- blad nr 20
- 17-11-2007
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Geen onderadvisering allochtone leerling
Bij allochtone leerlingen is geen sprake van onder- of overadvisering. Op verzoek van de Onderwijsinspectie is het ITS aan de hand van de gegevens van elfduizend leerlingen uit het PRIMA-cohortonderzoek 2004/2005 nagegaan hoe het met de advisering van leerlingen zit naar het voortgezet onderwijs. Daaruit blijkt dat de factor etniciteit geen rol speelt.
Allochtone leerlingen en andere leerlingen uit lagere sociaal-economische milieus krijgen wel lagere adviezen, maar dat heeft altijd te maken met mindere prestaties. Andere factoren dan het prestatieniveau spelen slechts een beperkte rol. Zo krijgen meisjes, intelligentere leerlingen, leerlingen die nooit zijn blijven zitten en kinderen van hoger opgeleide ouders, bij een gelijk prestatieniveau, iets hogere adviezen. Volgens de onderzoekers gaat het hierbij om heel geringe verschillen.
Onderadvisering is wèl een probleem. Relatief veel leerlingen krijgen een advies dat niet in het verlengde ligt van hun prestaties. Het geldt voor 12 procent van de leerlingen die eigenlijk naar de gemengde of theoretische leerweg van het vmbo zouden kunnen en voor 10 procent die door zouden kunnen naar havo of vwo. Uit onderzoek van het Gion (Rijksuniversiteit Groningen) wordt duidelijk dat onderadvisering altijd slecht uitpakt voor de schoolcarrière. Blijkbaar is een leerling niet in staat dit later weer ongedaan te maken door naar een hoger schooltype over te stappen. Onderadvisering komt vooral voor bij leerlingen die op de basisschool zijn blijven zitten. Bij gelijke prestaties komt overadvisering vaker voor bij allochtone leerlingen dan bij autochtone leerlingen.