- blad nr 6
- 24-3-2007
- auteur . Overige
- Column
Oud-leerling
Ik had jaren daarvoor zijn oudere broer in de klas gehad. Aan hem was niets opvallends geweest. Hij kwam, zag, luisterde en deed het gewoon. Kortom, een jongen die je zou willen klonen om er een lokaal mee vol te zetten. Al was het maar voor een enkel uur in de week om even tot rust te komen. Een paar jaar later kwam Dennis. Wat me direct opviel was, dat ze helemaal niet op elkaar leken. Uiterlijk niet, maar vooral niet qua instelling en persoonlijkheid. Dennis besloot dat school er was om van te genieten. Op alle mogelijke manieren. Dat ging het beste als je weinig tot geen huiswerk maakte en een beetje je eigen gang ging. De mentor van Dennis had er zijn handen vol aan. Er bestond een hotline tussen school en de moeder van Dennis die, bijgestaan door haar oudere zoon, probeerde om Dennis op het rechte pad te houden. Het lukte maar betrekkelijk. Temeer daar Dennis kans had gezien twee man in zijn gevolg te krijgen, waardoor het moeilijker werd om te bepalen wie van drieën het delict had gepleegd, want ieder was ertoe in staat. Hoe we het gedaan hebben, weet ik niet meer, maar het is ons gelukt ze alle drie hun diploma te laten halen.
Eerlijk gezegd had ik gedacht Dennis nooit meer te zien, want hij had aan school behalve een diploma ook een geweldige hekel overgehouden. Een paar jaar later kwam ik hem toch weer in school tegen. Hij werkte bij een verhuizer en het beviel hem prima. Ik was stomverbaasd. Op school had hij er voortdurend blijk van gegeven een gigantische afkeer te hebben aan welke vorm van inspanning dan ook. Op zijn stageadressen waren de begeleiders daar ook snel achter gekomen en hij had dan ook aan twee adressen niet genoeg gehad. En dan werd hij… verhuizer. Hij was van een lange slungelachtige verschijning veranderd in een brede, gespierde man. Ik wil niet weten hoeveel bankstellen daarvoor nodig zijn geweest. “Maar dat is toch niks voor jou?”, had ik hem gevraagd. Hij haalde zijn schouders op en grijnsde.
En dan nu, weer zoveel jaren later, staat hij opnieuw voor me. “Ik kwam eens kijken hoe het hier met iedereen is”, zei hij met een brede lach en stak zijn hand uit. Volgens mij was hij nog langer geworden dan hij al was. “En, nog steeds verhuizer?”, vroeg ik. Zijn grijns werd nog breder. “Nee, u had gelijk, dat was niks voor me. Ik werd er veel te moe van. Ik ben nu taxichauffeur.” “Nu ken ik je weer”, zei ik, en samen liepen we het weekend in.