- blad nr 15
- 8-9-2007
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
Meer of minder toezicht
Toch worstelt de overheid met haar toezichthoudende rol. Onder druk van tekortschietende onderwijsbudgetten en de ideologie van de deregulering is de inspectie het afgelopen jaar op een ander spoor gezet. Het bestuur zelf wordt de eerst verantwoordelijke voor de kwaliteitscontrole. Scholen waar het goed gaat krijgen minder vaak de inspecteur langs, die waar het slecht gaat vaker. De vraag is alleen of dat voor de algehele onderwijskwaliteit effectief is. Twee voorbeelden.
Eerst een incident: in de marge van het AOb-onderzoek naar de inspectie dook een zeer slecht functionerende school op, waar ondanks tal van klachten van ouders bij het bestuur niets aan de situatie werd gedaan. Blijkbaar is het eigen kwaliteitsbeleid van besturen niet op orde en ontsnapt zo’n crisissituatie ook aan de aandacht van de inspectie. Dan de trend: op basisscholen neemt volgens recent onderzoek van het Centraal Planbureau na het inspectiebezoek de gemiddelde score van taal en rekenen toe. Regelmatig bezoek is dus goed voor de onderwijskwaliteit. Kortom: inspecteurs moeten geen regeltjescontroleurs worden die na een alarmbelletje uit een databestand uitrukken, maar door een stevig en intensief contact met de praktijk meewerken aan beter onderwijs.