- blad nr 7
- 7-4-2007
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Onderwijs laat ‘publieke goudmijn’ links liggen
Verstandig oppotten
De afgelopen jaren heeft het Onderwijsblad uitvoerig in kaart gebracht hoe onderwijsinstellingen met hun geld omgaan. Bijna allemaal houden ze jaar in, jaar uit geld over. Inmiddels is het eigen vermogen van alle instellingen in hbo, bve en voortgezet onderwijs opgelopen tot 4,3 miljard euro. Een beperkt deel daarvan ligt vast in beton en steen: de gebouwen. Het overgrote deel bestaat uit reserves: banktegoeden en beleggingen. Geld waarover rente getrokken kan worden en waarvan het dus de moeite loont om dat op een verstandige manier onder te brengen.
Neem bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs: daar staat van de reserves bijna de helft - namelijk één miljard euro - gewoon op een bankrekening. Rekeningen waarover meestal beperkt rente wordt uitgekeerd. Dat kan beter: het ministerie van Financiën heeft voor gesubsidieerde instellingen de mogelijkheid om te ‘schatkistbankieren’. Dit bankieren heet officieel ‘geïntegreerd middelenbeheer’ en biedt een reeks van voordelen. De betaalrekeningen blijven gewoon bij de eigen huisbankier, maar de tegoeden worden overgeheveld naar de staat. Die betaalt op dit moment een dagrente die ligt rond 3,8 procent. Daarnaast hoeft op de betaalrekening geen ‘ijzeren voorraad’, een bepaald saldo aangehouden te worden. Het ministerie bemoeit zich verder niet met het financieel beleid, maar opereert gewoon als bank. Onderwijsinstellingen kunnen volgens rekenvoorbeelden van het ministerie van Financiën zo duizenden euro’s besparen.
De mogelijkheden gaan zelfs verder. Ook geld dat langer kan uitstaan, kan weggezet worden als deposito tegen gunstige rentetarieven. Ook lenen kan voordeliger voor instellingen die meedoen aan het schatkistbankieren, omdat ze met een kleine opslag mogen meedoen voor de tarieven waarmee de staat geld leent. Die opslag verdwijnt zelfs als er en gemeentegarantie op de lening zit. Uiteindelijk komt dat volgens het ministerie zo’n 0,2 tot 0,5 procent lager uit voor een lening van tien jaar.
Natuurlijk heeft het ministerie van Financiën zelf baat bij zoveel mogelijk deelnemers: alle geld dat bij de staat wordt geparkeerd zorgt er namelijk voor dat de rijksoverheid zelf minder hoeft te lenen op de kapitaalmarkt, waardoor de staatsschuld lager uitpakt. Voor veel publieke instellingen is deelname daarom verplicht, maar niet voor het onderwijs.
“Instellingen moeten zelf besluiten wat het beste voor ze is”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Financiën. “Maar er zit onmiskenbaar een aantal voordelen aan.” Tot nu toe is de aandacht vooral uitgegaan naar instellingen die moeten schatkistbankieren, in de tweede helft van 2007 zal actiever geworven worden onder onderwijsinstellingen. Overigens mag niet iedereen meedoen, instellingen moeten óf ieder jaar 14 miljoen euro ontvangen óf 0,9 miljoen euro aan geld of beleggingen hebben. Een kleine check bij het voortgezet onderwijs leert dat slechts 30 van de 309 instellingen niet in aanmerking zouden komen.
De geringe deelname aan het schatkistbankieren komt voor een groot deel voort uit onbekendheid met de regeling. Sommige instellingen hebben wel een duidelijke keuze gemaakt. Zoals Fontys Hogescholen, in principe een stevige kandidaat: in 2004 ruim 180 miljoen aan overheidssubsidie, 34 miljoen op de bank. Volgens controller Paul Sleegers heeft de keuze van Fontys te maken met de manier waarop een aantal jaren geleden werd geprobeerd om onderwijsinstellingen te verplichten mee te doen. “Het leek ons wonderlijk dat de overheid aan de ene kant onderwijsinstellingen steeds meer privatiseert, maar aan de andere kant wel probeert de liquide middelen naar zich toe te halen. De dwingende manier waarop het geïntegreerd middelenbeheer door minister Zalm werd neergezet heeft veel argwaan opgeroepen.” Belangrijker voor Fontys is echter dat de relatie met de huisbankier verder gaat dan alleen het betalingsverkeer. “Onze gesprekken met de bank gaan ook over leningen, effecten, faciliteiten voor studenten. Wie weet is het mogelijk om voor studenten leningen te krijgen die beter uitpakken dan bij de IBG.”
Hij sluit overigens niets uit. “Als de totale financiële voordelen groter zijn dan wij destijds hebben afgewogen ten opzichte van onze strategische keuzen, kan er een moment komen dat we er opnieuw over nadenken.” Maar de argwaan in het hoger onderwijs blijft groot, vermoedt Sleegers, bijvoorbeeld als het gaat om de houdbaarheid van de afspraken. “Nu zijn de tarieven van het ministerie van Financiën misschien wel aantrekkelijk, maar als er een nieuw kabinet komt, weet je niet wat de politiek doet.” Een woordvoerder van Financiën bestrijdt die gedachte: de tarieven liggen vast en kunnen alleen met instemming van de deelnemer gewijzigd worden.
Ondertussen wordt in politiek Den Haag nagedacht of de reserves van gesubsidieerde instellingen – naast onderwijs ook zorginstellingen, woningbouwcoöperaties, Gasunie, Schiphol en vervoersbedrijven – beter benut kunnen worden. In de Volkskrant noemde PvdA-Kamerlid Ferd Crone dit een ‘publieke goudmijn’. Om het goud weer in te zetten voor kwaliteitsverbetering in alle sectoren pleit hij voor het instellen van een publieke vennootschap. “Ik zie dat als een democratiseringsidee voor stichtingen die met publiek geld gefinancierd worden, maar waar het zicht daarop is kwijtgeraakt omdat de beslissingsbevoegdheid in handen is van de managers en de raden van toezicht”, zegt Crone desgevraagd.
Hij begrijpt wel hoe het oppotten tot stand is gekomen. “Natuurlijk was het idee achter lumpsumbekostiging in het onderwijs goed. Scholen konden zelf keuzes maken om meer te investeren in gebouwen, methoden of personeel. Wat we echter gezien hebben is dat ze zijn gaan sparen. Daarom is het echt noodzakelijk dat we ingrijpen. Niet om de spaartegoeden af te romen, zoals sommigen wel eens denken, maar om ze in te zetten waar ze voor bedoeld zijn.”
Zo wil hij samen met de onderwijswoordvoerders van de PvdA gaan kijken wat reële oppotnormen zijn. Daarnaast wil hij door grotere inspraak of door regelingen ervoor zorgen dat in ‘publieke vennootschappen’ de overheidssubsidies weer besteed gaan worden waarvoor ze bedoeld zijn. “Je moet in de statuten regelen dat niet alleen de managers en de raad van toezicht daarover beslissen. Zij bepalen dat onderling en kiezen elkaar, dat is toch een soort coöptatiesysteem waar niemand meer grip op heeft. En het gaat wel om publiek geld. Ik zou graag zien dat in het onderwijs ouders en personeel instemmingsrecht krijgen over die tegoeden. Zij kunnen dan met normen die landelijk vastliggen duidelijk maken waar en hoe dat publieke geld beter ingezet kan worden.”
{lijstjes}
Onderwijsinstellingen die schatkistbankieren
Hbo
Rijksuniversiteit Groningen
Christelijke Hogeschool Nederland
Noordelijke Hogeschool Leeuwarden
Hanzehogeschool
Avans Hogeschool
Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans
Hogeschool van Amsterdam
Hogeschool Drenthe
Bve
Roc van Twente
Roc Flevoland
Roc Nijmegen
Alfa-college
Voortgezet onderwijs/primair onderwijs
Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia
Lowys Porquinstichting
Onderwijsgroep Amstelland
Stichting Amstelwijs
Meer informatie over schatkistbankieren is te vinden op www.minfin.nl, tik ‘geïntegreerd middelenbeheer’ in op de zoekmachine op deze site.