- blad nr 7
- 7-4-2007
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Koepel islamitische scholen wil af van slechte besturen
De koninkrijkjes zijn verleden tijd
Tekst Gaby van der Mee Beeld Klaas Fopma
Besturen die zich niet aan de regels houden kunnen geen lid meer zijn van de Isbo, de koepelorganisatie van islamitische scholen. Dat is de boodschap van interim-directeur Yassin Hartog. Hij is het zat, er moet een einde komen aan die toestanden die de goede naam van het islamitisch onderwijs bezoedelen. Op het moment van ons gesprek op het kantoor van de Isbo moet de algemene vergadering nog bijeenkomen.
Veel leden zijn blij dat Hartog de problemen in het islamitisch onderwijs serieus neemt. “Bestuurders die juist bezig zijn allerlei goede dingen op te zetten in hun scholen ergeren zich groen en geel aan het gesjoemel van anderen. Zoals baantjes geven aan familieleden, hou toch op!” Hartog maakt met een vies gezicht een wegwerpgebaar. Hij weet ook dat er besturen tegen zijn voorstel zullen stemmen. “Waarschijnlijk degenen die zich niet aan de regels willen houden, die moeten dan maar vertrekken.” Zo’n vertrek is dan meteen het einde van de school, want het lidmaatschap van een koepelorganisatie is een voorwaarde voor bekostiging van het ministerie van Onderwijs.
Hartog kwam tot zijn uitspraken toen staatssecretaris Sharon Dijksma begin maart liet weten dat er in Amsterdam voor het eerst islamitische scholen gesloten dreigen te worden. Er was geen bestuur meer te vinden dat de zaak nog vlot kon trekken. Direct daarna werd bekend dat het ministerie aangifte deed tegen een bestuur in Helmond wegens fraude. In Almere ruziën al sinds de zomer drie scholen, ook al vanwege een mogelijke fraudezaak. De Isbo-directeur vindt de perikelen rond het Siba-bestuur in Amsterdam een goed voorbeeld voor zijn pleidooi. Toen ontdekt werd dat de voorzitter van de Stichting Islamitische Basisscholen Amsterdam (Siba) een greep in de kas had gedaan – waarvoor hij inmiddels veroordeeld is - bleef de rest van het bestuur zitten. “Wij zeiden: Treedt terug, maak plaats voor jonge, goed opgeleide mensen. Zij vonden dat ze niets gedaan hadden, in veel moslimlanden is zoiets dan een erezaak. Een jaar geleden zijn ze op aandrang van het ministerie toch weggegaan, toen was het te laat. Het interim-bestuur, dat betaald wordt door het ministerie, kon geen nieuw bestuur vinden om de zeer zwakke scholen weer op poten te zetten, vooral omdat er veel geld geďnvesteerd moet worden. Er wordt nu nog onderhandeld, maar als we eerder hadden kunnen ingrijpen was dit niet gebeurd.” Staatssecretaris Dijksma liet, naar aanleiding van de Siba-affaire, weten binnenkort met een wetsvoorstel te komen waardoor het ministerie besturen kan afzetten van zeer zwakke scholen.
Generatiekwestie
De oorzaak van het vaak ondeskundig besturen van islamitische scholen ligt volgens Hartog in het verleden. “Het is een beetje een generatiekwestie. Ouders die zestien jaar geleden een schooltje oprichtten, waren vaak laagopgeleid. Sommigen voelden zich zo verantwoordelijk voor het onderwijs, dat ze opeens heel erg streng in de leer werden en zich op school overal mee bemoeiden. Doordat het personeel meestal niet-islamitisch is, in ieder geval de directeuren niet, werd het ook een soort confrontatie. Heel veel van die besturen hebben nu drie of vier scholen onder zich, dan moet je natuurlijk veel professioneler zijn, goed op de hoogte van de regels.”
De Isbo-directeur is bang dat veel bestuurders, hoewel ondeskundig, niet willen opstappen omdat ze op school hun eigen koninkrijkje hebben. Het geeft hen bovendien maatschappelijke status. “Vaak werken ze keihard, maar het is natuurlijk lastig als ze niet weten hoe ze de zaken volgens de eisen van deze tijd moeten doen, geen contacten kunnen maken in de buurt.”
Het is de vraag of álle besturen wel contacten in de buurt wíllen maken. “Ook de conservatieven moeten zich aan de kwaliteitsnormen houden. Het moet voor de ouders duidelijk zijn welke school ze kiezen, het is niet zo dat het bestuur dat kan opleggen.”
Hartog is zelf voorzitter van de Stichting Islamitisch Onderwijs Rijnmond (Sipor) met vier scholen in Rotterdam en omgeving. “Wij zijn bezig met burgerschapsvorming, museumbezoek, islamitisch theater. Onze ouders kiezen daarvoor, als ze dit niet willen moeten ze naar een andere school gaan.” Hij vindt het vooral heel triest dat de problemen zich vrijwel altijd op bestuurlijk niveau afspelen, terwijl er op de scholen zelf heel hard gewerkt wordt.
Ismail Taspinar, directeur van de stichting Simon, die in Oost en Midden Nederland acht islamitische basisscholen leidt, is het met Hartog eens dat de Isbo eisen moet stellen aan de kwaliteit van de bestuurders. ‘Vertrouwen is goed, maar controle is beter’, laat hij desgevraagd in een e-mail weten. ‘Als er niet geluisterd wordt moet een lid kunnen worden geroyeerd met alle gevolgen van dien. Maar dan moet het ministerie daar wel achter kunnen staan, anders heeft het geen zin.’
Simon, zo had Taspinar in Het Parool van 6 maart 2007 laten weten, kan de Siba-scholen waarschijnlijk niet overnemen. De kinderen konden volgens hem beter op een gewone school zitten dan op een slechte islamitische. Voor Taspinar hoeft een bestuur niet alleen uit ouders te bestaan, juist hoogopgeleide jonge moslims zouden die taak heel goed op zich kunnen nemen.
Eigendom
AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen en Arnold Klomp, als AOb-adviseur betrokken bij medezeggenschapsraden op islamitische scholen, denken dat heel veel ellende veroorzaakt wordt doordat besturen niet op de hoogte zijn van de Nederlandse verhoudingen. Klomp: “Vanmorgen kreeg ik nog een telefoontje van iemand die op staande voet was ontslagen door de voorzitter van het bestuur. Die voorzitter beschouwt de school als zijn eigendom en denkt dat hij daarom overal toe gerechtigd is. Hij maakt bijvoorbeeld ook geld over van het schoolbudget, omdat hij denkt dat hij dat mag.” Verheggen: “Doorgaans wordt er niet uit kwader trouw gehandeld, maar er is teveel onkunde over de regels. Zoals dubbele functies, dus bestuurders die ook personeelslid zijn, dan moet de inspectie er op wijzen dat zoiets niet mag.” Volgens Verheggen en Klomp wreekt het zich nu dat er in Nederland geen voorwaarden worden gesteld aan het vormen van besturen. Klomp weet dat er in het hele land besturen zijn van islamitische scholen die zich niet aan de regels houden. “Inspectie mag zich alleen bezighouden met de kwaliteit van het onderwijs en niet met de directie of het bestuur.” Dat de administratiekantoren nooit alarm sloegen bij een aantal fraudezaken vinden ze allebei heel vreemd. Verheggen: “Bij het Siba-bestuur bleek er gewoon 1,2 miljoen euro verdwenen te zijn, niemand weet waar dat geld gebleven is. Toen de zaak voor de rechter kwam moesten er nog heel veel jaarrekeningen uitkomen. Als administratiekantoor moet je dan toch je verantwoordelijkheid nemen?”
{kader}
Masterplan
Op dit moment zijn er 43 islamitische basisscholen en twee islamitische scholen voor voortgezet onderwijs. De scholen worden beheerd door in totaal achttien besturen.
De AOb, AVS, Isbo en Vos/Abb plus vertegenwoordigers van het ministerie willen samen een projectorganisatie starten waar de Isbo voorzitter van is. Bedoeling is met een soort masterplan van scholing te komen waarop besturen, management en medezeggenschapsraden van islamitische scholen kunnen intekenen. Omdat dit jaar de nieuwe Wet op de medezeggenschap is ingevoerd, zijn er weer allerlei nieuwe regelingen bijgekomen. Volgens de betrokken organisaties is het daarom een goed moment om dit plan voor te leggen aan de scholen. De Isbo treedt op als een soort bemiddelaar tussen het bestuur en het team van professionals die de scholing geven.