• blad nr 6
  • 24-3-2007
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Lesuur van tachtig minuten is ideaal

Enkele scholen in Nederland durven de traditionele lengte van een les - vijftig minuten – los te laten. En dat bevalt prima. “Lessen van zeventig of tachtig minuten zijn rustiger voor de leerlingen en je kunt er meer lesstof in kwijt. Ik snap niet dat andere scholen nog lessen van vijftig minuten geven.”

“Een lestijd van tachtig minuten is echt een vondst. Je kunt vakinhoudelijk een flinke slag slaan, want die traditionele vijftig minuten zijn zó om. En het geeft rust voor de leerlingen. Want ze hebben nu enkele lange lessen per dag, in plaats van tjak, tjak, tjak zeven of acht korte. Het is echt veel overzichtelijker.”
John van den Borst, nieuwe docent wiskunde aan college De Heemlanden in Houten, geeft sinds twee maanden lessen van tachtig minuten en is duidelijk enthousiast. Zijn collega’s ook. De nieuwe lestijd was een experiment in de brugklas van vmbo-t en havo, maar bevalt zo goed dat hij komend jaar in de hele school wordt ingevoerd.
Ook andere scholen in het land komen tot het besef dat een lestijd van vijftig minuten niet langer een ‘van god gegeven eenheid’ is, zegt Maurice van Werkhooven, adviseur en trainer bij pedagogisch centrum APS. “De traditionele opzet van een les is: huiswerk nakijken en instructie geven. Daarna mogen de leerlingen vast aan hun huiswerk voor de volgende keer beginnen. Maar als je ziet hoe laag het rendement van die laatste tien minuten is: de ene leerling doet er al zijn huiswerk in, maar de andere niets.”
Verder zijn veel nieuwe didactische werkvormen niet of nauwelijks in lessen van vijftig minuten te proppen. “Je kunt in zo korte tijd de leerlingen alleen maar opdrachten geven die draaien om reproductieve kennis”, zegt Van Werkhooven. “Je kunt de leerlingen nauwelijks uitdagen door ze bijvoorbeeld in twee- of drietallen eens een goed pleidooi te laten houden. Over de vraag hoe de wereld er uit zou zien als Duitsland de Tweede Wereldoorlog had gewonnen. Dan dwing je de leerlingen pas om op hun tenen te lopen. En dan zie je als leraar meteen het resultaat van een opdracht, dus weet je of je stof is geland.”
En ten slotte dwingt een langere lestijd de leraar ook om contact te maken met de leerlingen. Van Werkhooven: “Zeventig minuten voor het bord praten is niet vol te houden. Je moet als leraar het lokaal in, je gaat rondlopen. Je kijkt wat de leerlingen opschrijven als ze aan een opdracht werken. Het komt je relatie met de leerlingen erg ten goede.”

Nieuwe rust
Docent Van den Borst van college De Heemlanden beaamt dat. “Je kunt meer tijd voor de leerlingen nemen en even rustig bij een leerling gaan zitten die de stof moeilijk vindt. In een gewone les heb je daar één minuutje voor en dan moet je weer verder. Zeker voor vmbo-leerlingen, waaraan ik lesgeef, is deze nieuwe rust prettig.”
Ook in havo en atheneum leveren langere lestijden voordelen op, vindt Hans Buijze, rector van het Ignatiusgymnasium in Amsterdam. “Bij de invoering van de tweede fase constateerde een werkgroep dat voor sommige werkvormen een langere lestijd een uitkomst zou zijn.” Want wanneer de leerlingen samen opdrachten moeten maken, komt een docent gewoon niet uit met 45 minuten. Buijze: “Voordat je de leerlingen in groepjes hebt gezet en hebt uitgelegd wat de bedoeling is, gaat de bel alweer.”
Vijf jaar geleden stapte het Ignatiusgymnasium over op lessen van zeventig minuten. Het bevalt goed. Buijze: “Het belangrijkste is dat het standaardpatroon van de les – huiswerk nakijken, instructie, huiswerk opgeven, even werken – kan worden aangevuld met tijd waarin de leerlingen echt geconcentreerd aan het werk zijn. De leraar loopt door de klas, maakt contact, je haalt het leren binnen. Ik snap niet waarom niet heel Nederland overstapt op langere lestijden.”
Voor docenten kan een verandering van lestijden echter een beangstigend vooruitzicht zijn, weet Bob Saarloos, onderwijscoördinator van college De Heemlanden. Want twee lessen van vijftig minuten vormen samen honderd minuten. Als de school dat terugbrengt tot tachtig mis je als docent twintig minuten lestijd. Saarloos: “Dat is een psychologische barrière: docenten zijn in eerste instantie soms bang dat ze die tijd kwijt zijn.” Maar die twintig minuten komen elders weer terug. Ze worden gebundeld tot tijd waarin de leerlingen zelfstandig aan opdrachten kunnen werken en tot een ‘toetsband’ in het rooster waarin voortaan alle proefwerken vallen. Een toets gaat dus voortaan niet meer ten koste van de lestijd. Saarloos: “Als docenten eenmaal met de nieuwe lestijden werken, zien ze dat ze makkelijk door hun stof heen komen.”
Daarbij maakt het weinig uit of de lessen zeventig of tachtig minuten duren, zegt van Werkhooven van het APS. Zolang het er maar geen zestig zijn. ”Zestig minuten is een uiterst ongelukkige lengte. Want dan houdt de docent volledig dezelfde stijl, hij doet het alleen wat rustiger aan. Pas bij zeventig minuten zie je een ander lespatroon ontstaan.”

Hele dagen
Op college De Heemlanden worden alle docenten nu geschoold om de nieuwe, langere lessen een goede invulling te geven. Geen overbodige luxe, vindt docent Van den Borst. “In zo’n langere les moet je kunnen variëren en improviseren. Je moet variatie aanbrengen in je les, je moet gebruik kunnen maken van activerende didactiek. En de boel kan ook eens stilvallen. Vooral voor minder ervaren momenten kan het moeilijk zijn om de zaak weer op gang te brengen.”
Grote vraag is wel of er een maximum zit aan de lestijd. Als lessen zeventig of tachtig minuten kunnen duren, waarom dan geen honderd of honderdvijftig? Langere lestijden dan tachtig minuten komen echter weinig voor, zegt Van Werkhooven van het APS. “Boven de tachtig minuten wordt het lastig en negentig is al heel veel. Daarna moet je eigenlijk een nieuwe cyclus binnen de les starten.”
Op het Ignatiusgymnasium worden de lestijden van zeventig minuten inmiddels als knellend ervaren, zegt directeur Buijze. “De bèta-docenten in de onderbouw pleiten voor nog langere lestijden. Er gaan zelfs stemmen op om dagdelen of hele dagen aan één vak te besteden. Dat zijn we nu aan het bekijken.”
Buijze adviseert andere scholen om ook langere lestijden in te voeren. “Het eerste jaar kwam er elke week wel een school kijken hoe wij het hier geregeld hadden. De mensen gingen enthousiast naar huis, maar als ik ze nu nog eens tegenkom blijkt vaak dat ze nog steeds lessen van vijftig minuten draaien. Omdat er binnen hun school een groepje docenten is opgestaan dat alle angsten en nadelen heeft verzameld. Dat is vreselijk jammer. Dùrf het nu eens gewoon. Langere lessen zijn relatief eenvoudig en het levert heel veel op.”
Docent Van den Borst, die sinds twee maanden op het college De Heemlanden lessen van tachtig minuten draait, heeft al contact opgenomen met zijn oude school. “Die kleine pakketjes onderwijs van vijftig minuten zijn echt te onrustig voor de leerlingen. Als je kinderen meer zelfstandig wilt laten werken, geef ze daar dan ook de tijd voor. Ik heb mijn oude school van harte aanbevolen om de lestijd te verlengen.”

{Kader}

Van 50 naar 45 minuten, en weer terug

Locatie Durendael van de Brabantse scholengemeenschap 2College stapte een aantal jaren geleden over op lessen van 45 minuten. Want er moest bezuinigd worden, zegt directeur en docent Ad Lensvelt. “De vijf minuten die we van elke les overhielden, werd gestopt in bijvoorbeeld ontwikkeltijd voor docenten. Daardoor hadden we per saldo minder leraren nodig.”
Het nieuwe rooster beviel echter niet. “Leraren bleken structureel tijd tekort te komen, vooral in de tweede fase. En dan denk je: ‘Hè, komt dat door die vijf minuten per les?!’ Maar ik merkte het zelf ook in mijn eigen lessen. Blijkbaar zit er in onze hoofden een keiharde eenheid van vijftig minuten. Wat je ook doet, je komt daar altijd op uit. En als je minder tijd hebt kom je dus tekort.” De operatie is daarom inmiddels teruggedraaid.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.