- blad nr 4
- 24-2-2007
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Regeerakkoord heeft geen oplossing voor lerarentekort
‘Het begin is er, maar het is nog niet genoeg’, zo sprak een onderwijzer uit Friesland terwijl hij strak in de camera’s van het Nos-journaal keek. Hij reageerde op de 1 miljard extra die in het spiksplinternieuwe coalitieakkoord beloofd wordt voor onderwijs. De Friese achterstandsleerlingen krijgen meer geld, omdat in het onderwijsachterstandenbeleid de drempel van 6,4 procent wordt verlaagd naar 3 procent. Dat wil zeggen dat er veel minder leerlingen met een leerachterstand op een school hoeven te zitten, wil men in aanmerking komen voor extra geld.
Wat gaat er de komende vier jaar in het onderwijs nog meer veranderen als het aan dit kabinet ligt? Van een echte ‘trendbreuk’ is geen sprake. Er worden vooral heel veel puntjes op de ‘i’ gezet. Uit ieder verkiezingsprogramma van de drie coalitiepartners CDA, PvdA en ChristenUnie zijn wel wat punten overgenomen. Nieuw is wel de toevoeging van een staatssecretaris aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die verantwoordelijk is voor de kinderopvang.
Geheel aansluitend op de actuele discussie over het niveau van het onderwijs wil het nieuwe kabinet de kwaliteit garanderen. Vastgelegd moet worden wat leerlingen en studenten moeten kennen en kunnen. Zou dan nu eindelijk de leerstandaard ingevoerd wordt waar de Onderwijsraad al jaren voor pleit? In zijn laatste rapport Presteren naar vermogen stelt de raad dat zowel voor het basisonderwijs als voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs leerstandaarden op verschillende niveaus ingevoerd moeten worden.
Om elk kind gelijke kansen te geven bij het aanmelden van een school wordt er vanaf 2008 gewerkt met ‘vaste aanmeldmomenten’ voor het primair onderwijs, eventueel aangevuld met loting.
Werkdruk
In het akkoord wordt vermindering van de werkdruk in één adem genoemd met de verhoging van de kwaliteit van het onderwijs. Het nieuwe kabinet wil hiervoor een actieplan. Een commissie moet zich buigen over maatregelen tegen het lerarentekort. Tegelijkertijd moet het dan gaan over allerlei arbeidsvoorwaarden van docenten zoals belonings- en functiedifferentiatie, de omvang van de lestaak, het loopbaanperspectief en de professionaliteit van de docent. Bij de presentatie van het akkoord benadrukte met name Wouter Bos steeds opnieuw dat er met diverse organisaties uit het veld gesproken wordt om onderdelen van het akkoord verder uit te werken. Walter Dresscher, voorzitter van de AOb, reageert wat sceptisch op het voorstel. “Het is leuk hoor zo’n actieplan, maar we weten inmiddels allang waar de knelpunten liggen. De leraar moet geholpen worden, één op de vijf docenten verlaat nu het onderwijs en tweederde denkt erover om dat te doen.” Net als de onderwijzer uit Friesland vreest Dresscher dat 1 miljard niet genoeg zal zijn om dit te realiseren. “De aantrekkelijkheid van het vak moet omhoog, dan zul je toch wat moeten doen aan de salarissen.” De AOb kwam onlangs met een salarisplan waarin de hele salarisstructuur in het onderwijs verbeterd wordt. Op termijn zou de onderwijsbegroting met 4,5 miljard omhoog moeten. De voorzitter van de Hbo-raad Doekle Terpstra en de voorzitter van de Vos/ABB Joop Vlaanderen, vinden eveneens dat met 1 miljard euro het lerarentekort niet op te lossen is. Terpstra wijst er op dat zich bij de lerarenopleidingen dit jaar 3,5 procent minder studenten ingeschreven hebben.
Dresscher ziet ook positieve punten in het akkoord, zoals het bevorderen van kleinschalige scholen. De ‘fusieprikkel’ (een financieel voordeel voor scholen die gaan fuseren) wordt afgeschaft. Volgens Dresscher heeft de huidige schaalvergroting het onderwijsproces in de meeste gevallen geen goed gedaan.
Groei speciaal onderwijs
Voor het eerst houdt een kabinet rekening met de groei van het speciaal onderwijs. Voormalig commissaris jeugd- en jongerenbeleid Steven van Eijck wees er in zijn laatste nota op dat alleen wanneer er structureel rekening gehouden wordt met groei, wachtlijsten vermeden kunnen worden. Het wegwerken van wachtlijsten en vereenvoudiging van de toelatingsprocedures hebben nu prioriteit. Bij de integratie van zorgleerlingen in het regulier onderwijs moet rekening gehouden worden met de mogelijkheden van de school. Voldoende voorzieningen en expertise bij de docenten zijn belangrijke voorwaarden.
‘De top moet hoger; de basis moet breder.’ Dat is de slogan die gebruikt wordt om duidelijk te maken dat er beter moet worden samengewerkt tussen universiteiten, hogescholen, kenniscentra en het bedrijfsleven. Het hoger onderwijs gaat weer op de schop, er komt een wetsvoorstel voor de bekostiging en besturing. Er wordt extra geïnvesteerd via de eerste en de tweede geldstroom (300 miljoen voor innovatie, kennis en onderzoek), maar de bekostiging wordt aan duidelijke regels geboden om ongeregeldheden, zoals de hbo-fraude, te voorkomen.
Tegen de schooluitval trekt ook dit kabinet ten strijde. Het is een meevaller dat het ministerie een nieuwe berekening hanteerde voor de uitvallers, waardoor de uitval met 10 procent daalde. Maar ook via de oude berekeningen daalde het aantal uitvallers van 57 naar 56 duizend. In 2012 moet het aantal gehalveerd zijn.
Om uitvallers in het mbo tegen te gaan wordt het bedrag per deelnemer verhoogd, zodat leerlingen intensiever begeleid kunnen worden. Vreemd genoeg wordt er langs een andere weg weer geld weggehaald bij het mbo. Door het hanteren van een andere teldatum is er al vanaf 2009 sprake van een jaarlijkse ombuiging van 155 miljoen.
Leerplicht
Het stond al in heel veel verkiezingsprogramma’s, maar de PvdA was er het duidelijkst in. Kinderen waarbij op driejarige leeftijd door het consultatiebureau een taalachterstand wordt geconstateerd moeten naar de peuteropvang. Met voor- en vroegschoolse educatie kan daar alvast wat gedaan worden aan die achterstand. Dit is geen vrijblijvende zaak, want voor de ouders van deze kinderen geldt een verbrede leerplicht. Met deze uitbreiding van de leerplicht zal toch waarschijnlijk ook de wet veranderd moeten worden, maar dat staat nergens. Kinderopvang is ondergebracht bij het ministerie van Onderwijs. De staatssecretaris die daarvoor verantwoordelijk is kan daardoor de lijn tussen school en opvang trekken die er nu in de praktijk nog te weinig is.
De maatschappelijke stage voor jongeren, een stokpaardje van voormalig minister Maria van der Hoeven, zal ook in dit kabinet worden doorgezet. Jongeren kunnen tijdens hun schooltijd drie maanden kennis maken met de samenleving. Coffeeshops bij de school worden gesloten.
Voor alle ouders wordt het wettelijk recht op ouderschapsverlof verlengd van 13 naar 26 weken. De financiële vergoeding is minimaal.
Na 2011 zal er sprake zijn van een fiscalisering van de aow voor alle ouderen die na 1945 zijn geboren. Alleen wanneer mensen doorwerken tot hun 65ste is er geen heffing. De heffing gaat naar draagkracht over het aanvullend pensioen.
De uitvoering van de wao en de wia wordt aangepast. De uitkeringen van volledig arbeidsongeschikten worden verhoogd van 70 naar 75 procent. De grens voor vrijstelling van de herbeoordelingoperatie is verlaagd naar 45 jaar.
{kadertje}
FNV
Agnes Jongerius, voorzitter van de FNV, vond het ‘geestig’ dat het motto van dit kabinet Samen werken, samen leven hetzelfde is als de titel van de FNV-arbeidsvoorwaardennota uit 2006.
De vakcentrale is positief over veel punten in het akkoord, maar is tegen het ‘afstraffen’ van eerder stoppen met werken. Fiscalisering wordt als een positieve bijdrage aan het betaalbaar houden van de aow gezien, maar de FNV vindt het principieel onjuist dat er onderscheid gemaakt wordt tussen mensen die eerder stoppen en mensen die doorwerken tot hun 65ste. Er is bovendien geen rekening gehouden met deeltijdpensioen of met levensloopverlof.
De uitbreiding van het ouderschapsverlof is volgens de FNV wel mooi, maar er is nog altijd geen sprake van een wettelijk betaald verlof. De vergoeding van 50 procent van het minimumloon per opgenomen uur, bevordert de deelname van met name vaders niet.
Dat de steen des aanstoots bij de herkeuring van de wao, de strenge keuringsnorm, niet veranderd is, vindt de FNV teleurstellend.
{kadertje}
Gratis schoolboek
Over het gratis schoolboek is het laatste woord nog niet gezegd. Tijdens de behandeling van de miljoenennota vorig jaar bleek al dat CDA, PvdA en VVD gratis schoolboeken wilden, maar niet wisten hoe dat gefinancierd moet worden. Nu blijkt dat de school dat moet doen uit het lumpsumbedrag. Het betekent dat het dus afgaat van de 1 miljard extra voor het onderwijs. Maar om welk bedrag gaat het? Dat is nog onduidelijk. Maria van der Hoeven heeft laten uitrekenen dat het om 210 miljoen euro per jaar gaat. Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad denkt eerder aan 350 euro. Hij hoopt dat dit bedrag boven op die extra 1 miljard komt.
{kadertje}
Erbij/eraf
De 1 miljard extra voor het onderwijs wordt pas in 2011 structureel. In 2008 komt er 250 miljoen extra bij, in 2009 wordt dat 500 en het jaar daarna 750 miljoen.
Het mbo krijgt er volgend jaar 8 miljoen bij om meer tijd en aandacht aan de leerlingen te kunnen besteden. Vanaf 2009 is dat jaarlijks 25 miljoen extra. Voor innovatie, kennis en onderzoek wordt volgend jaar 75 miljoen extra uitgetrokken, dat bedrag loopt langzaam op naar 300 miljoen structureel in 2011. Bij de bezuinigingen wordt het mbo opnieuw genoemd. Door een wijziging van de teldatum gaat er vanaf 2009 jaarlijks 155 euro af.