- blad nr 4
- 24-2-2007
- auteur L. Douma
- Redactioneel
De repetities voor de eindmusical starten weer
Tranen op de mooiste avond van het jaar
“Een musical is een mooie afsluiting van een jaar dat voor een groot gedeelte toch al in het teken staat van afscheid nemen”, zegt Tineke Hakkenberg. Vandaar dat de groepsleerkracht van basisschool de Parel in Amsterdam jarenlang de organisatie van de eindmusical op zich nam. “Ik heb een aantal jaren zelf musicals geschreven. Dan vroeg ik de kinderen wat voor soort rol ze wilden spelen, of ze veel op het podium wilden staan, hoeveel tekst ze wilden. Vervolgens bedacht ik een thema, een actualiteit en een verhaal. Bij thema’s als All you need is love of Expeditie Robinson kun je makkelijk een maffioso èn een prinsesje op één podium krijgen. Op die manier is er voor elk wat wils. De dialogen schreef ik uit. Maar als tijdens het oefenen bleek dat kinderen bepaalde teksten moeilijk uit hun mond konden krijgen, paste ik ze aan. Ik wil wel dat de kinderen natuurlijk overkomen.”
Op veel scholen beginnen ze vlak na de Cito-toets al met repetities. Alex Otten, leerkracht op St. Willibrordusschool in Oude Pekela, begint met doorlezen. “Eerst nemen we de musical goed door. Leerlingen mogen een topvijf samenstellen. In samenspraak met de leerkrachten worden de rollen vervolgens verdeeld.” Een lastige taak, want er zijn altijd teleurgestelde kinderen. “Daarom zorg ik ervoor dat kinderen in ieder geval de tweede of derde rol van hun keuze krijgen”, vertelt Marjolein Paulussen van basisschool Jacob Maris in Rotterdam. “Het is nooit zo dat kinderen dusdanig van slag zijn dat ze de hele musical niet meer zien zitten.”
Bovendien zijn er ook kinderen die helemaal geen grote rol willen. Een rol waarin ze alleen in groepsverband op het podium staan, is voor verlegen kinderen meer geschikt. “En als iemand echt niet wil, benoem hem dan maar tot souffleur of laat hem achter de schermen werken. Benadruk dan wel dat zijn taak ook heel belangrijk is, zodat het kind zich wel betrokken voelt”, zegt Hakkenberg van de Parel.
Humor
Veel basisscholen hebben wel een musical op de plank liggen. “Ik kijk naar wat voor kinderen we in groep 8 hebben en zoek daar een passende uitvoering bij”, vertelt Paulussen. “Als wij niets meer in de kast hebben, vraag ik bij zo’n musicalbureautje de verkorte versie van een musical aan. Past het verhaal, dan bestel ik.” Maar omdat Paulussen gekochte musicals vaak wat flauw vindt, heeft dat niet haar voorkeur.
Ook Otten van de Willibrordusschool vindt de liedjes van gekochte musicals niet altijd even aansprekend. Daarom is hij een aantal jaren geleden met een muzikale ouder zelf liedjes gaan schrijven. Dat beviel goed. Een jaar later vervaardigde het tweetal een hele uitvoering. Inmiddels hebben de leerkracht en de ouder een eigen musicalbedrijfje opgezet: Alpekrot. “We gaan met zijn tweeën een avondje brainstormen. Wanneer we op een leuk onderwerp komen, krijgen we beiden wel ideeën. Een week later ligt er globaal een verhaal. We werken de plot uit. Ik schrijf scènes. Mijn collega Peter Krabbenbos bekijkt ze en vult ze aan. Ik schrijf de liedjes, hij de muziek. Onze musicals hebben we tot nu toe altijd eerst getest op de basisschool waar ik vorig schooljaar nog werkte. Grappen die minder goed ontvangen worden, scherpen we aan. We zijn erg bezig met de gelaagdheid van humor. De leerlingen moeten lol hebben. Maar we bouwen ook altijd speciale grappen voor ouders in. Als ouders hard lachen, doen kinderen meer hun best en dat willen we bereiken.”
Wanneer Otten en Krabbenbos tevreden zijn over hun productie, nemen ze hem met vrienden en familie op cd op. Scholen kunnen de musical vervolgens via internet bestellen. Otten: “Een gekocht script is nooit helemaal toegesneden op de situatie op jouw school. Daarom leveren wij bij onze musicals ook een tekstbestand, zodat leerkrachten zelf dingen in het script kunnen aanpassen.”
Ontevreden over een gekochte musical, zette ook Hakkenberg van de Parel vorig jaar zelf iets op poten. “Ik heb met groep 8 een film gemaakt. In de productie spelen alle kinderen zichzelf. Ze gaan van school af en organiseren stiekem een feestje in de school. In de film komen rap- en dansbattles voor. Daarvoor hebben de kinderen workshops gevolgd.”
“Het maken van een film kost meer tijd. In november ben ik al begonnen met schrijven. Maar je kunt de uren makkelijker spreiden dan bij een musical. De film is in aparte scènes opgenomen, dus hoefde niet de hele groep constant bij de opnames te zijn.”
Dikke tranen
Anders is dat bij de musical. Otten is daar vanaf februari elke vrijdagmiddag met de hele groep mee bezig. De laatste twee weken van het jaar staan bijna geheel in het teken van de eindmusical. “Tuurlijk gaat de musical iets ten koste van andere lessen, maar toneelspelen is ook onderwijs. Bovendien weet elke leraar dat er op de basisschool de laatste weken niet bijster veel wordt gedaan. De Cito-toets is allang geweest. Als leerlingen aan het einde nog rekenen en taal moeten leren is er iets goed mis met het onderwijs. Trouwens, kinderen leren ook heel veel van een musical: samenwerken bijvoorbeeld.”
En dan is het de grote avond. “Leerlingen zijn zenuwachtig. Maar ook trots en blij om in de schijnwerpers te staan. Het is hùn moment. Hier hebben ze al die jaren naar toegeleefd.” Ook bij de première van Hakkenbergs film stonden de leerlingen in de spotlight: op de rode loper. “Kinderen kwamen in hun beste kleren met hun ouders naar de première. Dat was een groot voordeel boven een musical. De stress van de laatste avond is er niet, het product is al klaar.” Paulussen van Jacob Maris: “Op de avond zelf zijn er dikke tranen. Na de eindmusical hoeven de kinderen niet meer op school te komen, dat is een belangrijk moment. Zeker voor kinderen die in groep 8 doubleren – wat op zich bijna nooit voorkomt – is het lastig. De kinderen met wie zij al jaren in de klas hebben gezeten, vertrekken en zij moeten blijven.”
Hakkenberg: “Vaak realiseren kinderen zich pas in het laatste jaar dat ze elkaar eigenlijk al heel lang kennen en dat ze elkaar straks waarschijnlijk veel minder of niet meer zullen zien. Dat is zwaar. Tijdens het afscheidslied nemen ze afscheid van de school. Je ziet die oogjes waterig worden. De kinderen hangen meer op elkaar. Ik vind het de mooiste avond van het jaar.”
Tips*
• Betrek meerdere leerkrachten en ouders bij de musical. Denk aan ouders of collega’s die de muziek live kunnen uitvoeren. Ouders die kunnen helpen met decors maken, schminken, filmen of fotograferen.
• Tijdens muzikale gedeeltes moet er op het toneel ook iets gebeuren. Als meerdere spelers een lied zingen, kunnen ze tijdens het zingen ook iets doen. Bijvoorbeeld: bij het inbrekerslied worden de kastjes in het decor doorzocht.
• Een leerling moet goed beseffen wat zijn tekst betekent. Dat komt de presentatie ten goede.
• Zorg dat een zingend kind niet als een plank op het toneel staat. Voorkom dat het kind bij één microfoon blijft staan. Huur of leen zendermicrofoons zodat in ieder geval de hoofdrolspelers vrij zijn in hun bewegingen tijdens de zang.
• Let er op dat de leerlingen tijdens het zingen niet naar hun voeten staren.
• Bepaal vroeg in het repetitieproces waar de microfoons staan. Zet met tape of krijt al tijdens de repetities kruisjes op de vloer, zoals dat ook tijdens de uitvoering gebeurt. Kinderen hebben bij de uitvoering vaak de neiging te ver van de microfoon af te gaan staan. Als ze gewend zijn op een kruisje te staan voorkomt dat geluidsproblemen.
• Zorg dat spel en zang goed op elkaar aansluiten. Een achtstegroeper moet even op adem komen als hij net gesproken heeft, alvorens hij kan zingen.
• Mimiek is tijdens de hele musical van belang. Let daar vooral tijdens dansjes op. Een kind dat met een bloedserieuze uitdrukking expressieve danspasjes en armbewegingen maakt, komt heel onnatuurlijk over.
• Let op details. Tijdens een musical wordt vaak in ‘rolgroepen’ gedanst. Die komen krachtiger over als ze onderling in motoriek en houding overeenkomen. De vampiertjes bewegen bijvoorbeeld allemaal vanuit hun neus, de elfjes zetten hetzelfde voetje voor bij opkomst. Hierdoor versterken de verschillende dansers elkaar op het toneel.
*Uit het boek Kijk op spel van Holger de Nooij, Wolters-Noordhoff 2004, ISBN 90-0162-2178, €38,95
Meer informatie
- Over het musicalbedrijf Alpekrot van Alex Otten: www.alpekrot.nl
- Over de film die groep 8 van basisschool de Parel vorig jaar maakte: www.parelschool.nl
{fotobijschrift}
{bij foto’s musical}:Een uitvoering van de musical Raas van Alpekrot. Aan weerszijden van een vervaarlijk wassende rivier, de Raas, liggen twee rivaliserende dorpjes. Beide druk in de weer het water met zandzakken te keren. De beide burgemeesters blijken niet de juiste personen om dit te leiden. En het waterpeil blijft stijgen…