geldkraan weer dicht te draaien houdt de OCO op te bestaan. Er wordt wel, zegt Tamar van Gelder, altijd overleg gevoerd met ouders en scholieren. “Bijvoorbeeld als we een nieuwe brochure maken of een pamflet opstellen. Ook met het Platform Allochtone Ouders hebben we contact, wij voelen ons dus wel belangenbehartiger.”
{kadertje)
Uitgaven verkrijgbaar bij OCO
Brochure ‘Stap voor Stap, naar een gemengde school’.
Brochure ‘Waar hébben ze het over? Onderwijstaal uitgelegd’.
Informatie: www.onderwijsconsument.nl, telefoon 020 3306320.