- blad nr 7
- 7-4-2007
- auteur L. Douma
- Redactioneel
Basisschool kan net als academisch ziekenhuis opereren
Academisering houdt leraar wakker
“Basisschoolleerkrachten zijn doeners, geen denkers. De dag van morgen is vaak hinderlijk in het onderwijs. Wanneer zich een probleem voordoet, zoekt de leerkracht meteen naar een oplossing, hij kijkt niet eerst waar het probleem vandaan komt. Op de lange termijn is dit niet goed voor het onderwijs.” Dat vindt een bezoeker van de jaarlijkse conferentie van de Vereniging Lerarenopleiders Nederland (Velon), die half maart werd georganiseerd in Noordwijkerhout.
De conferentiegangers zijn het met elkaar eens dat het in het basisonderwijs ontbreekt aan een onderzoekende houding. Dat moet anders. Het ministerie van Onderwijs wil daarom sommige basisscholen ‘academiseren’. Net als een academisch ziekenhuis moet een basisschool een plek zijn waar schoolontwikkeling en innovatie verbonden worden aan praktijkonderzoek, scholing en het opleiden van nieuw personeel. In de academische basisschool moet de samenwerking tussen werkveld, beroepsopleidingen, universiteiten en andere kenniscentra vorm krijgen. Voor dit doel heeft het ministerie een subsidiepotje beschikbaar gesteld waarvan landelijk ongeveer veertig scholen gebruikmaken. In 2008 hebben de pilotscholen in kaart gebracht aan welke randvoorwaarden een academische basisschool moet voldoen.
Afstand
Uit onderzoek van de Onderwijsraad blijkt dat er een grote kloof is tussen wetenschap en praktijk. Basisschoolleraren maken nauwelijks gebruik van resultaten uit wetenschappelijk onderzoek. Deze afstand is onder andere ontstaan doordat wetenschap en praktijk verschillende opvattingen hebben over kennisverwerving en het gebruik van kennis. “Er is een vertaalslag nodig”, zegt Hanneke Issing tijdens de Velon-conferentie. Ze is promovendus aan de Fontys Pabo Tilburg. Mirjam Timmerman, die als promovendus van de Fontys Pabo ‘s-Hertogenbosch onderzoek doet naar professionele leergemeenschappen vindt dat de leraar zich wat minder bezig zou moeten houden met uitsluitend zijn klas. “Samen maak je de school. Als professional ben je onderdeel van een beroepsgroep. Als lid van die groep moet je op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen. Bij basisschoolleerkrachten ontbreekt dat besef wel eens.”
Marjet van Poppel, leerkracht op basisschool de Drijfveer in Waalre, vindt ook dat leraren zich soms teveel laten leiden door de waan van de dag. Ze weet waar dit aan ligt. “Tijdgebrek. Leraren willen vaak wel, maar hebben het gewoon te druk.” Het project ‘academische basisschool’ kan volgens haar uitkomst bieden. “De scholen die aan de pilot deelnemen kunnen hun eigen onderzoeksvragen formuleren. Ze krijgen geld van het ministerie om tijd en ruimte te creëren voor bijvoorbeeld onderzoek. Ook kunnen ze met dat geld externe deskundigen bij het onderzoek betrekken”, vertelt Iris Windmuller, die als promovendus van de Fontys Pabo Eindhoven onderzoek doet naar de academische basisschool.
Op de Drijfveer maken ze dankbaar gebruik van de mogelijkheden die de pilot biedt. Van Poppel: “Wij hebben verschillende leergroepen die zich verdiepen in de vakinhoud of in managementvraagstukken. Een vraag wordt gesteld en neergelegd bij het team. Wie het vraagstuk interessant vindt, kan aanschuiven bij een leergroep. Zelf zit ik in een groep die uitzoekt hoe leerlijnen het beste uitgezet kunnen worden in rapportage naar ouders toe. We stellen concepten op, nemen enquêtes af en overleggen met andere scholen.” Omdat de Drijfveer werkt met teamteaching is het makkelijker voor leraren tijd te vinden voor hun leergroep. “De onderbouw heeft bijvoorbeeld 45 leerlingen en drie leerkrachten. Zo af en toe kunnen twee leerkrachten het ook wel samen af, dan kan de derde met de leergroep bezig zijn.” Het subsidiegeld van het ministerie wordt op de Drijfveer voornamelijk voor externe experts ingezet. “Momenteel is er bijvoorbeeld iemand van de pabo die ons informeert over meervoudige intelligentie.”
Ook op pilotschool Prof. Dr. Casimir in Veldhoven roepen ze de hulp van derden in. Voor het ontwikkelen van een professionele leergemeenschap kon de school wel wat assistentie gebruiken. “Nu hebben we superfijne begeleiding”, vertelt leerkracht Heidy Daams. “We kijken onder andere naar wat een academische houding precies is en hoe je bijvoorbeeld actieonderzoek doet.”
Zelfreflectie
Een academische houding. In Veldhoven hebben ze inmiddels bedacht wat dat inhoudt. “Het behelst zelfreflectie, samen leren zelfstandig te zijn, betekenis geven aan het eigen handelen, feedback geven en ontvangen, onderzoek doen naar de eigen praktijk en resultaten hiervan delen”, zegt Daams. Leraren op de school moeten deze academische houding aanleren. “Binnen de projectgroep – waarin leerkrachten, een intern begeleider, studenten en directie zitten – en ook binnen de rest van ons team merk ik verschillen. Op de pabo wordt veel aandacht besteed aan zelfreflectie. Ik ben in 2005 afgestudeerd en heb op de opleiding geleerd om goed te reflecteren en bewust te werken met competenties. Andere leerkrachten hebben vaak onbewust geleerd direct op een probleem te reageren, in plaats van eerst te reflecteren.”
Een basisschool kan pas academisch worden als alle leerkrachten zich verder professionaliseren, vindt ook Thieu van der Donk, directeur van basisschool Sterksel in de gelijknamige plaats. “Een voorbeeld. Veel oudere leerkrachten werken niet met competenties, terwijl studenten vanuit competenties begeleid moeten worden. Dat gaat niet goed samen. Vandaar dat alle leerkrachten met competenties moeten gaan werken op onze school.”
Samenwerken - met studenten, andere scholen, pabo’s - staat centraal bij de academische basisschool. “Studenten hebben hier op school een belangrijke rol”, vertelt Daams van de Casimirschool. “Het zijn geen stagiaires, maar volwaardige collega’s. Zij leveren een grote bijdrage aan de reflectie op het onderwijs omdat zij met een frisse blik binnenkomen.”
Op basisschool Sterksel richt een van de onderzoeken zich geheel op samenwerken. “Vroeger was het zo dat de begeleidingsdienst de school begeleidde en de pabo de studenten. Nu moeten alle drie de partijen gaan samenwerken. Een projectgroep onderzoekt hoe die samenwerking verbeterd kan worden”, vertelt Van der Donk.
De onderzoeken die de academische basisscholen uitvoeren richten zich niet alleen op abstracte begrippen als ‘houding’ en ‘samenwerken’. De pilot leent zich juist ook voor onderzoek naar praktische zaken. Daams: “Het huidige onderwijs vraagt steeds meer kwaliteit van leerkrachten. Dus moet je dat onder de loep nemen en vooral je eigen handelen daarin. Wij krijgen alsmaar meer leerlingen met een rugzakje. Nu onderzoeken we hoe we hen het beste kwalitatief onderwijs kunnen bieden.”
Professionalisering
Basisschool Sterksel heeft ook een projectgroep die zich met het digitale portfolio bezighoudt. “Hier op school zijn we al jaren met dat portfolio bezig. Inmiddels is het zelfs zover dat het concept door onze onderwijsstichting overgenomen is en nu verder vormgegeven wordt door Wortell, een ontwikkelaar voor Microsoft. De uren die de mensen van de werkgroepen daarin stoppen worden gefaciliteerd door het project academische basisschool.”
Alle pilotscholen krijgen een aantal uren per week hulp van speciaal voor het project aangestelde leerkrachten. Zij kunnen voor een deelproject op de school ingezet worden, dus zelf onderzoek doen. Maar zij kunnen ook invallen voor leerkrachten op de pilotschool zodat deze tijd hebben voor hun onderzoek.
Hoewel de pilotscholen hebben ervaren dat samenwerken soms best lastig is, zijn de eerste bevindingen positief. “De meerwaarde is dat je met verschillende scholen met professionalisering bezig bent. Je kunt geen eenling zijn, je hebt anderen nodig om je wakker te houden. Bovendien moet je je ervaringen afzetten tegen die van anderen om te zien of alles wel goed loopt”, zegt Van Poppel van de Drijfveer.
“Dit project zet aan tot professionalisering en dat is noodzakelijk”, vindt Van der Donk van basisschool Sterksel. “Wie niet professionaliseert, groeit te weinig mee met zijn leerlingen. Neem de ict. Door internet zijn kinderen in staat iets van het ene moment op het andere totaal anders te doen. Wat ze de ene dag op manier a doen kunnen zij de andere dag op manier b doen. Als een leerkracht voor 40 procent in staat is om hetzelfde te doen, is hij goed bezig. Het is alleen wel moeilijk het zo te houden, ze moeten daar wel naar blijven streven. Het gevaar bestaat namelijk dat zij hun leerlingen anders niet meer begrijpen. De academische basisschool maakt het makkelijker tijd in de ontwikkeling van het beroep te stoppen.”
In 2008 stopt de pilot. “Daarmee stopt de professionalisering niet”, legt Daams van de Casimirschool uit. “Eigenlijk begint het dan pas. Dan moet duidelijk zijn hoe een academische basisschool precies te werk gaat.”
Meer informatie:
De academische basisschool. Innovatie van school en lerarenopleiding, door Winfried Roelofs en Ingrid Veeke, KPC Groep, ’s-Hertogenbosch 2006, bestelnummer 105022, € 18,00