• blad nr 4
  • 24-2-2007
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Rebellenclub

Achter in de Volkskrant lees ik een intrigerend bericht: Jos Elbers stapt op bij Inholland. Vijf jaar bijtekenen was een optie, maar hij is toe aan iets anders en denkt daarbij aan een zetel in de Eerste Kamer voor zijn partij D66.
Elbers is dé onderwijsmanager van Nederland. Een salaris van 225 duizend euro per jaar en een bestuurlijk handelen dat rust op de pijlers schaalvergroting en innovatie, hebben van hem een rolmodel gemaakt.
Even de film terugdraaien. Na samenbrengen van verschillende hogescholen binnen de mega instelling Inholland, bezuinigde Elbers op contact tussen docent en student en noemde dat competentiegericht leren. De opstand van het voetvolk sloeg hij resoluut neer. Toen het conflict de buitenwereld bereikte, stelde hij zich in het televisieprogramma Nova nederig op: de tegenstanders heeft hij helaas niet kunnen meenemen in de vernieuwing. Op de website van Science guide staat echter keiharde taal. Letterlijk: ‘Caoutchouc-management, dat hebben we dus niet willen plegen. Je weet wel, van dat rubberen, onvaste gedrag.’ Toch leiden aanhoudende berichten over slechte kwaliteit tot een beleidswijziging. Studenten krijgen inmiddels weer meer les.
Achter deze waarneembare gebeurtenissen, speelt waarschijnlijk een soap met slechts één verliezer. Elbers kan in vijf jaar ruim een miljoen euro verdienen, maar laat deze zilvervloot passeren. De exit-strategie richting politiek is evenmin geloofwaardig. Elbers staat laag op de kandidatenlijst. De ondergang van een zonnekoning, daar doet dit aan denken. Nu maar hopen dat alles, inclusief gênante details, naar buiten komt. Waarom? Omdat het onderwijs inmiddels vele Elbersen kent.
Half jaren negentig verlaat de politiek de sector. Een groep ambitieuze oud-leraren vormt een managementcoterie en vult het machtsvacuüm. Verzelfstandiging en lumpsum scheppen vervolgens de voorwaarden voor een topzwaar organisatiemodel. De race op het concours naar particulier succes gaat van start. Uit een mêlee van functionarissen vecht zich binnen elke instelling één persoon naar de eindzone en die dient vanaf zijn benoeming als aas voor de rest. Iedereen krijgt het druk met iedereen. Voor slagvaardig beleid blijft weinig tijd over.
Door decentralisatie verschoof de macht naar het middenveld. Maar wie zijn de honderd meest invloedrijke mensen? Wat drijft hen? Wat is hun ideologische basis? Geen mens weet het. In de media verschijnt een select gezelschap dat zich te buiten gaat aan verhullend taalgebruik. Een voorbeeld. Oud-bestuurder Leo Lensen zegt in het Onderwijsblad: ‘Een docent kan niet meer de deur achter zich dichttrekken en zelf bepalen wat hij doet’. Dinsdag, het achtste uur, 5-havo hobbelt binnen, ik doe de deur dicht en bepaal wat zij doen. Wat is daar mis mee? Waar gaat dit over?
De managementcoterie krijgt het voor elkaar dat buitenstaanders al lang niks meer begrijpen van onderwijs. Gelukkig zijn de prestaties wel transparant. De spaarfondsen krijgen vet op de botten. De schooluitval stijgt, net als het lerarentekort. En de aansluiting tussen de verschillende typen onderwijs verslechtert. Als er dan toch een parlementaire enquête komt, begin met de kernvraag: Wie is aansprakelijk voor de neergang van het Nederlands onderwijs? Jos en zijn rebellenclub of de politiek?

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.