• blad nr 6
  • 24-3-2007
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

”Wie lesgeeft in groep 8 kan zich prima staande houden in de onderbouw vmbo”  

Veel vraag naar breed inzetbare duizendpoten

Spoedig wordt een lerarentekort verwacht, vooral in het vmbo. In het basisonderwijs komt een overschot. Stimuleer dan dat leraren basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs doorstromen, is de gedachte. Het ministerie van Onderwijs heeft er in totaal 34 miljoen euro voor over.

“De doorstroom van het primair naar het voortgezet onderwijs kan beter”, weet de pas aangestelde directeur van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) Freddy Weima. “Je ziet dat er nu in het basisonderwijs overschotten op de arbeidsmarkt zijn, terwijl er in het vmbo – zeker in de grote steden – tekorten bestaan.” Daarom heeft SBO van het ministerie van Onderwijs de regie gekregen over twee plannen die de doorstroom van leraren basisschool naar voortgezet onderwijs moeten bevorderen.
Vorig jaar werd een eerste aanzet voor het stimuleren van de doorstroom gedaan via een motie van D66, CDA en VVD. Beoogd werd dat zeshonderd basisschoolleraren les gaan geven in het voortgezet onderwijs. Daarnaast kwam er geld om pas afgestudeerden boven op de gewone formatie op basisscholen aan te stellen. De 29 miljoen die hiervoor beschikbaar is, wordt ingezet in twaalf regio’s, onder andere Friesland, Zeeland, Drenthe, Limburg en Den Haag. Scholen in de uitgekozen regio’s moesten zich verenigen in platforms die namens SBO het budget verdelen.
De maatregel loopt twee jaar. De helft van het budget is dit schooljaar gebruikt. Vooral het boventallig aanstellen van pas afgestudeerden in het basisonderwijs was in 2006/2007 populair. Met de doorstroming van basis- naar voortgezet onderwijs loopt het moeizamer. Tegen de tijd namelijk dat de regeling bekend werd gemaakt, eind mei vorig jaar, waren veel vacatures in het voortgezet onderwijs al ingevuld. Dit schooljaar hebben scholen voor iets meer dan honderd doorstromers subsidie ontvangen. Ook het ontbreken van samenwerkingsplatforms in de regio was weinig bevorderlijk voor het aantal subsidieaanvragen voor doorstromers.
“Inmiddels zijn er in meerdere regio’s samenwerkingsplatforms”, weet AOb-bestuurder Gerrit Stemerding, tevens voorzitter van de stuurgroep regionale platforms. Volgens Stemerding hoeven scholen er niet de dupe van te worden als de samenwerking in de regio hapert. “Zij kunnen zich voor advies wenden tot SBO.”
Cor van Dam van SBO verwacht dat er in het schooljaar 2007/2008 ruimer gebruikgemaakt gaat worden van de regeling. Hij denkt aan 200 tot 250 aanmeldingen. Maar daarmee worden de zeshonderd waar het ministerie aan dacht, nog niet gehaald.
Een van de voorwaarden van de regeling is dat de leraar basisonderwijs binnen twee jaar de lesbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs haalt. Uit onderzoek van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt dat veel scholen die twee jaar onvoldoende vinden. Ook betwijfelen leerkrachten uit het primair onderwijs of het voortgezet onderwijs wel leuk genoeg is.

Carrièrestap
In oktober 2006 werd ook nog een plannetje aangenomen van CDA-Kamerlid Jan de Vries. Het gaat om doorstroom en scholing van tweehonderd leraren basisschool tot tweedegraads docent. Voor deze regeling is vijf miljoen euro beschikbaar. Scholen kunnen vanaf half mei 2007 via regionale platforms een aanvraag indienen bij het ministerie van Onderwijs.
Voor beide regelingen geldt dat middelbare scholen die een basisschooldocent aantrekken 25 duizend euro ontvangen. “Van dat bedrag wordt een zij-instroomtraject gefinancierd en een assessment”, licht Van Dam toe. “Een zij-instroomtraject van twee jaar kost zo’n tienduizend euro. Dan blijft er nog vijftienduizend over voor loonverlet en begeleiding.”
Van Dam denkt dat vooral vmbo-scholen graag zullen meedoen. “Daar zijn ze vooral op zoek naar brede pedagogen”, zegt ook hoogleraar onderwijssociologie Marc Vermeulen. “Bovendien is het niet verkeerd om mensen in het voortgezet onderwijs te hebben die beide kanten van de streep kennen. Als een leraar weet hoe moeilijk de overgang van primair naar voortgezet onderwijs is, kan hij de overdracht verbeteren.”
De hoogleraar is wat sceptisch over de initiatieven van het ministerie. “Ik heb niets tegen bevordering van mobiliteit. Het probleem met deze maatregelen is alleen dat het niet om een neutrale overdracht gaat. Uit het basisonderwijs gaat men naar het voortgezet onderwijs, niet andersom. Mensen zien de doorstroom als een carrièrestap, ze gaan vaak ook meer verdienen. Het gevaar is dat er een afroming op gang komt van goede bovenbouwleerkrachten uit het basisonderwijs.”
De regelingen voor bevordering van doorstroom moeten niet gezien worden als dé oplossing voor het lerarentekort in het voortgezet onderwijs, betoogt SBO-directeur Weima. “Het is een eerste stap.” Voor de angst van het primair onderwijs ervaren leerkrachten te verliezen heeft Weima begrip. Toch benadrukt hij het belang van doorstroom. “Wanneer een leerkracht op het eind van zijn salarisschaal zit en geen managementfunctie ambieert, biedt doorstroom naar het voortgezet onderwijs de mogelijkheid zich verder te ontwikkelen.”

{kader met foto}
In een lastig jasje

Naam: Kees de Bruin (47)
Beroep: docent economie en manager van het intensieve leerwegondersteunende onderwijs (lwoo-intensief), afgestudeerd aan de pedagogische academie
School: Delta College (vmbo) in Utrecht

“Mijn carrière begon op de ouderwetse driejarige pedagogische academie, we spreken over de jaren tachtig. Destijds was het nog verplicht stage te lopen op een school voor speciaal onderwijs. Ik kwam op een vso-lomschool terecht. Wat mij daar meteen opviel was de grootte van het team. Op de basisscholen waar ik stage had gelopen, bestond een team uit misschien acht mensen. De vrouw van de directeur gaf les en de achterbuurvrouw bijvoorbeeld ook. Dat soort banden in een team kan mij niet zo bekoren. Met zo’n klein team zit je dicht op elkaars huid, dat benauwde me. Op de vso-lomschool was het anders. Ik had meteen dertig collega’s. Ook de doelgroep sprak mij meer aan. Kinderen met een grote mond die intussen hartstikke onzeker zijn. Ik vind het een uitdaging twaalf- tot zestienjarige kinderen in een lastig jasje op het goede spoor te zetten. Daar krijg je zoveel voor terug. Laatst nog kwam er in het Galgenwaardstadion een beer van een kerel op me af. Het bleek dat ik hem twintig jaar geleden in de klas had gehad. Razend enthousiast was hij nog steeds. In die tijd was het echt geen makkelijke jongen, maar hij is er wel gekomen, dat doet me goed.
Ik ben op de vso-lomschool gebleven. Ik heb de akte voor speciaal onderwijs gehaald, een propedeuse economie en een opleiding tot remedial teacher. Een paar jaar geleden is de school gefuseerd. Op het Delta College ben ik nu verantwoordelijk voor de tak lwoo-intensief. Ook sta ik nog een paar uur per week voor de klas. Nooit heb ik terugverlangd naar het basisonderwijs.
Hier op school heb ik graag collega’s uit het basisonderwijs. Het zijn breed inzetbare duizendpoten. Wij werken hier met leertuinen en domeinen. De rol van de leraar verandert. Hij wordt minder vakdocent, meer coach. Pedagogische vaardigheden zijn op het vmbo belangrijker dan vakkennis. Je moet eerst een relatie met je leerling opbouwen, voordat je tot een prestatie kunt komen. Ik heb het idee dat academici daar over het algemeen meer moeite mee hebben dan mensen uit het basisonderwijs.”

foto: Joost Grol

{kader met foto}

Cynische grappen

Naam: Ilse Verkade (24)
Beroep: docent geschiedenis en maatschappijleer, afgestudeerd aan de pabo
School: Holland College (dalton-vmbo) in Naaldwijk

“Ik trok altijd al naar oudere kinderen toe. Mijn pabo-scriptie ging over differentiaties in zelfstandig werken. Ik dacht: Ik kan het wiel opnieuw uitvinden of ik kan op daltonscholen een kijkje nemen. Bij basisscholen kwam ik op een dood spoor terecht. Toen dacht ik: Dan ga ik naar een middelbare school en kijk hoe ik hun dalton-elementen kan vertalen. Op het Holland College kwam ik in gesprek met de teamleider onderbouw. Uiteindelijk werd mij gevraagd een docent te vervangen die met zwangerschapsverlof ging. Nog voor ik echt afgestudeerd was, had ik een baan.
Ik ben hier nu voor het tweede jaar werkzaam. Ik heb veel didactische kennis meegenomen, maar moest de vakinhoud nog leren. Ik ben veel gaan lezen en heb dingen opgezocht. In het begin baalde ik als ik het antwoord op een vraag niet wist. Nu denk ik: Wie weet nou uit zijn hoofd hoelang de Chinese Muur er al staat? Als ik een antwoord niet weet, zoek ik het op en kom ik er de volgende les gewoon op terug. Als je dat uitlegt, nemen de kinderen daar wel genoegen mee.
Ik volg een opleidingstraject maatschappijleer aan de Hogeschool Utrecht. De duur daarvan is afhankelijk van de kwaliteiten die je meeneemt. Ik kan in een jaar en vier maanden klaar zijn. Eén dag in de week is bestemd voor die opleiding. De school betaalt mijn studie, mijn opleidingsdagen krijg ik niet uitbetaald. Het is wel zwaar omdat je elke ervaring in je portfolio moet zetten. Maar als je interesse bij dat vak ligt, is het zeker de moeite waard.
Ik ben jong. Het nadeel is dat ik weinig ervaring heb. Het voordeel is dat ik zelf net uit de doelgroep kom waaraan ik lesgeef. Dat ik ze dus begrijp. Ik houd erg van een grapje tussendoor, van enig cynisme. Basisschoolkinderen snappen dat minder. Ik houd van discussies voeren, van het debat, de interactie met de klas. Ik heb het gevoel dat ik van vmbo-leerlingen meer terugkrijg. Soms zet ik ze aan een opdracht en zie ik dat ze mij eigenlijk helemaal niet nodig hebben. Daar geniet ik echt van.”

foto: Rob Niemantsverdriet

{kader met foto}

Minder werkdruk, meer geld

Naam: Job Heijltjes (23)
Beroep: docent maatschappijleer, afgestudeerd aan de pabo
School: Kandinsky College (vmbo) in Nijmegen

“Op de pabo hoorde ik van een regeling die het mogelijk maakte gratis een tweedegraads opleiding erbij te doen. Omdat ik iemand ben die altijd overal zevens voor haalde en niet echt een vak had dat erbovenuit stak, koos ik voor maatschappijleer. Daar zit van alles wat in: een beetje geschiedenis, een beetje aardrijkskunde. Eigenlijk is dat ook de reden dat ik in eerste instantie voor de pabo koos. Dan geef je alle vakken, bovendien leek het me leuker één groep te hebben. Nu merk ik dat je ook wanneer je een klas maar één of twee keer per week ziet, een goede band met die klas opbouwt.
Na de pabo heb ik ruim een jaar invalwerk op basisscholen gedaan. Door een samenloop van omstandigheden kreeg ik op het Kandinsky een baan als maatschappijleerdocent. De uren die ik lesgeef voer ik als verplichte stage op. Mijn baan is fulltime, mijn studie doe ik in mijn eigen tijd. Op dinsdagavond volg ik nog colleges. Het is zwaar, maar voor een jaar best te doen. Eigenlijk valt het mij juist op dat de werkdruk op een basisschool veel hoger is. Zeker voor beginnende leerkrachten. Als ik nu een les voorbereid, kan ik die nog een aantal keren herhalen. Dat is op de basisschool wel anders. Daar moet je wel zes lessen per dag voorbereiden. Ook heeft een middelbare school veel meer budgettaire ruimte. Wilde ik op de basisschool bijvoorbeeld een dvd aanschaffen, dan moest ik het daar wel vier keer over hebben. Hier kan veel meer. Ik merk dat bijvoorbeeld ook bij bedrijfsuitjes. In het primair onderwijs zijn ze toch meer op de centen. Ook verdien ik hier meer, iets van 1600 euro netto. Volgens mij is dat wel 300 euro meer dan op de basisschool.
Wie lesgeeft in groep 8 kan zich denk ik prima staande houden in de onderbouw van het vmbo. Op de pabo doe je voldoende pedagogische kennis op. Maar wie bijvoorbeeld vier jaar groep 5 heeft gehad, krijgt het moeilijker. Dat leeftijdsverschil is dan een probleem, denk ik. Ik houd juist van pubers. Hun kijk op de wereld vind ik interessant.”

foto: Joost Grol

Meer informatie

Alle scholen voor voortgezet onderwijs hebben een brief ontvangen van het ministerie van Onderwijs met informatie over het plan van CDA-Kamerlid De Vries. Voor meer informatie over beide regelingen: www.sboinfo.nl of via Cor van Dam van SBO, 070 3765810, c.vandam@caop.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.