• blad nr 7
  • 7-4-2007
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

 

Workshops geven tsunami-slachtoffers de spirit terug

Bijna tweeënhalf jaar geleden overspoelde de tsunami een deel van Azië. De trauma’s zijn nog lang niet verwerkt, merken zestien leraren en studenten tijdens een bezoek aan Atjeh. Ze geven er workshops over traumaverwerking, maar ook drama- en yogalessen. ‘Atjeh is in mijn huid gaan zitten.’

Wat te verwachten van een land waar 170 duizend mensen het leven lieten en 600 duizend inwoners al hun bezittingen verloren? Een gebied waar bovendien een broze vrede heerst na een burgeroorlog en waar voor moslims de sharia, de islamitische wetgeving, geldt. “Zitten ze op ons te wachten”, vraagt Jeany Heemskerk zich af voor vertrek eind februari naar Atjeh, een provincie van het Indonesische eiland Sumatra. “Een ontwikkelingsland met getraumatiseerde leerkrachten en leerlingen verwachtte ik”, vertelt de leerkracht van de school voor speciaal basisonderwijs Sint Maarten in Utrecht.
André de Hamer is er, als projectleider van de workshopreis Katholieke Scholenstichting Utrecht (KSU) voor Atjeh, al eerder geweest om contact te leggen met scholen. Tijdens het peilen van de behoeften, samen met hulporganisaties Education International en Oxfam International, bemerkt hij een gezond kritische houding. “Ze moesten er echt wat aan hebben.”
Dus wordt er besloten vooral workshops op sociaal-emotioneel gebied te geven, omdat de traumaverwerking nog lang niet afgelopen is. “Via drama en rekenspellen kun je op een speelse manier het plezier in lessen voor leerlingen en leerkrachten benadrukken”, zegt De Hamer.
Het idee voor het bezoek ontstaat na het besluit zelf invulling te geven aan de door KSU-scholen ingezamelde 50 duizend euro. Op 25 februari is het zover en vertrekken zestien leerkrachten, lerarenopleiders en pabostudenten van Hogeschool Domstad voor twee weken naar Atjeh.
Aanvankelijk zouden veertien scholen met tsunami-slachtoffers workshops volgen. “Ter plaatse besloten we te focussen op de zeven die de hulp het hardst nodig hadden”, vertelt Heemskerk. Dat zijn scholen die grotendeels weggevaagd waren door de vloedgolven. Op een school zijn van de tweehonderd leerlingen nog elf over. “De schoolleider haalde haar administratieboek voor de dag; zeven van de elf leerkrachten waren verdwenen.”

Watje
De KSU’ers zijn in de veronderstelling workshops aan leerkrachten te gaan geven. Er blijken echter hele klassen kinderen te wachten. “Voorstellen, de spelletjes uitleggen en aan de slag”, vat Heemskerk samen. Zij geeft een rekenworkshop. Rekendomino bijvoorbeeld, watje blazen (daar komt meten, vergelijken en tabellen maken aan te pas) en ze meten de hele klas op. “De kinderen waren waanzinnig betrokken, getuige de vele lachende gezichten. Enkelen hielden matte gezichten waar het gevoel niet vanaf te lezen was”, blikt Heemskerk terug. Al zag ze ook bij hen vooruitgang in de sfeer. “De laatste dag zei het schoolhoofd: Harstikke bedankt, jullie hebben de spirit teruggebracht”. De Hamer denkt dat de yoga- en dramaworkshops daar een belangrijke rol bij spelen. “Zo konden ze op ontspannen wijze rust zoeken.”
De scholen kennen eigenlijk alleen een competitieve manier van spelen. “Coöperatief spelen was nieuw voor ze evenals de ondersteunende rol die spelletjes bij aardrijkskunde kunnen spelen.” Terwijl het curriculum opvallend genoeg vrij vernieuwend is. “Ze hebben een competentiegericht curriculum met portfolio’s en leervragen”, verklaart de projectleider. Het grootste verschil voor Heemskerk is het directieve pedagogisch kader. “Niet samen leren, maar voor en nadoen. De lol van het rijtjes leren was er wel vanaf, zowel bij leerkrachten als leerlingen”, constateert ze.
Ondersteun ons, is de vraag die De Hamer aan alles merkt. “Je merkt dat er nog steeds heel veel opgebouwd moet worden.” Het is prettig dat de workshops goed zijn geland. Nu wil hij via pabostudenten, die een aantal maanden blijven, achterhalen of de inhoud blijft hangen. Een ander plan is Atjese leerkrachten voor cursussen naar Nederland te halen. De intentie is het project vijf jaar te laten duren.
Zowel De Hamer als Heemskerk willen graag terug en mogelijk gebeurt dat in het najaar. “We hebben nu gezaaid, ik zou wel weer willen. Door het bezoek is Atjeh in mijn huid gaan zitten. De mensen hebben zulke verschrikkingen meegemaakt en je hebt een beetje het gevoel daar deel van uit te maken. Ze willen ontzettend graag geholpen worden en pakken alles aan om vooruit te komen”, zegt Heemskerk.
De meeste indruk maakt een boottocht met lokale vissers die iedereen verloren hadden. “Ze hadden littekens op hun benen en in hun blik”, vertelt ze. “We hebben hen yogalessen gegeven, iets heel intiems, waarbij ik tussen vijftien vissers op de grond lag. Later speelden ze liedjes die ze over de tsunami maakten. Het was mooi om te zien dat de wil om iets op te bouwen er is.”
Ook De Hamer verhaalt over wilskracht om door te gaan. Een van de scholen lag én ligt nu weer aan zee. Van de honderdzestig leerlingen waren nog dertig over. “Een paar kinderen sleepten me mee naar de waterkant, want dat was veel mooier op de foto.”

Meer informatie www.ksu-utrecht.nl, weblog: http://ksuvooratjeh.blogspot.com

{kader}
Save the children
Pierre Pourchez, leerkracht op basisschool Bijvanck in Blaricum, is tijdens de tsunami in 2004 in Indonesië. Hij zet zijn sabbatical om van vakantievieren naar hulpverlenen en zamelt 15 duizend euro in om zo’n 1100 kinderen te voorzien van voedsel, kleding en schoolspullen. Nu geeft hij lezingen op basis- en middelbare scholen namens hulporganisatie Save the children.
In groep 8 vraagt hij leerlingen: Je mag twee dingen meenemen uit huis, wat pak je mee? Een kind noemt zijn vader en zijn poëziealbum. “Ineens komt een meneer jullie ophalen en mag je nog maar één ding meenemen. Maar dat kan helemaal niet, zeggen ze dan. Klopt”, reageert Pourchez en begint zijn verhaal te vertellen.
“Ik probeer uit te leggen hoe een aardbeving van 8,7 op de schaal van richter voelt. Ter illustratie pak ik een kind vast en schud dat heen en weer. Vertel dat een boom beweegt zonder dat het waait, dat alle vissen uit de vijver op de kant lagen. Dat vinden ze raar, maar het geeft wel een beeld.” Ook laat de leerkracht foto’s zien van mensen die hij kent die familieleden zijn kwijtgeraakt. “Dat hakt er in bij kinderen. De betrokkenheid is heel groot.”
Nog steeds zijn er kinderen dakloos en op zoek naar hun moeder en Save the children probeert hen te helpen. “Als een school aandacht wil besteden aan een goed doel is de hoop dat ze voor Save the children kiezen.” Pourchez vindt dat iedere leerling zijn steentje zou moeten bijdragen. “Je kan niet de problemen van de hele wereld oplossen, maar elk kind zou in zijn basisschoolperiode eigenlijk één keer iets voor een leeftijdgenoot moeten doen”, vindt hij.
Hij doet zijn vrijwilligerswerk ook om teleurstelling in onze maatschappij te voorkomen. “Toen ik terug was, had ik moeite in de realiteit hier te staan, door wat ik daar gezien, gehoord en geroken had. Via Save the children kan ik dat een klein beetje compenseren.”

Meer informatie op www.savethechildren.nl
Pierre Pourchez komt op scholen graag zijn verhaal doen: pierrepourchez@yahoo.com

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.